De Ierse politicus en essayist Edmund Burke (1730-1797) geldt veelal als de aartsvader van het conservatisme. Zowel Nederlandse als Amerikaanse (neo-) conservatieven als hun Britse collega’s verwijzen graag naar Burke’s beroemde uitspraken over de natie als een contract tussen de nog ongeborenen, de levenden en de doden. Er zijn echter ook liberale trekken te vinden in het werk van Burke, zoals zijn begrip voor de aanspraken op zelfbestuur van de Amerikaanse koloniën in de vroege jaren ’70 van de achttiende eeuw. In zijn gevecht tegen de misstanden in India zou je Burke zelfs linkse aanvechtingen kunnen toedichten.

Tijdens het grootste deel zijn lange politieke carrière, van 1750 tot 1790, gold Burke als een liberaal politicus. Burke’s opstel Reflections on the Revolution in France, dat eigenlijk een zeer lange open brief was, kwam als een koude douche voor zijn oude liberale kameraden. In hun ogen had Burke de liberale zaak verraden door de Franse revolutionairen af te vallen; dezen hadden immers de absolute monarchie van de Bourbons afgeschud en hoe kon een liberaal tegen het omverwerpen van een tirannie zijn? Deze vraag, die ook in onze tijd niet geheel zonder actualiteitswaarde is, is de leidraad in de monumentale biografie die de Londense historicus Richard Bourke van Edmund Burke schreef, Empire and Revolution, The political life of Edmund Burke (Princeton University Press, 2015).

Richard Bourke ziet twee grote thema’s die steeds weer opduiken in het politieke leven en denken van zijn (bijna) naamgenoot. Ten eerste is Burke altijd bekommerd geweest om vrijheid. Ten tweede heeft hij steeds gestreden tegen wat Bourke “the spirit of conquest” noemt, tirannie en veroveringszucht. Het zijn deze twee thema’s van waaruit Bourke het politieke handelen en het geschreven werk van Burke begrijpt. Beide thema’s zijn van het grootste belang om Burke’s bemoeienis met Brits India en de Britse koloniën in Noord-Amerika te begrijpen. Ze zijn evenzeer essentieel voor een begrip van Burke’s opvattingen over Ierland. Bourke laat zien dat Burke heeft gestreden voor de emancipatie van die Ierse katholieken. Sinds de katholieke Ieren in 1689 hadden gestreden aan de kant van de verdreven koning Jacobus II, de laatste koning van het huis Stuart, waren ze vrijwel rechteloos geworden. Hoewel hij z’n leven lang een trouwe Anglicaan zou zijn en de staatskerk zou verdedigen, stond Burke het katholicisme vrij na. Burke had een katholieke moeder en zou laten ook met de katholieke Jane Nugent trouwen. Burke streed ongetwijfeld mede daardoor voor stemrecht voor de Ieren en opheffing van voor katholieken discriminerende bepalingen.

Evenals bijvoorbeeld bisschop Berkeley, wiens vrij onbekende maar zeer interessante politiek-filosofische werk Bourke kort behandelt, was Burke voorstander van de Anglicaanse staatskerk, maar hij was ook voorstander van vrijheid voor minderheden. Volgens Bourke staat Burke in politiek-theologische debatten steeds aan de conservatieve kant, tegen auteurs als Shaftesbury en Anthony Collins. De historische situering die Bourke geeft vraagt van de lezer wel minstens elementaire kennis van de hoofdlijnen van de Britse en de Europese geschiedenis. Met het oog daar op wil ik graag het boek van F.E. Halliday, A concise history of England aanbevelen. Wat Frankrijk aangaat is de Le Petit Larousse de L’histoire de France een aanrader. Voor wie zich niet door dit beroep op algemene vorming laat afschrikken is Bourke’s boek een ware goudmijn aan historische en filosofische kennis.

Ofschoon het boek nadrukkelijk geen persoonlijke biografie van Burke is, schetst Bourke wel de hoofdlijnen van het leven van zijn protagonist. Tijdens zijn jeugd in Dublin waar zijn vader advocaat was bezocht Edmund Burke een school geleid door de Quakers en studeerde vervolgens aan Trinity College Dublin, waar hij literaire interesses ontwikkelde. Vervolgens studeerde hij rechten aan de Inner Temple in Londen, een van de Inns of Court, de gilden van advocaten waar iedere advocaat in Engeland zich bij moet aansluiten. In Londen sloot Burke vriendschap met Adam Smith, David Hume en Edward Gibbon en trouwde hij met Jane Nugent. Ook ontplooit de jonge Burke zowel zijn literaire als zijn politieke interesses.

Naast betrokkenheid bij het wel en wee van Ierland raakte het jonge parlementslid Burke geïnteresseerd in Indiase zaken. India werd in de achttiende eeuw niet bestuurd door de Britse overheid maar was in handen van een bedrijf, de East-India Company, geleid door Warren Hastings. De East-India Company behandelde India uitsluitend als een wingewest zonder enige scrupules met de inheemse bevolking. Hastings schrok er niet voor terug om bondgenootschappen te sluiten met veroveringszuchtige lokale heerser die in ruil voor medewerking met de East-India Company op Britse kosten buurstaten mochten veroveren. Burke verdiepte zich zozeer in Indiase zaken dat hij al vlug als de grootste India-deskundige in het Britse parlement gold. Burke verweet Hastings machtsmisbruik en begon een procedure om hem uit zijn macht te ontzetten.

Hetzelfde ideaal van vrijheid en strijd tegen de veroveringszucht zien we bij Burke’s strijd voor de belangen van de Noord-Amerikaanse kolonisten. Het is een misverstand om te denken dat Burke voor Amerikaanse onafhankelijkheid was, maar hij pleitte voor een zekere mate van zelfbestuur en begreep de Amerikaanse vraag om no taxation without representation.

Dat Burke steeds de balans zocht tussen de stabiliteit van de staat en de mogelijkheid van vrijheid komt duidelijk voor het voetlicht in zijn houding ten opzichte van de Franse revolutie. In tegenstelling tot veel Britse liberalen zag Burke de toekomst van Frankrijk zwart in. In zijn ogen had een groep revolutionairen het Franse volk meegesleept in een rampzalige ontwrichting van het politieke leven met potentieel moorddadige gevolgen. Zoals Burke had ingezien sloeg de strijd om vrijheid zelf om in a spirit of conquest, wat het Lagerhuis pas ten tijde van de moord op Lodewijk XVI en Marie-Antoinette in begon te zien, met een reeks buitengewoon repressieve maatregelen, zoals de buiten werking stelling van het habeas corpus-beginsel tot gevolg.

De Edmund Burke die uit de biografie van Richard Bourke naar voren komt is geen conservatief à la Lord Salisbury (“nothing must ever change”), ook geen neocon, maar evenmin een neo-klassieke liberaal. In zijn overtuigende biografie toont Bourke ons Edmund Burke als een vooruitziende vroeg-moderne politieke denker.