Toen Jesse Klaver werd aangesteld als nieuwe fractieleider van GroenLinks en later als lijsttrekker voor de komende verkiezingen, presenteerde hij een nieuw woord in Nederland: ‘’economisme’’.
Dit sloeg volgens Klaver op de doorgeslagen fixatie op cijfers, voorspellingen en berekeningen waar veel van het economische en financiële beleid van Nederlandse regeringen op gebaseerd is. Spil hierin is het Centraal Planbureau (CPB). Ook partijen kunnen hun plannen en programma’s bij dit instituut laten doorrekenen, zodat de economische gevolgen ervan duidelijk worden.

Het staat buiten kijf dat de berekeningen die het CPB doet nooit volledig waterdicht zijn en dat de economie zich nooit volledig laat vangen in grafiekjes en wetmatigheden. Maar de uitkomsten geven wel een indicatie voor de werkgelegenheid, de sociale (on)gelijkheid en andere zaken waarop veel mensen bij verkiezingen hun stem baseren. Het is dan ook niet zonder reden dat partijen die hun programma niet door het CPB laten doorrekenen vaak het verwijt krijgen dat ze iets voor de kiezer te verbergen hebben. Als de uitkomsten van hun plannen gunstig waren zouden ze immers daarmee te koop lopen.

Ondanks zijn kritiek die deels hout snijdt maar voor het grootste gedeelte te idealistisch en te naïef is, heb ik Jesse Klaver nog niet horen zeggen dat hij helemaal van het CPB af wil. Wie dat wel heeft aangekondigd is Thierry Baudet van het Forum voor Democratie. Hij kondigde deze week op Twitter en in zijn partijprogramma aan dat het FvD het CPB wil afschaffen omdat de partij tegen een planeconomie is. Dit zouden volgens Baudet USSR-praktijken zijn.

Maar daarmee toont Baudet vooral aan dat hij niet heeft begrepen wat de taak van het CPB is. Het CPB ‘’plant’’ en beslist niet. Het CPB berekent alle opties en programma’s van alle meewerkende partijen door. Het is vervolgens aan de bij verkiezingen gekozen politici om te bepalen welke zaken voorrang krijgen en wat wel en niet belangrijk is voor de economie. Dat zijn ideologische discussies waar het CPB zich verre van houdt. Ook als het CPB meldt dat een bepaalde maatregel slecht is voor de economie, zou een meerderheid van de Tweede Kamer kunnen beslissen dat de maatregel in kwestie alsnog wordt doorgevoerd. Tot zover Baudets quatsch over een zogenaamde ‘’CPB-planeconomie’’.

In een democratie is het van cruciaal belang dat kiezers weten waarop ze stemmen. Het klopt, natuurlijk moeten er na de verkiezingen concessies worden gedaan en akkoorden gesloten en zijn politici over veel zaken niet eerlijk in de campagne. Maar juist daarom is het van belang dat de feiten en de cijfers open en bloot op tafel liggen, waardoor de politici daarvoor niet kunnen weglopen in de campagne en daarna. Emile Roemer van de SP kan bijvoorbeeld nog altijd niet aantonen hoeveel geld het door hem gewenste nationaal zorgfonds gaat kosten. Hierdoor is een ideologische discussie hierover voorlopig ook niet aan de orde; de politiek moet eerst weten of het fonds wel mogelijk en betaalbaar is.

En dat maakt dat het door sommigen gewenste opheffen van het CPB een rechtstreekse uitholling van de democratie zou betekenen. Kiezers zou informatie worden achtergehouden die nodig is om in het stemhokje een keuze voor de toekomst te maken. Met enkel ideologische vergezichten, die in de campagne en daarna óók belangrijk zijn, kom je er niet. Feitelijke en cijfermatige onderbouwing van plannen en beweringen is harder nodig dan ooit.

Zonder het CPB zouden partijen weliswaar door andere bureaus hun plannen kunnen laten doorrekenen, maar de onafhankelijkheid daarvan zal altijd ter discussie staan.  Zo liet Geert Wilders ooit door het Britse Lombard Street Research onderzoeken wat de gevolgen van een eventuele exit van Nederland uit de Europese Unie zou kosten en opleveren. De uitslag was positief, maar doordat Wilders dit bureau zelf had ingehuurd en dus betaald liet de objectiviteit ervan te raden en te wensen over.

Het moet in de politiek zeker niet enkel en alleen over cijfers en bedragen gaan. Maar om een ideologisch en politiek debat te kunnen voeren over plannen en maatregelen moeten de achterliggende cijfers wel openbaar zijn. En daar hebben we het CPB nu eenmaal voor nodig.