Voor liefhebbers van huisdieren in het algemeen en katten in het bijzonder is ‘The Travelling Cat Chronicles’ van Hiro Arikawa verplichte kost. Maar ook voor wie zich weinig kan voorstellen bij wederzijdse liefde en loyaliteit tussen huisdier en baasje is deze ontroerende roman die in april in Nederlandse vertaling verschijnt meer dan de moeite waard.

 

De voorliefde van Japan voor katten is genoegzaam bekend: van Hello Kitty tot het ‘Katteneiland’ Tashirojima ten oosten van Japan. Ook in de Japanse literatuur spelen katten – meer dan bij ons – met enige regelmaat een hoofdrol. Bekendste uiting hiervan is wellicht Kafka op het strand  van Haruki Murakami. Maar ook De Kat van Takashi Hiraide uit 2015 is een meer dan goed voorbeeld. Bij het verschijnen van deze mooie novelle schreef ik al dat De Kat niet echt een verhaal over een kat is, maar een verhaal over het menselijk bestaan en de gevolgen van een onverwachte intrede. In dit geval de kat Pukkie. Door het subtiel aanstippen van de Japanse context en de sluimerende veranderingen, krijg je als lezer inzicht in een wereld die bepaald niet bekend voor ons is. Recent herlas ik – met veel plezier – De Kat en vormde dit de aanleiding om een andere ‘kattenroman’ te lezen: The Travelling Cat Chronicles van Hiro Arikawa. Afgelopen najaar is de roman in een Engelse vertaling verschenen. De Nederlandse vertaling – Reisverslag van een kat – verschijnt in april. Inmiddels is – zowel binnen als buiten Japan – een kleine hype rondom het boek ontstaan en is in Japan inmiddels een filmversie in de maak. De hype is meer dan terecht want The Travelling Cat Chronicles is een ontroerende roman over de wederzijdse loyaliteit tussen baasje Satoru en de kat Nana.

 

Een pratende kat

Hiro Arikawa (1972) is buiten Japan nog onbekend, maar The Travelling Cat Chronicles brengt hier in rap tempo verandering in. Anders dan de titel doet vermoeden, is het geen bundel van korte verhalen maar – letterlijk – het reisverslag van kat Nana en zijn baas Satoru. In een zilveren busje reizen Satoru en Nana door Japan waar ze vrienden uit de diverse stadia van het leven van de (nog relatief jonge) Satoru bezoeken. Elke stop heeft als doel om een nieuw thuis te vinden voor Nana, maar waarom dat nodig is, wordt pas aan het einde van het boek duidelijk. Het perspectief in het boek wisselt tussen een alwetende verteller wanneer het gaat om Satoru en zijn jeugdvrienden en het perspectief van Nana die de reis samen met Satoru maakt. De Engelse vertaling maakt, zeker wanneer Nana aan het woord is, gebruik van typisch Engels-Amerikaanse uitdrukkingen. In het begin is dat wat onwezenlijk, maar geeft Nana meteen karakter. Niet dat deze kat het nodig heeft aangezien het over alles een mening heeft, niet in de laatste plaats over de naam Nana die weinig passend is voor een mannelijke kat. Maar Satoru kiest voor deze naam omdat de staart van de kat de vorm van het cijfer zeven heeft en het Japanse woord hiervoor ‘na’ is. Satoru heeft sowieso een handje van het bedenken van rare kattennamen. In zijn jeugd had hij ook een kat die hij Hachi noemde omdat de vlekken op zijn gezicht het cijfer acht leken te vormen.

 

Ontroerende ontknoping

In deze eerdere kat ligt de kern van het verhaal besloten. Want tijdens de roadtrip die Satoru en Nana maken, komen herinneringen aan het verleden los die Arikawa aanleiding geeft om dit verleden te beschrijven. Zo wisselt het perspectief niet alleen steeds tussen Nana en de alwetende verteller in het heden én verleden. Een kat die hij – na een tragische gebeurtenis – niet meer bij Satoru kon blijven. Het is daarom niet verrassend dat Nana, een straatkat die tijdenlang het busje van Satoru benut als slaapplaats, na een ongeluk opknapt bij Satoru en uiteindelijk bij hem blijft. Zonder al te veel te verraden is het verhaal van Satoru een geschiedenis van een optimist die het niet altijd makkelijk heeft. Met name het laatste deel van het boek is ontzettend ontroerend. Vast meer voor lezers die – net als deze lezer – zelf een huisdier (in mijn geval: twee katten) hebben, maar Arikawa’s invulling van de wederzijdse loyaliteit tussen mens en huisdier is zeer treffend en weet je recht in je hart te raken. Zeer benieuwd of de Nederlandse vertaling de stem van Nana zo treffend weet weer te geven. The Travelling Cat Chronicles is een ontzettende aanrader en vormt alle aanleiding om meer werk van Arikawa buiten Japan uit te brengen.

 

Foto: Ambos|Anthos

‘The Travelling Cat Chronicles’ van Hiro Arikawa is afgelopen najaar in een Engelse vertaling verschenen. Een Nederlands vertaling van de van oorsprong Japanse roman – ‘Reisverslag van een kat’ – verschijnt half april bij Ambo|Anthos.