Frank Bosman is cultuurtheoloog, opiniemaker en computerspelletjesfanaat. Hij zit onder meer in het panel van het EO-televisieprogramma De tafel van Tijs en heeft een column in BN/de Stem. Wat vindt deze scherpzinnige knuffelkatholiek van het hele verkiezingscircus? Ewout Klei voelde Frank Bosman hierover stevig aan de tand.

 

Op 15 maart vinden er in Nederland Tweede Kamerverkiezingen plaats. Ik kan wel heel cliché vragen waar je op stemt, maar dat is een beetje flauw. Op welke niet meer bestaande partij zou jij stemmen, als dat zou kunnen? De Katholieke Volkspartij? De Politieke Partij Radikalen die zich in 1968 van de KVP afsplitste? Of, doe eens gek, de Boerenpartij?

Als de KVP nog zou bestaan, dan zou ik daar best op hebben kunnen stemmen. We moeten dan natuurlijk maar afwachten of de KVP niet, net als zijn opvolger het CDA, zou zijn weggezakt in een donker moeras van gezapige middle ground. Misschien, omgekeerd en even vervelend, zou de moderne KVP wel de route van het Katholiek Nieuwsblad zijn gelopen, waar vurige rooms-katholieken zich in een gothische katehdraal van woorden hebben opgesloten en elkaar toefluisteren dat de rest van de wereld slechts een boze droom is. Maar aan de andere kant: ik ben een trotse, kerkgaande rooms-katholieke theoloog. Dus als er een KVP zou zijn, waarom niet.

 

Als cultuurtheoloog hou je je bezig met het ondermaanse, maar ook met zaken die – volgens de gelovigen dan – eeuwigheidswaarde hebben. Wat zijn volgens jou de echt grote thema’s in de politiek, de existentiële?

De grootste existentiële crisis waar de politiek (samen met andere maatschappelijke krachten en velden) een oplossing voor zou moeten proberen aan te dragen, is het indammen van een collectieve, verlammende angst. We zijn, in ons postmodern kikkerlandje, voortdurend bang. Of liever gezegd, we denken dat we bang zouden moeten zijn. Feitelijk vertrouwen we elkaar voortdurend: de buschauffeur die je naar het station brengt, de dame achter de counter bij de Starbucks, de loodgieter die aan je cv rommelt, we vertrouwen al die mensen op hun blauwe ogen. En dat hoort ook zo: vertrouwen is het cement van elke samenleving. Maar we zijn bang, en we worden bang gemaakt, door elkaar opverjaardagsfeestjes en in opinieporgramma’s op radio en televisie, door de populisten, die de feitelijke handelaren in angst zijn. We zijn bang, we worden bang gemaakt, en we roepen collectief om bescherming. De staat kan die bescherming niet bieden, althans niet zonder daar een hele grote prijs voor te moeten betalen. Omdat de overheid niet anders kan dan falen, worden we nog banger, roepen we om protocollen, commissies, transparantie, controle. Het helpt niets, alleen de angst wordr groter omdat elke controle uiteindelijk wel moet mislukken.

 

Je was nogal kritisch op de advertentie van Mark Rutte aan het Nederlandse volk, die in een aantal Nederlandse kranten verscheen. Je noemde het een liefdesbetuiging aan Geert Wilders. Is dat niet veel te kras geformuleerd? De VVD is, als liberale partij, toch voor gelijke rechten voor iedereen? Of is er volgens jou toch meer aan de hand?

Nope, dat was niet te kras geformuleerd. Wat Rutte doet in zijn brief, en dat is feitelijke uiterst antiliberaal, is het onderscheid maken tussen twee soorten mensen, ‘wij’ en ‘zij’. Wij zijn de ‘normale Nederlanders’ met een goede opvoeding, een redelijke scholing en dito baan. We weten hoe het hoort, we weten dat we in de pas moeten lopen, we weten wanneer we op een grapje van de baas moeten lachen en wanneer we onze collega een dolkstoot in de rug moeten geven tijdens de volgende promotieronde. Zij, dat zijn ‘andere mensen’, een andere soort mensen. Wel mensen, maar gewoon anders. Beetje minder ook. Minder opgevoed. Minder scholing. Een beetje achtelijk. Beetje middeleeuws. Primitief misschien zelfs. En iedereen, echt iedereen, begrijpt dat de minister-president, onze minister-president als de eerste de beste lauwe campagneleider staat af te geven op een gemakkelijke groep, de buitenlanders, de asielzoekers, de moslims. Iedereen weet dat Rutte deze categorieën bedoelt, maar hij zegt het niet. En intussen maakt hij de tweedeling nog groter. En voor je het weet zijn de ‘zij’ slechts insecten of ongedierte waarvan het op een bepaalde manier ‘logisch’ is om ze met wortel en tak uit te roeien.

