De combinatie van subtiele wreedheid in een surrealistische droomwereld komt in de drie verhalen die The Diving Pool vormen tot volle uiting.

Hoewel Yoko Ogawa (1962) in Japan grote bekendheid geniet en tal van literaire prijzen in ontvangst mocht nemen, is haar populariteit buiten Japan vooralsnog bescheiden. Wie het grote aantal boeken dat zij heeft gepubliceerd afzet tegen het zeer beperkte aantal vertaalde titels zal zich afvragen wat hier aan de hand is. Enkele werken – waaronder het hier besproken The Diving Pool, onlangs verschenen als Het Zwembad – zijn in het Nederlands vertaald, maar van een doorbraak is absoluut geen sprake. Revenge, de meest recente (Engelstalige) vertaling van een verhalenbundel, kon op lovende kritieken rekenen van onder andere The Economist, maar ook dit lijkt nog niet veel zoden aan de dijk te zetten. Na het lezen van Revenge kwam The Housekeeper and the Professor op mijn pad. Hoewel fascinerend en dezelfde vreemde wereld bewonend als Revenge boeide dit verhaal niet genoeg om de lengte van een roman te rechtvaardigen. Het in de kern fascinerende verhaal van een vergeetachtige professor (wiens geheugen sinds een auto-ongeluk in de jaren zeventig geen nieuwe herinneringen meer aanmaakt) en zijn huishoudster leek eerder geschikt voor een kortere vorm, wellicht als onderdeel van een verhalenbundel. Hoewel ik – na mijn enthousiasme over Revenge – The Diving Pool in dezelfde impuls aankocht als het boek over de geheugenloze professor, heb ik na de teleurstelling daarvan dit boek een tijdje op de stapel laten liggen. En dat is achteraf gezien jammer, want de fascinatie voor Ogawa die door Revenge ontstond, zet zich in The Diving Pool naadloos voort.

Bijzondere vrouwen

The Diving Pool schetst de levens van drie vrouwen die in alle opzichten bijzonder zijn. Maar niet bijzonder op een goede manier. In het titelverhaal volgen we de tiener Aya wiens (geestelijke) ouders een opvanghuis voor weeskinderen runnen. Als enige ware kind van haar ouders wordt zij omringd door een grote groep surrogaatkinderen. Voor één daarvan – de atletische zwemmer Jun – heeft zij diepe gevoelens. Zo diep dat zij immer zijn zwemtrainingen van een afstand gadeslaat zonder dat hij dat merkt. Tegelijkertijd ergert ze zich in toenemende mate – waarom wordt eigenlijk helemaal niet duidelijk – aan de peuter Rie. Haar pesterijen van deze Rie worden steeds gemener (en gevaarlijker) terwijl haar obsessie voor Jun steeds groter wordt. In een bijna Hollywood-achtige slot lijkt het allemaal voor Aya op haar plek te vallen. Maar dankzij de verbeeldingskracht van Ogawa krijgt het verhaal een verrassend, hoewel zeer toepasselijk einde…

Ook de (naamloze) hoofdpersoon van het tweede verhaal Pregnancy Diary is een bijzondere, maar vooral bijzonder naargeestige vrouw wiens dagboek van de zwangerschap van haar zus – die er overigens ook niet al te best vanaf komt, maar dat is natuurlijk ook in het geestesoog van de schrijver – een steeds grotere afkeer markeert van de zwangerschap van haar zus. In de typische stijl van Ogawa neemt die afkeer steeds grotere vormen aan zonder dat de (apathische en egoïstische) zus er iets van merkt. Deze zichzelf versterkende afkeer vindt haar pendant in het laatste verhaal Dormitory. Ditmaal een vrouw die in de kern gewoon wel deugt, maar een stationair leven leidt in Tokyo in afwachting van het bericht van haar man die in Zweden werkt zodat zij zich bij hem kan voegen. In de tussentijds ontfermt zij zich over haar neef die naarstig op zoek is naar woonruimte in Tokyo in verband met zijn studie. Zij wijst hem op haar oude studentenhuis dat blijkbaar nog steeds studenten aanneemt en via haar neef beleeft ze een deel van haar studententijd opnieuw en maakt ze opnieuw kennis met de extreem gehandicapte  maar zeer zelfstandige conciërge. Hoewel het studentenhuis vergane glorie is, lijkt er toch iets moois op te bloeien voor haar neef en zoekt onze apathische hoofdpersoon steeds meer contact met de conciërge. Een zweem van wanhoop en naderend onheil vormt zich over dit verhaal en lijkt zich te bewegen richting horror. Maar bij Ogawa weten we beter en net op tijd krijgt het verhaal een andere – meer mysterieuze – wending.

Wanneer breekt Ogawa nu door?

Met The Diving Pool bevestigt Ogawa haar talent voor schrijven. Het krachtige en heldere proza waarmee ze haar eigen surrealistische wereld bouwt, geeft haar een eigen niche binnen het schrijversgilde. Ze verdient het zonder meer om ook buiten Japan breder bekend te zijn. Of die doorbraak er echt zal komen moeten we afwachten, maar de pareltjes liggen inmiddels in vertaalde vorm wel degelijk voor het oprapen.

‘The Diving Pool’ is in 2009 in de vertaling van Stephen Snyder uitgegeven door Vintage. De drie verhalen die de verzameling vormen zijn oorspronkelijk in Japan in 1990 en 1991 voor het eerst uitgegeven. Bestellen kan hier. Een Nederlandse vertaling is als Het Zwembad ook beschikbaar.