Yoeri Albrecht (48) is directeur van debatcentrum De Balie in Amsterdam en voorzitter van Vereniging Veronica, dat eigenaar is van het Algemeen Nederlands Persbureau. Albrecht studeerde geschiedenis en internationaal recht aan de Universiteit Leiden en Europese studies aan de Universiteit van Oxford. Zijn journalistieke werk verscheen in onder meer Vrij Nederland, de Volkskrant en The New York Times. Voorts produceerde Albrecht documentaires en ontwikkelde hij diverse radio- en televisieprogramma’s. Vorig jaar was hij voorzitter van de jury van Het Gouden Kalf.

Yoeri-Albreht-portretWelke plek op aarde zou u ooit nog eens willen bezoeken?
“Dat is een lastige, want ik ben zeer reislustig en wil altijd terug naar mooie plekken die ik heb bezocht. Gibraltar vond ik geweldig mooi. Maar als ik één plek mag noemen, dan ga ik voor Athene. De laatste keer dat ik daar was, is alweer twintig jaar geleden. Het Akropolis is toch een van de mooiste plekken op aarde. En de musea, de klassieke Griekse beeldhouwkunst van 580 voor Christus – Athene is de bakermat van de beschaving.”

Welk museum zou u ooit nog eens willen zien?
“Het Vaticaans Museum in Vaticaanstad. Om twee redenen: de Sixtijnse Kapel en de Stanze di Raffaello. Ik ben heel vaak in Rome geweest en ga altijd langs bij het Vaticaans Museum. Die schilderkunst is een hoogtepunt van de mensheid, ik kan het echt iedereen aanraden. De kracht en de schoonheid zijn zó overdonderend.”

“Het wordt steeds gevaarlijker iets te zeggen over de islam”

Hoe ziet u de toekomst van de vrijheid van meningsuiting in Europa?
“Daar ben ik zowel negatief als positief over. Natuurlijk wordt het steeds gevaarlijk om bijvoorbeeld dingen te zeggen over de islam, dus in die zin staat de vrijheid van meningsuiting zeker onder druk. Aan de andere kant kunnen het nut en de noodzaak van vrije meningsuiting juist door deze ontwikkelingen beter aan grote groepen worden onderwezen. Vrijheid van meningsuiting was lange tijd natuurlijk een beetje een dode letter, maar nu zien we steeds meer in dat het een absolute voorwaarde is om verandering in de samenleving te bewerkstelligen. Dat besef was verdwenen. Ook zie je nu minder dan voorheen dat mensen zeggen: ja, moord is fout, maar waar is dat beledigen nu voor nodig? Ik vind dat beledigen niet nodig, maar als je voor een open en democratische samenleving staat, dan hoort dat erbij.”

In welke periode van de geschiedenis zou jij een dag willen leven?
“In de tijd van de Academie van Socrates en de jonge Plato. Ik zou heel graag in die kring willen aanschuiven en zien hoe Plato het Symposium optekent. Zo zie ik ook de ideale Balie-avond voor me.”

Hoe ziet u de staat van het Nederlands debat, nu en in de toekomst?
“Nederland is van oorsprong geen debatland – we hebben de Engelsen voor moeten laten gaan – maar het komt wel meer en meer. Talloze scholen doen tegenwoordig mee aan debatcompetities en ook bij de opleiding Rechten is pleiten nu een vak. Dat vind ik een goede zaak. Wat me wel stoort, is de ontwikkeling dat steeds meer mensen problemen hebben met woorden. Discriminatie is een probleem, maar vooral het gedrag – niet de woorden. Het in de ban doen van woorden is slecht voor de debatcultuur. Vroeger was het: wie heeft de langste? Tegenwoordig is het: wie is het meest beledigd?”

“Tegenwoordig is het: wie is het meest beledigd?”

Met welke vrouw zou u eens een wijntje willen drinken?
“Met Oriana Fallaci, maar zij is dood, dus dat wordt lastig. Zij is een van de grootste interviewers aller tijden. En ze is Italiaans, dat is ook een pré – mijn vrouw is ook van Italiaanse komaf. Maar Fallaci was een nietsontziende, keiharde interviewer. Dat liet ze ook zien bij haar interview met Henry Kissinger. Ik zou haar best wat interviewtechnieken willen aftroggelen. Ze is heel empathisch maar kan misschien juist daarom alles vragen. Ik denk dat Nederlandse journalisten veel van haar zouden kunnen leren. Wij zijn juist meestal of té empathisch of té bot.”

Wie zou u achterlaten op een onbewoond eiland?
“Jihadi’s en hun goedpraters, zeker de goedpraters in mijn beroepsgroep. Een open en vitale samenleving heeft enkele kernwaarden. Goed onderwijs is daar één van. Maar de vrijheid van meningsuiting en het regeren der wet zijn mogelijk nog belangrijker. En jihadi’s zijn voor beide heel gevaarlijk.”