 

Het wij-zij-denken vind ik ook niet heel liberaal. Maar de VVD verwoordt wel een onbehagen wat veel mensen hebben. Mensen die geen racisten zijn. Je kunt dit onbehagen toch niet – wat GroenLinks en linkse journalisten wel telkens doen – meteen demoniseren als racistisch en PVV? Ik word bijvoorbeeld bijna misselijk als ik GroenLinks-politici naïef over de vluchtelingencrisis hoor, terwijl ik dus helemaal niet voor de PVV ben en ook absoluut niet van mening ben dat je alle vluchtelingen of alle moslims maar het land uit moet trappen. Je kunt aan asielzoekers hier toch wel bepaalde eisen stellen? Niet dat ze voor Zwarte Piet of het homohuwelijk moeten zijn ofzo, maar je mag toch wel van ze verwachten dat ze de wetten van ons land respecteren? 

Liberaal betekent dan ‘verwoorden van de nationale onderbuik’? Dat mag, maar volgens mij draait Thorbecke zich in zijn graf om als ie dat zou horen. Het is ook juist heel liberaal om vrijheden te verdedigen, juist als die onder druk staan van een (aanzienlijk deel) van het volk. Ik ben het met je eens – ik word ziek van moraalpaalfappende beroepslinksen die in elk debat ‘racisme’ of ‘fascisme’ roepen en zo elk debat direct moreel naar zich toetrekken. (Overigens doen stelselmatig verongelijkte rechtsmensen dat ook met het begrip ‘vrijheid van mensingsuiting’.) En nee, ik ben dus ook niet voor de PVV, die ik intellectuele luiheid en ‘de beste stuurlui staan aan wal’-syndroom verwijt. Makkelijk brullen vanuit de oppositie, maar snel weglopen van regeringsverantwoordelijkheid.

Je mag zeker eisen stellen aan mensen die zeggen dat ze voor kortere, langere of zelfs oneindige termijn in je land willen blijven verkeren: scholing, taal, baan, meedraaien in de vrijwilligersmolen, buurtleven, enzovoorts. Het nadeel van de hele discussie over deze ‘eisen aan asielzoekers’ is dat we er a priori van lijken uit te gaan dat ‘zij’ alleen iets komen halen (‘stelen’ zou de onderbuik murmelen) van/bij ‘ons’. Misschien komen zij ons ook iets brengen waarvan we nu nog niet (kunnen) weten dat we er behoefte aan zouden kunnen hebben. Misschien concluderen we over honderd jaar wel dat de toenmalige ‘vluchtelingencrisis’ uit het begin van de 21e eeuw niets anders geweest is dan een onderdeel van een wereldwijde, nieuwe volksverhuizingen. Natuurlijk, er zijn aanpassingsproblemen, opstartproblemen, sociale spanningen, maar uiteindelijk geven deze ‘nieuwelingen’ de zo noodzakelijke nieuwe impulsen aan onze Westerse samenleving. Het is nieuw bloed, nieuwe ideeën, nieuwe energie, nieuwe arbeidskracht, nieuwe naasten om onze latent christelijke naastenliefde op te kunnen inoefenen. Het feit dat het in de politiek weer om identiteit, normen & waarden lijkt te gaan (zeker in verkiezingstijd) in plaats van dat eeuwige gezeur over half procentje meer of minder waar het aan het einde van de 20e eeuw alleen maar over leek te kunnen gaan, zou je in een breder perspectief als positief kunnen beschouwen. Bedenk overigens hoe relatief de weerstand, ook van de boze blanke onderbuikmeneer, is tegen ‘de vluchtelingen’. Zolang het om een naam- en gezichtsloze massa gaat is ‘tegen’ heel gemakkelijk. Maar zodra het om Achmed op de hoek met zijn groetewinkel gaat, nee, die mag blijven. Dat is Achmed. Nederlanders zijn eigenlijk heel tolerant, ook tegen nieuwkomers, maar we hebben elkaar gedresseerd om te denken dat we dat niet zijn, en dat dat een goed ding zou zijn.

 

Identiteit is een belangrijk onderwerp, voor rechts, maar ook voor linkse partijen als GroenLinks, Artikel1 en DENK. Denk aan de discussies over Zwarte Piet en aparte toiletten voor trandgenders. Ben jij niet bang dat we door het vele navelstaren niet meer naar de ander kunnen kijken? Hoe kunnen we de narcistische Identity Politics overwinnen?

Ik denk, en dat probeer ik mijn kinderen ook te leren, dat je moet proberen je stem uit te brengen op een politicus of een politieke partij die – volgens jou – het beste is voor heel Nederland. Dus niet welke het beste jouw particuliere belangen ondersteunt. Niet de politieke partij waar jouw soort mensen zich thuisvoelt. Nee, de partij waarvan jij gelooft dat deze het beste ‘werkt’ voor een zo groot mogelijke groep in de samenleving. Dan staar je niet meer naar je eigen navel, maar zie je in de ogen van de ander. Je eigen navel stinkt naar je eigen klamme angstzweet, de ogen van de ander weerspiegelen zijn hoop dat jij het beste zal kiezen voor iedereen.

