In de film Monsieur Chocolat, nu te zien in de bioscoop, draait het allemaal om een beroemde circusact uit de belle époque die de verhoudingen tussen blank en zwart in die tijd maar al te goed duidelijk maakt.

nt_16_Monsieur-Chocolat-carrusel-400x300Rond 1900 was de clown Rafael Padilla (c.1865-1917), beter bekend als Chocolat, beroemder dan Bassie, Pipo en Popov bij elkaar. Omdat veel mensen vandaag de dag waarschijnlijk nog nooit van deze artiest van Cubaanse afkomst gehoord hebben, die jarenlang uiterst succesvol was in de Parijse theaterwereld, is er nu de film Monsieur Chocolat die voor eerherstel moet zorgen; Padilla was immers de eerste zwarte man in Frankrijk die door wist te breken als artiest, dus dat verhaal mag best eens verteld worden. Met in de hoofdrol de uiterst charismatische acteur Omar Sy, die we natuurlijk allemaal nog kennen uit het kassucces Intouchables (2011), neemt regisseur Roschdy Zem ons mee naar een tijd waarin het kolonialisme hoogtijdagen viert en er door de autochtone bevolking van Franrijk met een mengeling van angst, afkeer en nieuwsgierigheid wordt gekeken naar de ‘exotische’ medemens uit den vreemde. Het is een periode waarin iedereen die afwijkt van de norm kan rekenen op flink wat aandacht, getuige circusacts waarin grote, kleine, dikke of bovenmatig behaarde personen worden uitgebuit als freakshows, maar met name onbekende en verre culturen spreken tot de verbeelding. Niet alleen in het circus overigens, maar ook bijvoorbeeld op tentoonstellingen, waar hele ‘authentieke’ uitheemse dorpen worden nagebouwd –compleet met ‘acterende’ kleurlingen die het aldus gecreëerde cliché-plaatje vervolmaken. Tot groot genoegen van de bezoekers die smullen van het stereotiepe tafereeltje.

Gekleurd duo

In deze maatschappij, waarin er geen twijfel lijkt te bestaan over de blanke suprematie op alle fronten, ontkomt een zwarte entertainer niet aan racisme. In de film Monsieur Chocolat maken we kennis met Rafael Padilla op het moment dat hij in een rondreizend circus avond aan avond optreedt als de vervaarlijk grommende negerkoning Kananga (‘de ontbrekende schakel tussen ons en de primaten’) wiens taak er voornamelijk uit bestaat om het publiek de stuipen op het lijf te jagen. Daar komt verandering in als hij wordt benaderd door de clown George Footit (James Thierrée) die op zoek is naar een partner om een duo-act mee op te zetten; een nummer met slapstick-elementen dat draait om een dominante pierrot (de witte clown) met als tegenspeler een domme august (de zwarte clown) en dat steevast eindigt met een schop onder de kont voor laatstgenoemde. Footit en Padilla, die de artiestennaam Chocolat aanneemt, blijken een succesvol duo te zijn en het duurt dan ook niet lang voordat ze aan de bak mogen in het prestigieuze Nouveau Cirque in Parijs, waar ze hun act verder uitbreiden en uitgroeien tot gevierde sterren. Maar zoals altijd komt succes met een prijs: Chocolat lijkt niet goed om te kunnen gaan met het vele geld dat hij opeens verdient en dat vooral opgaat aan vrouwen, kleding en gokken, maar bovenal begint hij zich steeds ongelukkiger te voelen in zijn rol als ondergeschikte domkop die in de piste alleen maar goed lijkt te zijn om de klappen op te vangen. Verkeerde hij aanvankelijk nog in de veronderstelling dat het publiek óm hem lachte, nu begint hij te vermoeden dat ze hem misschien gewoon keihard aan het uitlachen zijn. Is hij eigenlijk wel de geslaagde artiest die hij dacht te zijn, of is hij alleen maar succesvol omdat de blanke toeschouwers het leuk vinden dat de neger op zijn nummer wordt gezet? Een weinig subtiel intermezzo in de gevangenis, waar hij wordt mishandeld door de bewaarders en waar hij in aanraking komt met een Haïtiaanse activist, draagt alleen maar bij aan zijn gevoel van onbehagen.

