Naar aanleiding van een interview op deze site, schreef GroenLinkser Fabian van Hal een gastcolumn over religiekritiek. Hij wilde het in het interview gewekte beeld dat hij vond dat beledigers van religie gestraft dienen te worden, deels rechtzetten.

Van Hal neemt afstand van het idee dat religiekritiek strafbaar zou moeten zijn. Gelukkig maar, want GroenLinks noemt zichzelf een progressieve partij en dergelijke strafmaatregelen zijn van middeleeuwse proporties. Smalende godslastering is niet voor niets al jaren niet meer bestraft in Nederland.

Wel wil Van Hal dat er straffen staan op het bewust beledigen van mensen omdat zij een bepaalde religie aanhangen. Maar waar zit ‘m dan het verschil? Sommige religieuze mensen zullen zich allicht al beledigd voelen wanneer je hen op de feiten wijst die hun geloof ontkrachten. Een creationist op evolutie wijzen of een strenggelovige moslim op de gewelddadige verspreiding van de islam, kan als beledigend worden opgevat. Moet het delen van deze feiten dan maar strafbaar zijn? Ik mag hopen dat Van Hal, en GroenLinks met hem, dat anders ziet.

Hier zit direct het grote probleem met het bestraffen van een belediging. Wie bepaalt wat een belediging is? Het is een subjectieve waarneming door de persoon die zegt beledigd te zijn. Je kunt belediging niet vaststellen, zoals bij moord, verkrachting en roof wel mogelijk is. En daarom kun je dit alleen bestraffen wanneer je willekeur toepast. Een doodzonde in een rechtsstaat. Van Hal wil geen ”vrijbrief” voor belediging, maar dat is dus precies wat er zou moeten zijn.

Gelovigen zullen het dus moeten doen met het (straf)recht dat voor iedereen geldt. Wie een ander schade toebrengt, moet bestraft worden. Maar een uitzondering maken voor religie is rechtsongelijkheid van het zuiverste water. Nog meer gezien het feit dat de tegenstanders van religie de wetenschap aan hun zijde hebben. En ook dat zou voor GroenLinks, dat vaak terecht wijst op de wetenschappelijke consensus over klimaatverandering, van doorslaggevend belang moeten zijn. Ideeën moeten worden bestreden met ideeën, zoals Van Hal zelf ook schrijft.

Religie zou eerder minder dan meer bescherming van het recht moeten genieten. Wie een ander beledigt om zijn of haar huidskleur, doet dat op basis van een aangeboren eigenschap. Het aanhangen van een religie is een keuze. En daarom moet men religieuzen ook kunnen beledigen omdat zij een bepaald geloof aanhangen. Wie daaraan tornt, rommelt met de vrijheid van meningsuiting.

 

Afbeelding: Wikimedia Commons