Het feit dat Kazuo Ishiguro eerst dacht dat het toekennen van de Nobelprijs voor de Literatuur aan hem niet meer dan ‘fake news’ was, tekent de bescheidenheid van de in Japan geboren Britse schrijver. Een bescheidenheid die geen grond heeft in de kwaliteit van zijn oeuvre. Ter ere van de welverdiende erkenning een bespreking van misschien wel de belangrijkste aanleiding voor de toekenning: ‘The Remains of the Day’.

 

The Remains of the Day behoeft eigenlijk geen introductie. Met name de filmversie uit 1993 van het befaamde duo regisseur James Ivory en producent Ismail Merchant met glansrollen van Anthony Hopkins als de stijve butler James Stevens en Emma Thompson als de tegendraadse huishoudster Sally Kenton is een klassieker. Laat er echter geen misverstand over bestaan: hoe groot de impact van deze magistrale verfilming  ook is, het boek zelf heeft de grootste bijdrage geleverd aan het eigen succes. Want het in 1989 verschenen boek werd onmiddellijk bekroond met de Man Booker Prize en sindsdien is het boek vaak terug te vinden op de lijstjes van meest toonaangevende boeken in de Britse literatuur. Toch bijzonder voor een boek dat handelt over typisch Britse (en ietwat ouderwetse) thema’s zoals loyaliteit en het lastig in het Nederlands te vertalen ‘dignity’  (‘waardigheid’ dekt de lading niet helemaal, zeker in de betekenis  die butler Stevens er aan geeft) Dit tegen de achtergrond van een klassenmaatschappij die – zeker na het einde van de Tweede Wereldoorlog – langzamerhand ten einde kwam. Niet alleen een klassenmaatschappij waar de werelden van ‘upstairs’ en ‘downstairs’ gezamenlijk  maar vooral langs elkaar leefden, maar ook een wereld waar de heersende klasse haar invloed op de maakbaarheid van de samenleving rap zag afnemen. Een klasse die in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog zich inliet met appeasement en daar tijdens, maar vooral na de oorlog de prijs voor betaalde.

 

Blinde loyaliteit

Deze ontwikkelingen vormen tezamen de achtergrond van The Remains of the Day, maar butler Stevens krijgt daar maar weinig van mee. Niet zo gek omdat hij behoort tot downstairs en een hoge mate van beroepstrots kent die hem het zicht op het leven in het algemeen en zijn eigen leven in het bijzonder ontneemt. Want Stevens is bovenal loyaal aan zijn werkgever – in eerste instantie de Engelse Lord Darlington en later de Amerikaan Farraday – en diens prachtige landhuis Darlington Hall. The Remains of the Day is exclusief vanuit het perspectief van Stevens geschreven en is feitelijk zijn dagboek van een meerdaagse tocht door Engeland met als hoofddoel een hernieuwde kennismaking met de voormalige huishoudster van Darlington Hall Miss Kenton in de hoop haar te verleiden opnieuw in dienst te treden. Tijdens zijn reis denkt hij terug aan de gloriedagen van Darlington Hall. Gloriedagen getekend door de importantie van Lord Darlington, zijn gasten en invloed op internationale aangelegenheden. Maar tegelijkertijd ook de hoogtijddagen van het eigen leven van Stevens dat – ondanks dat hij er niet aan toe wil geven – verrijkt wordt door de aanwezigheid van Miss Kenton. Een vrouw voor wie hij – zonder het ooit te benoemen – grote genegenheid voelt, maar door zijn opvoeding en zucht om een voorbeeldige butler te zijn dit nooit echt toont. Want Stevens is geobsedeerd door wat een butler groots maakt en in zijn ogen is dat ‘dignity’. Een eigenschap die hij overigens ook vertaalt door over je heen te laten lopen zonder een krimp te geven. Een pijnlijke episode waarbij Stevens door een gast van Lord Darlington wordt ondervraagd om aan te tonen dat de landsregering niet in de handen van de gewone (domme) man mag worden gelegd. Zijn werkgever – weliswaar in retrospectief – schaamt zich, maar Stevens lijkt het allemaal niet te deren. Hij doet alles uit een verheven gevoel van loyaliteit. Een loyaliteit die ver gaat aangezien Lord Darlington een belangrijke rol speelt in de appeasement-beweging en zich nog net weet te verschonen van de Britse fascisten, maar lang niet altijd aan de goede kant van het gelijk staat. Zeker niet wanneer het de Joodse leden van zijn staf betreft. Stevens blijft zijn voormalige werkgever verdedigen hoewel hij hem – als Judas – een drietal (?) keer verloochent wanneer gevraagd wordt of hij voor Lord Darlington heeft gewerkt.

 

Onmogelijke liefde

De flashbacks werken deze thematiek uit en geven een inkijk in de werking van een huis als Darlington Hall in het ouderwetse Britse Empire, maar ook de verhouding tussen Stevens en Miss Kenton. Een verhouding die bol staat van onmogelijke liefde en waarbij het pantser dat Stevens om zich heen heeft opgebouwd iedere kans ontneemt om de liefde maar enigszins tot uiting te laten komen. Na het vertrek van Miss Kenton blijft Stevens alleen achter bij Lord Darlington wiens Darlington Hall na zijn dood wordt gekocht door de Amerikaan Farraday. Een andere Amerikaan dan in de filmversie, want hoewel in zowel het boek als de film de door Lord Darlington georganiseerde vredesconferentie een hoofdrol speelt, is het Amerikaanse congreslid in de filmversie de good guy die uiteindelijk na de oorlog Darlington Hall overneemt. In het boek is het een senator die als intrigant wordt neergezet en die niets te maken heeft met de nieuwe Amerikaanse eigenaar. Voor de rest is de filmversie behoorlijk trouw aan het boek en dat is maar goed ook, want de kwaliteit van het boek is dermate hoog dat het een affront zou zijn om daarvan af te wijken. Een kwaliteit die nog altijd ferm doorklinkt in de ruim 250 prachtig en terughoudend geschreven pagina’s die onderstrepen waarom het toekennen van de Nobelprijs voor de Literatuur aan Kazuo Ishiguro welverdiend is.

 

‘The Remains of the Day’ van Kazuo Ishiguro is voor het eerst in 1989 verschenen en nog altijd in druk. Een Nederlandse vertaling ‘De Rest van de Dag’ door Bartho Kriek is eveneens verkrijgbaar.