Workaholic

Het zet de verhoudingen tussen hem en zijn partner flink op scherp. Footit vindt Chocolat ondankbaar en begrijpt niet waarom zijn vriend het succes van hun act op het spel wil zetten door opeens te gaan zeuren over de rolverdeling en de manier waarop het duo wordt afgebeeld op affiches; ja, het hoofd van Chocolat heeft inderdaad wel iets weg van een aap, maar hee, dat is nou eenmaal de manier waarop Toulouse-Lautrec hem afbeeldt –daar gaan we toch niet over klagen? De frustratie van Footit zit ‘m waarschijnlijk ook in het feit dat deze man zijn werk behoorlijk serieus neemt en buiten het theater, in tegenstelling tot Chocolat, niet echt een privéleven lijkt te hebben. We zien hem opbloeien in de piste, waar hij één brok energie en uitbundigheid is, maar in het dagelijks leven is hij een introverte persoonlijkheid waar we nauwelijks hoogte van krijgen. Het cliché van de clown die van binnen huilt maar van buiten lacht is misschien niet helemaal van toepassing op George, maar hij komt er akelig dicht bij in de buurt. Zo zien we Chocolat bijvoorbeeld voortdurend achter de vrouwtjes aanzitten (totdat hij de ware liefde vindt bij een -blanke!- weduwe met twee kinderen) terwijl het twee uur lang een mysterie blijft hoe het met het liefdesleven van Footit zit; er wordt even kort gehint dat hij misschien wel eens homoseksueel zou kunnen zijn, maar zekerheid daaromtrent krijgen we niet. Zo blijft de focus bij dit karakter voortdurend liggen op zijn bestaan als artiest. Dat hij desondanks óók als mens overtuigt hebben we te danken aan de acteur James Thierrée (een kleinkind van Charlie Chaplin!), die met veel gevoel en overgave gestalte geeft aan de bevlogen vakidioot Footit.

Binnen de lijntjes

De expressieve Omar Sy in de rol van levensgenieter Chocolat is ongetwijfeld de grootste troef van deze verder vrij brave film die nergens echt weet te verrassen of overdonderen. Het ziet er prachtig uit allemaal, maar alles wordt keurig volgens het boekje verteld; waarschijnlijk om de film geschikt te maken voor een zo breed mogelijk publiek. Een scherper randje had van Monsieur Chocolat echter een veel interessanter en uitgesprokener werk kunnen maken. Er wordt van alles bijgehaald om de minderwaardige positie van de zwarte clown Chocolat te benadrukken, maar zijn achtergestelde plek in de samenleving behoeft al die extra aandacht niet; we snappen het zo ook wel. Het basisgegeven van de film is al schrijnend genoeg. Als eerbetoon aan Rafael Padilla is de productie echter redelijk geslaagd, al is het alleen al omdat er nu eindelijk eens aandacht wordt geschonken aan deze opmerkelijke artiest die na zijn carrière in de vergetelheid is geraakt. Dat Monsieur Chocolat meerdere malen een loopje neemt met de werkelijkheid, ach, dat zijn we wel gewend van biopics; die nemen het over het algemeen niet zo nauw met de feiten. Zo was het bijvoorbeeld niet Footit die Padilla ontdekte, maar de clown Tony Grice. Sterker nog; op het moment dat Footit en Padilla een duo vormden, was deze laatste al jaren een succes in Parijs –onder de artiestennaam Chocolat. Dus niks geen Footit die de arme uitgebuite neger vanuit de provincie meetroont naar de hoofdstad om het daar te gaan maken. Maar goed, in de film werkt het omdat Footit nu een soort dankbare gehoorzaamheid verwacht van zijn protegé en des te meer teleurgesteld is als Chocolat zich van hem losmaakt om zijn eigen weg te gaan.

En zo zijn er nog wel meer dingen die niet stroken met de ware gang van zaken maar die in principe niet storend zijn zolang ze in dienst staan van het verhaal en de werkelijkheid niet al teveel geweld aandoen. Dat de samenwerking in de piste tussen Footit en Chocolat representatief was voor de relatie tussen zwart en blank in die dagen, dat staat echter vast; of dat van de succesvolle gekleurde clown uit de belle époque een held, een slachtoffer of een meeloper maakt, dat moet ieder voor zich maar uitmaken. Maar bovenal, zo maakt de film duidelijk, was Chocolat een performer in hart en nieren die niets liever wilde dan het publiek vermaken –en daarin is hij hoe dan ook geslaagd.