Het is een interessante tijd, waarin wij leven. Producten zijn er in overvloed en altijd in handbereik. Je hoeft niet meer in de stad te wonen om te shoppen. Producten zijn direct te consumeren en met alle overvloed spreekt men soms zelfs van een wegwerpmaatschappij.

Of je nu wil shoppen bij Zara, eten wil bestellen bij Deliveroo of je lievelingsboek bij Bol.com wil bestellen, je hoeft er zelf niet voor op te staan en doet het vanaf je bank. Het is erg gemakkelijk en sluit goed aan bij ons drukke leven. Maar overdaad schaadt en heeft negatieve effecten op het milieu. Dat weten we tegenwoordig ook steeds beter. De consument wordt alsmaar bewuster, beslist actiever welke bedrijven hij met zijn geld wilt steunen. Om deze trend in te vullen, zien alsmaar nieuwe initiatieven het daglicht. In dit artikel nemen we er enkele onder de loep.

MODESECTOR
Versace besloot onlangs geen bont meer te gebruiken in hun modecollecties. Dit doen ze nadat Gucci, Michael Kors en Furla al eerder bont afzweerden. Er zijn tegenwoordig voldoende alternatieven voor bont, dieren hoeven er niet meer onder te lijden. Ook voor leder zijn er alternatieven en zie je tegenwoordig vegan lederwaren in de mainstream winkelketens.
De massaproductie van kleding heeft een enorme impact op de planeet. Deze industrie is verantwoordelijk voor 10% van de CO² uitstoot, en 24% van de insecticiden en 11% van pesticiden worden gebruikt voor de katoenteelt. Ook de arbeidsomstandigheden in deze sector laten vaak te wensen over, aangezien veel van de makers onderbetaald worden.
Gelukkig zijn er steeds meer initiatieven in Nederland die een alternatief aan de consument bieden. Zo is er een kledingbibliotheek in Amsterdam, waar je kleding kunt lenen en zo dus in totaal minder kleding in de omloop komt. Daarnaast zijn er steeds meer duurzame kledingmerken, zoals Loop.a life. Loop.a life is het eerste Nederlandse merk dat een collectie van 100% gerecycled textiel maakt, afkomstig van de Nederlandse kleding afvalberg.
Er is ook steeds meer vraag naar natuurlijke materialen, zoals wol en zijde, in plaats van gemaakte stoffen, zoals polyester. Er wordt volop gewerkt aan nieuwe materialen en deze werden voorgesteld op 13 – 15 maart tijdens de beurs Material Xperiance. Innovatieve materialen stonden hier dit jaar centraal.

VOEDINGINDUSTRIE
De consument die bewuster met consumptie omgaat, zien we ook terug in de voedingsindustrie. Als je door de straten wandelt zie je steeds meer vegetarische of vegan restaurants. Het aanbod is enorm gegroeid. Ze bieden lekkere alternatieven in plaats van vlees. De lokale productie en het gebruik van seizoensgroenten en fruit staan vaak centraal. Lokaal produceren biedt tal van voordelen. Het is goed voor het milieu, want er komt minder transport aan te pas en je speelt dus korter op de bal. Ook is lokaal produceren in de stad tegenwoordig mogelijk. In Rotterdam wordt het dak van het Schieblock gebruikt als DakAkker. Er worden groenten geteeld die dan worden gebruikt door de restaurants uit de buurt.
Nederland is een koploper in gezonde voeding. Zo staat het hoog op de agenda van de Nederlandse rijksoverheid om als land een toonaangevend voorbeeld te zijn in gezonde en duurzame voeding. Dit bestaat uit voeding geproduceerd met minder broeikasgassen, antibiotica en andere schadelijke middelen. Ook wil de overheid minder zout, verzadigd vet en suiker in de producten. Ze lanceerde de website voedingscentrum om de consument beter in te lichten over gezonde en duurzame voeding.
Deze sectoren zijn duidelijk in beweging, maar ook in sectoren, als de energie of bouw, vinden veranderingen plaats. Deze ontwikkelingen zijn interessant om te volgen en als consument bij stil te staan.