In het Geldmuseum in Stockholm kunt u de eerste en de zwaarste munt ter wereld bewonderen, net als de eerste bankbiljet en het unieke stenengeld van het eiland Yap. Kortom, zeker een bezoek waard. Let er echter wel op dat u door de kekke infografieken niet om de tuin wordt geleid over hoe de werkelijkheid er uitziet!

In een relatief klein gebouw – maar alles wat tegenover het gigantische Koninklijke Paleis in de Zweedse hoofdstad Stockholm staat, is relatief klein – aan de noordkant van de zeer charmante Gamla Stan ofwel het oudste deel van Stockholm, is het Kungliga Myntkabinettet, het Zweeds Geldmuseum, te vinden. Een bezoek is zeer aan te raden, al was het maar om de eerste munt ter wereld (geslagen onder de Lydische koning Croesus, ergens tussen 561 – 546 v.Chr en gemaakt van elektrum, een legering van goud en zilver), de zwaarste munt ter wereld (geslagen in 1644 in Zweden, gemaakt van koper en 19,7 kilogram zwaar; optillen mag, sterker nog, de bezoeker wordt daartoe uitgenodigd), het oudste bankbiljet uitgegeven in Europa (uitgegeven door de Stockholm Banco in 1666), het eerste Zweedse muntje (uit het jaar 995) of het steengeld van het eiland Yap op één plek te zien.

Het zwaarste munt ter wereld, gemaakt van koper in Zweden in 1644

Het zwaarste munt ter wereld, gemaakt van koper in Zweden in 1644

Dat Zweden overigens de zwaarste munten ter wereld sloeg én in dezelfde periode de, naar eigen zeggen, eerste bankbiljetten uitgaf, houdt verband met elkaar. Vanaf 1644 ging Zweden munten van koper slaan. Er heerste in Europa een chronisch tekort aan zilver, dat werd gebruikt om munten te slaan. Dat kwam doordat aan de Spaanse scheepskonvooien met honderden tonnen zilver en goud van de Maya’s, Inca’s en de Azteken uit Midden- en Zuid-Amerika een einde was gekomen: alles was al verscheept naar Europa. Waar zilver volop aanwezig was geweest, wat in die tijd tot de eerste grote inflatiegolf ooit leidde omdat de geldhoeveelheid enorm aanzwol, was ineens een grote schaarste aan het edelmetaal.

Aangezien koper in Zweden volop aanwezig was, het Scandinavische land was een van de grootste producenten van koper, ging men koperen munten slaan. De kleine munten waren handig voor de detailhandel maar professionele handelaren moesten grotere munten hebben voor groothandel. De munten waren zo groot dat ze in de winter op een slee op karren vervoerd moesten worden. Al snel besloten handelaren hun loodzware munten te deponeren bij Stockholm Banco. Op hun handelsreizen namen ze vervolgens het stortingsbewijs mee. Het was veel handiger dan die grote munten én de andere handelaren accepteerden die bewijzen ook in plaats van fysieke munten: de eerste bankbiljetten waren een feit.

Het eerste bankbiljet, uit 1666

Het eerste bankbiljet, uit 1666

800 procent inflatie in drie jaar

Zoals in elk geldmuseum is er ook in Stockholm veel aandacht voor de ontwikkeling van de waarde van het geld door de eeuwen heen. Een groot deel van de begane grond is ingeruimd voor de historie van inflatie. Te zien zijn onder meer vele bankbiljetten uit vele landen die te maken hebben gehad met extreme vormen van inflatie. Uiteraard is er vooral veel aandacht voor de Zweedse ervaringen met de geldontwaarding, zoals bijvoorbeeld de periode 1590 – 1592 toen de inflatie 800 procent bedroeg. Niet zonder reden overigens. Tegen het einde van zijn regeerperiode liet koning Johan III nieuwe zilvermunten slaan die steeds meer koper en steeds minder zilver bevatten. Hij probeerde zo met evenveel zilver als voorheen meer geld in omloop te brengen. De nominale waarde bleef namelijk onveranderd.