Een ander fenomeen, waar jij vast wel een slimme mening over hebt, is het zogenoemde nepnieuws. Bepaalde websites komen met nieuws dat niet echt blijkt te zijn. Het duurt meestal niet lang voordat een slimmerik erachter komt dat het nieuws nep is, maar dan is het kwaad al geschiedt. Is nepnieuws echt iets voor deze postmoderne tijd omdat we de waarheid van ons hebben afgeschud? Naar analogie van de dood van God, beschreven door Nietzsche in Die fröhliche Wissenschaft, hebben we nu de dood van de Verlichting aanschouwd?

Ik denk eerder dat we door nepnieuws, fact free politics en alternatieve waarheden, om maar een paar Trumpismes te gebruiken, aan de rand komen van een soort journalistiek, die tot op de dag van vandaag dominant lijkt te zijn geweest. Ik doel op de objectieve journalistiek, die van zichzelf gelooft dat zij dit werkelijk kan zijn. En nee, ik wil daar geen subjectieve journalistiek tegenover zetten, eerder een activistische of – met een lelijk woord misschien – een ideologische journalistiek. De moderne journalist moet inzien dat zijn blik op de werkelijkheid altijd bepaald wordt door zijn eigen particulariteiten, en dat de koers van het medioum waar hij voor werkt wordt beïvloed door duizend-en-een-dingen waar van hij nog niet de helft kan overzien. Ik pleit voor een journalist en een journalistiek medium dat in volle eerlijkheid en fierheid laat blijken dat hij/zij/het een bepaalde ideologisch, levensbeschouwelijke of filosofische kijk op de werkelijkheid heeft. En die revolutie zit er aan te komen. Het ‘nepnieuws’ is niets meer dan een barenswee voor de nieuwe journalistiek.

 

Interessant, maar benader je het nu niet te filosofisch? Bij geschiedenis leerde ik dat je een onderscheid moet maken tussen feiten en interpretaties. Natuurlijk is de werkelijkheid onoverzichtelijk en zijn ideologieën er juist om feiten een bepaalde zin (in beide betekenissen van het woord) te geven, waarbij feiten die niet in je straatje passen worden genegeerd, maar bij nepnieuws gaat het om nepfeiten. Een activistische website als Joop interpreteert alles heel krom, maar ze komen niet met nepfeiten (wel vaak met canards, maar dat is toch wat anders). Wat als Joop nu filmpjes gaat maken en artikelen gaat schrijven over feiten die niet hebben plaatsgevonden?  Bijvoorbeeld een moskee die in de brand is gestoken door PVV-aanhangers, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is? Dat is gaat toch veel verder dan ouderwetse ideologisch gedreven journalistiek? 

Klopt helemaal. Ik maak onderscheid tussen ‘nepnieuws’ en ‘ideologische journalistiek’. Bij ‘nepnieuws’ brengt een journalist of een medium een boodschap naar buiten als ‘nieuws’ (met alle suggestie van objectiviteit die daar traditioneel gezien bijhoort), terwijl hij/het weet dat het om onwaarheden gaat. De nepnieuwsjournalist (als je dan nog van een journalist mag spreken) weet dat hij de waarheid verdraait, maar vindt dat op de een of andere manier niet erg. Een ideologische journalist brengt nieuws waarvan hij oprecht gelooft dat het om waarheden gaat. Natuurlijk kan hij daarin falen. De ideologische journalist wil de waarheid brengen en geeft zich publiekelijk rekenschap van zijn (beperkte) vooringenomenheid, die voortkomt uit zijn ideologische plaatsbepaling. De nepjournalist wil een (commerciële, politieke of anders) boodschap brengen en probeert juist zo hard mogelijk zijn ware intenties te verbergen voor degenen die zijn ‘nieuws’ lezen.

 

Ten slotte, hoe zie jij de toekomst van Nederland voor je? Blijven we doormodderen? Komt Wilders aan de macht? Of gebeurt er iets heel anders?

Ik voorzie een grote coaliteit van de drie grootste partijen in de komende verkiezingen, die tezamen zo’n 80 zetels zullen bezitten: VVD, PVV en 50Plus. Natuurlijk, Rutte zal voor de buhne een weekje of twee bulderen dat regeren met de PVV ‘ondenkbaar is’, maar daarna zal hij met gespeelde tegenzin maar in ‘het belang van ons land’ (maar vooral in het belang van zijn derde kabinet) toch met de PVV in zee gaan. Op zich op langere termijn niet slecht. Zodra de PVV regeringsverantwoordelijkheid krijgt (en geen kleffe gedoogconstructie, die willen we niet meer), zijn we binnen twee jaar van die rare snuiters af. Zodra ze vuile handen krijgen vallen ze bij hun electoraat uit te gratie. En 50Plus, ach ja, 50Plus. Die babybomers zullen zo verrukt zijn dat ze a) in de Tweede Kamer komen, b) met zoveel zetels, en c) dat ze zelfs gevraagd worden door de twee mooiste jongens van de klas voor het middelbareschoolgala dat onze democratie geworden is, dat ze zich kop-eerst als lijm zullen laten misbruiken voor een politiek huwelijk waarvan de scheidingspapieren eerder geteklend zijn dan de trouwakte