Aan de hand van twee boeiende boeken, De geopolitiek van emotie van de Franse politicoloog Domique Moïsi en Aan het roer staat het hart van historicus George Harnick, gaat Ewout Klei in op de theorie van botsende beschavingen en de terugkeer van hoop.

Botsende beschavingen

In 1989 leek met de val van de Berlijnse Muur het einde van de geschiedenis te zijn aangebroken. De communisten hadden verloren, het vrije Westen had gewonnen. Helaas kregen Francis Fukuyama en andere optimisten ongelijk. In voormalig Joegoslavië brak een bloedige oorlog uit, in Rwanda slachtten de Hutu’s en Tuti’s elkaar af en op 11 september 2001 kaapten islamitische extremisten vier passagiersvliegtuigen, waarmee ze dood en verderf zaaiden in New York en Washington. De geschiedenis was nog lang niet afgelopen.

Volgens de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington zouden cultuur, identiteit en religie de belangrijkste bronnen van conflict worden na de Koude Oorlog. Huntington formuleerde zijn theorie voor het eerst in 1993, in 1996 werkte hij het uit in zijn boek The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order. Het geweld op de Balkan en in Afrika, maar vooral het islamitische terrorisme en de reactie van het Westen daarop lijken Huntington gelijk te hebben gegeven.

Dit jaar verschenen er vlak achter elkaar twee boeiende boeken over de door Hungtinton aangekaarte problematiek: De geopolitiek van emotie van de Joods-Franse politicoloog Domique Moïsi, en Aan het roer staat het hart van historicus George Harnick. Is het botsen van de beschavingen onvermijdelijk? En voor welke uitdagingen staat Europa?

Angst en vernedering

De geopolitiek van emotie verscheen voor het eerst in 2009. Het boek is geactualiseerd met een voorwoord dat Dominique Moïsi na de aanslagen in Parijs op Charlie Hebdo en een Joods winkelcentrum schreef. Volgens Moïsi wordt de wereldpolitiek beheerst door emotie. Drie emoties zijn nu dominant: angst, vernedering en hoop. Het Westen wordt voornamelijk beheerst door angst, het Midden-Oosten door het gevoel van vernedering en de zucht naar wraak, en het Verre Oosten ten slotte wordt beheerst door hoop, het optimistische gevoel dat het straks beter wordt.

Moïsi hanteert het door hem geschetste kader niet dogmatisch. Het is niet zo dat het Westen altijd door angst werd beheerst en het Midden-Oosten altijd door vernedering. Emoties kunnen omslaan. Daarnaast zijn er sommige landen waar de stemming anders is. Japan is na economische crises pessimistisch, net als Europa. Sommige islamitische landen, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar, vertonen daarentegen ook optimistische trekken: hun economieën groeien net zo hard als hun torenflats. Dat deze landen de mensenrechten van gastarbeiders grof schenden (en geen enkele vluchteling toelaten) ziet Moïsi ook wel, maar hij blijft positief over de prestaties van de Golfstaten.

De nuances die Moïsi maakt zorgen voor een realistischere visie op de wereldpolitiek. Politici, beleidsmakers en opiniemakers die het kader van Huntington hanteren beschouwen de islam als een monolithisch blok. In dat beeld is de islam ‘in wezen’ gewelddadig, intolerant en vrouwonvriendelijk en zal dat altijd ook blijven. Moïsi laat zien dat dit gevoel van vernedering een fenomeen is dat vooral de laatste decennia een grote rol speelt. De stichting van de staat Israël in 1948, de verloren oorlogen van de Arabische landen tegen Israël in 1967 en 1973 en de Amerikaanse inval in Irak in 1991 zorgden voor een gevoel van machteloosheid. Hoe konden de moslims, die volgens de leer van de islam een superieure religie hebben, verliezen van mensen die een inferieure religie aanhangen?

Het is uiteraard niet zo dat alle moslims sympathiseren met Al Qaida, Boko Haram, Al-Shabaab of ISIS. Niettemin appelleren deze terreurbewegingen op het breed gedeelde gevoel van vernedering en de zucht naar wraak. De islam die deze organisaties voorstaan is een islam ontdaan van alle vreugde, alle nieuwsgierigheid, alle schoonheid. Alleen het gewelddadige, het intolerante en vrouwonvriendelijke blijven over. Omdat deze gevoelens op middellange termijn niet zullen verdwijnen zal het islamitische terrorisme in de toekomst een grote aantrekkingskracht blijven uitoefenen op jonge moslims.

Om de oude wereldzee

f632667a-a386-11e3-94c8-1a00484e128eHet boek Aan het roer staat het hart schreef George Harinck toen hij in het voetspoor van zijn grote held Abraham Kuyper een reis maakte om de landen van de Middellandse Zee, de ‘oude wereldzee’. Abraham Kuyper maakte deze reis in 1905-1906 nadat de gereformeerde voorman de Tweede Kamerverkiezingen had verloren en niet meer kon terugkeren als minister-president. Zijn reis was, zeker voor die tijd, van ongekende proporties. Kuyper deed in negen maanden tijd 16 landen rond de Middellandse Zee aan en doorkruiste het christelijke Europa, islamitisch Noord-Afrika en de Levant en het door het Jodendom gestempelde Palestina. Harinck probeerde in zijn reis voor de Nederlandse televisiezender IKON alle plekken waar Kuyper was geweest te bezoeken. Alleen Syrië moest hij links laten liggen vanwege de burgeroorlog in dat land. De Krim, in 2014 geannexeerd door Rusland, was gewoon bereisbaar. Je kunt dit echter alleen doen via Moskou en dan met een binnenlandse vlucht naar de Krim. Net als Turks Cyprus, dat alleen via Turkije te bereizen valt, wordt de Krim internationaal niet erkend.