Omdat alle handelaren in Zweden in 1590 voor hun waar evenveel zilver als voorheen wilden ontvangen, gingen ze simpelweg meer munten vragen zodat ze evenveel zilver kregen als voorheen

Het is te vergelijken met wat de centrale banken anno 2015 doen, namelijk op grote schaal ongedekt geld bijdrukken. De Europese Centrale Bank (ECB) creëert er per seconde 23.148,15 euro bij. Maar omdat alle handelaren in Zweden in 1590 voor hun waar evenveel zilver als voorheen wilden ontvangen, gingen ze simpelweg meer munten vragen zodat ze in werkelijkheid evenveel zilver kregen als voorheen. Anders gesteld: zij gingen nominaal fors meer vragen om in reële termen hetzelfde te krijgen. Daardoor spoot de inflatie omhoog.

Weggevreten door inflatie

Al wandelend van de ene vitrine met de vele bankbiljetten met groot aantal nullen naar de andere vitrine met de zilvermunten die in loop der tijd ontdaan werden van al het zilver, komt de bezoeker een poster tegen. Het Zweeds Geldmuseum dacht, terecht, dat één goede infographic goed is voor duizend woorden. En hoe beter kun je het gevolg van de inflatie, namelijk dat je geld minder waard wordt, laten zien dat een stuk van een munt weg te photoshoppen. Het weggelaten deel is dan wat de inflatie weggevreten heeft. Helaas dichtte het Geldmuseum zich daarbij wel veel vrijheden toe. De nietsvermoedende bezoeker wordt met die kekke infographic volledig het bos ingestuurd. Hij wordt, zonder dat hij het door heeft, op een gruwelijke wijze misleid.

De munt op de infografiek in het Geldmuseum in Stockholm over de schade van de inflatie in Zweden

De munt op de infografiek in het Geldmuseum in Stockholm over de schade van de inflatie in Zweden

Kijk goed naar de infografiek die op de muur van het Geldmuseum in Stockholm prijkt. Ongeveer een kwart van de munt van één krona is weggevreten. De bezoeker ziet de boodschap duidelijk; inflatie, geldontwaarding, berooft je. Als de maker ervan echter de werkelijke geldontwaarding had afgebeeld, dan had op die poster er heel anders uit moeten zien.

Geldmonopolie

Wie het Geldmuseum uitloopt en om het Koninklijk Paleis loopt, ziet voor zich de Norrbro, de noordelijke brug, één van de vier bruggen om de Gamla Stan aan de noordkant te voet te verlaten. Wie over die Norrbro-brug loopt, het Gustav Adolfplein oversteekt en almaar rechtdoor blijft lopen, op de Malmtorgsgatan, loopt na enige tijd vanzelf tegen en zwart, bunkerachtig gebouw aan. Het is het hoofdkantoor van de Riksbank, de Zweedse centrale bank. Na de eerste en de zwaarste munt ter wereld en het eerste bankbiljet gezien te hebben, ziet de bezoeker zo ook de oudste centrale bank ter wereld.

Het is belangrijk in het achterhoofd te houden dat inflatie niet iets is dat uit de lucht komt vallen, maar het gevolg is van beleid

De Riksbank is opgericht in 1668. In 1897 krijgt de bank het alleenrecht bankbiljetten te drukken. Het is belangrijk in het achterhoofd te houden dat inflatie niet iets is dat uit de lucht komt vallen, maar het gevolg is van beleid. Als de monetaire historie ons iets leert, dan is het dat inflatie altijd en overal het gevolg is van teveel geld dat in omloop is, het geld dat, zoals de Amerikaanse econoom Milton Friedman het ooit zei, achter te weinig goederen zit.

