De PS-verkiezingen in maart gaan Rutte-3 de meerderheid kosten – en daardoor wellicht stabieler maken.

In 2019 mogen we tweemaal naar de stembus. Eind mei vinden de Europese verkiezingen plaats. Twee maanden daarvoor bepalen de kiezers via getrapte verkiezingen de samenstelling van de Provinciale Staten en daarmee uiteindelijk ook van de Senaat.

Die laatste is voor de vaderlandse politiek ongetwijfeld het belangrijkst. De peilingen overziend lijkt het duidelijk dat het kabinet aanstuurt op minderheidsstatus. Voor een absolute meerderheid zijn in de Eerste Kamer 38 zetels nodig, de verwachting is dat de coalitie er hooguit 30 zal halen. Samenwerking met de oppositie wordt dus nodig om te kunnen overleven.

Samenwerken dus, maar met wie? Extreemrechts, PVV en FvD, valt als optie meteen af. Omdat de PvdA in de Tweede Kamer in navolging van (lees: uit angst voor het electoraal potentieel van) de SP voor de totale oppositie heeft gekozen, betekent dit dat Rutte voor het overleven van zijn kabinet in praktijk vooral aangewezen lijkt op de steun van GroenLinks.

GL-leider Klaver lijkt daarmee alle troeven in handen te hebben. Hij kan de staatsman spelen door de stabiliteit van het bestel te garanderen (in Duitsland een belangrijke reden waarom centrumlinkse kiezers nu massaal voor de Groenen kiezen). Tegelijkertijd kan hij een hoge prijs vragen voor zijn steun, en daarbij bedingen dat hij zijn handen vrij mag houden om bij voor zijn achterban onacceptabele voorstellen gewoon tegen te stemmen.

Het kabinet zou daarmee ogenschijnlijk sterk verzwakt uit de verkiezingsstrijd komen. Maar als het iemand is toevertrouwd om van deze nood een politieke deugd te maken, dan is het Mark Rutte. Juist omdat hij niet gehinderd wordt door trots of principes, is hij in staat om in elke situatie zichzelf zover op te rekken dat hij ogenschijnlijk onoverbrugbare verschillen toch weet te overbruggen. Onder druk wordt alles vloeibaar, en juist in dit vloeibare is Rutte in zijn element.

Zolang de peilingen ongeveer blijven wat ze zijn, dus met de VVD nog steeds duidelijk voor op de rest en zonder uitgesproken koploper op links, zal geen van de betrokken partijen durven te breken. De zo ontstane constructie oogt wellicht niet stabiel, maar zou het wel kunnen zijn. Opmerkelijk genoeg zou een slecht verkiezingsresultaat in maart de kans dat de coalitie de rit uitzit dus eerder doen toe dan afnemen.