Aan het roer staat het hart is geen wetenschappelijk boek en pretendeert dat ook niet te zijn. Het is reisverslag, een essay, een boek vol persoonlijke ideeën en ontboezemingen, je kunt het zelfs lezen als een vroom pelgrimsverhaal. Harinck is gereformeerd, weliswaar van het niet-dogmatische soort, en zijn persoonlijke geloof kom je op elke pagina tegen. Hinderlijk vind ik dit trouwens niet. Dat het christendom nagenoeg verdwenen is uit Noord-Afrika en de Levant doet veel mensen niets, maar Harinck lijdt hieronder en dit maakt het boek – vreemd genoeg – juist mooier, literairder. Zijn bezoekjes aan orthodoxe kloosters in het oosten van Turkije, zijn verhalen over de Kopten in Egypte en zijn beschrijving van de christelijke overblijfselen in Noord-Afrika hebben iets moois, zoals het kijken naar ruïnes ook iets moois heeft.

Harinck maakt zich geen enkele illusie over wat er met het christendom (en de Verlichting) gaat gebeuren als de islam het in Europa voor het zeggen zou gaan krijgen. En hoewel hij dit niet met zo veel woorden zegt, lijkt het er ook op dat Harinck gelooft dat dit onze groene toekomst zal zijn: het zwakke, ontkerkelijkte Europa wordt straks overspoeld en dit zal het einde betekenen van de wereld zoals wij die nu kennen. Van de Europese beschaving blijven niet meer dan ruïnes over.

Harinck is als geboren calvinist een raspessimist. Voor Harinck is de islam van ISIS de ultieme islam, de uiterste consequentie van waar de islam voor staat. Ik ben het hierin met hem oneens – ISIS is eerder de ultieme consequentie van het gevoel van vernedering en de zucht naar wraak, de islamitische cultuur is ook de prachtige Blauwe Moskee in Istanbul, de verhalen van Duizend-en-een-nacht, bazaars en buikdanseressen – maar ik snap zulke gedachten wel. Harinck kwam op zijn reis door islamitische landen weinig tegen waarover je hoopvol kunt zijn. Democratie betekent daar helaas nog steeds de dictatuur van de fundamentalistische meerderheid. De Arabische Lente is mislukt, Turkije zakt af naar een autoritaire islamistische staat en in Egypte heeft een militaire junta een staatsgreep gepleegd om van de fundamentalistische Moslimbroederschap af te komen. Alleen de kwetsbare democratie in Tunesië biedt een beetje hoop, een heel klein beetje maar.

Hoop

Dominique_Moïsi_-_Festival_Economia_2013In tegenstelling tot de calvinistische Harinck probeert Dominique Moïsi te geloven in de goedheid van de mens. Als Jood in Frankrijk is dat trouwens geen geringe opgave, gezien het virulente antisemitisme dat weer helemaal terug is in dat land, maar Moïsi doet een poging:

‘Als zoon van een overlevende van Auschwitz ben ik geboren met een diepgeworteld gevoel voor tragiek. Maar het leven van mijn vader, die de kampen overleefde dankzij een combinatie van geluk, energie, hoop en de wil om te getuigen over wat hij heeft doorstaan, heeft me ook het gevoel bezorgd een opdracht te hebben. De kernvraag die het leven van mijn vader bij mij opriep en waar ik tientallen jaren mee heb geworsteld luidt: kan de wereld waarin wij leven ook maar voor een deel bereiken wat mijn vader heeft bereikt, namelijk het overstijgen van angst en vernedering en het doen opflakkeren van hoop, zelfs in de schaduw van tragedie? Dit is een ambitieuze opgave, maar hoop en vertrouwen zijn primair een gemoedstoestand, een mentaliteit. Toen de Frans-Joodse toneelschrijver Tristan Bernard op het punt stond te worden opgepakt door de nazi’s in Parijs, zei hij tegen zijn vrouw: “Tot nu toe hebben we in angst geleefd, nu zal de hoop ons leven bepalen.” Om de uitdagingen waarvoor we staan het hoofd te kunnen bieden, heeft de wereld hoop nodig.’

Het is niet makkelijk, maar we moeten ons aan dit strohalmpje proberen vast te klampen.

N.a.v.: Dominique Moïsi, De geopolitiek van emotie. Over angst, vernedering en hoop, en de opgave voor deze tijd (geactualiseerde editie) (Amsterdam, Nieuw Amsterdam 2015). ISBN 9789046819470. €19,95. 269 pagina’s.

En: George Harinck, Aan het roer staat het hart. Reis om de oude wereldzee in het voetspoor van Abraham Kuyper (Amsterdam, Prometheus Bert Bakker 2015). ISBN 9789035143425. €19,95. 270 pagina’s.