Eigen conto

Aangezien de Riksbank sinds 1897 het monopolie heeft op uitgifte van bankbiljetten is de inflatie in Zweden sindsdien op zijn eigen conto te schrijven. Tussen 1897 en 2007 zijn de prijzen in Zweden met 5.527,4 procent gestegen. Ter vergelijking: tussen de oprichting van de Riksbank in 1668 en 1897 stegen de prijzen in totaal met 2.462,6 procent. Om een en ander in perspectief te plaatsen: als we voor het gemak en slechts ter illustratie het simpele gemiddelde per jaar berekenen, dan zien we dat het jaarlijkse gemiddelde sinds 1897 ruim 50 procent, is waar dat tussen 1668 en 1897 iets meer dan 10 procent bedraagt.

prijsindexzweden

Ontwikkeling van de prijzen in Zweden sinds 1290

Omdat een grafiek zoals reeds gesteld meer vertelt dan duizend woorden ziet u de grafiek van de prijsontwikkeling in Zweden sinds 1290 met daarin met pijltjes aangegeven het oprichtingsjaar van de Riksbank en het moment waarop die bank het alleenrecht kreeg om bankbiljetten uit te geven. De grafiek spreekt boekdelen. Terug naar de infografiek in het Geldmuseum in Stockholm. Gezien het feit dat de totale inflatie sinds 1897 alleen al in Zweden ruim 5.500 procent bedroeg, is de afbeelding van de munt van één krona waarop ruwweg 25 procent door de inflatie weggevreten is, een zeer onjuiste, rooskleurige weergave van de werkelijkheid. Er had slechts een uiterst dunne, nauwelijks met het blote oog zichtbare, lijn moeten staan. Dat is namelijk wat er over is van de waarde van de krona nadat de Centrale Bank het alleenrecht kreeg geld te drukken.

Waarschuwing op bankbiljetten

Begin mei waren Zweedse bouwlieden aan het werk op het Brunkebergstorg, het plein waar het Riksbankgebouw staat. Vandaar dat wie van een afstand naar het gebouw keek, in zijn blikveld, sterk contrasterend tegen de gitzwarte achtergrond van het Riksgebouw, een knalgeel bord zag waarmee de weggebruiker gemaand werd op te letten. Het bord waarschuwde in feite niet alleen de weggebruikers op het plein maar álle Zweden: de Riksbank brengt uw geld onherstelbare schade toe.

Er is geen munt ter wereld die nu, in termen van koopkracht, meer waard is dan in het verleden

Aangezien de Riksbank geen uitzondering is maar de regel – alle centrale banken vernietigen de waarde van het geld, er is geen munt ter wereld die nu, in termen van koopkracht, meer waard is dan in het verleden – zou zo’n bord eigenlijk permanent naast de hoofdingang van alle centrale banken vastgeschroefd moeten zijn. En op onze bankbiljetten zou, net als op pakjes sigaretten, een waarschuwing moeten staan.

De Zweedse Riksbank met rechtsonder een waarschuwingsbord

De Zweedse Riksbank met rechtsonder een waarschuwingsbord

Trouwens, over bankbiljetten gesproken, op de bovenste etage van het Geldmuseum in Stockholm zijn de nieuwe Zweedse bankbiljetten te zien. Voor het eerst in 30 jaar krijgt het Zweeds geld een ingrijpende make-over. Er wordt zelfs een nieuw bankbiljet, van 200 krona, geïntroduceerd. De nieuwe munten en bankbiljetten gaan vanaf oktober dit jaar geleidelijk aan de oude vervangen. Nog vóór de zomer van 2016 moet de operatie klaar zijn.

Tegen invoering euro

Als bezoeker uit de eurozone is de verborgen boodschap mij niet ontgaan: het invoeren van de euro mag dan wel een verplichting zijn voor alle EU-landen (zodra een EU-land voldoet aan de criteria moet het volgens het Verdrag van de Europese Unie de eigen munt vervangen door de euro), Zweden is niet van plan de krona naar de geschiedenisboeken te verwijzen. De regering in Stockholm blijft zo de wens van de Zweedse bevolking respecteren. In 2003 sprak 55,9 procent van de Zweden zich uit tegen de invoering van de euro. In de regio Stockholm was overigens meer dan de helft vóór de komst van de gemeenschappelijke munt.