Het christendom, de natiestaat en de schone kunsten: drie pijlers van de Europese beschaving die hun kracht grotendeels hebben verloren. Alleen het rationalisme van de Verlichting biedt nog enig houvast – maar juist dat voert tot verbittering en ongeluk en is daardoor uiteindelijk onhoudbaar. Zie daar Michel Houellebecq’s meedogenloze analyse van onze tijd; het startpunt van zijn hele oeuvre.

De hoofdpersoon van zijn laatste roman, Soumission (‘Onderwerping’), is ditmaal niet de ‘laatste mens’ van Elementaire Deeltjes en De Mogelijkheid van een Eiland – maar specifieker de ‘laatste Fransman’. We schrijven Parijs 2022. Een academicus van een jaar of veertig , toepasselijk ‘François’ genaamd, specialiseert zich in de ‘decadente’ laat-romantische schrijvers van eind 19de eeuw. Zijn relatie met studente Myriam loopt stuk omdat ze zijn ‘machismo’ – zijn verlangen naar een asymmetrische, traditionele relatie – niet meer aan zichzelf kan of wil verantwoorden. Ondanks hun sterke seksuele band drijft het feminisme hen zo op tragische wijze uit elkaar.

Frankrijk staat ondertussen bloot aan steeds verdere uitholling. Voortgedreven door hun afkeer van de natiestaat sluiten de middenpartijen een alliantie met de Moslim Broederschap. De ‘nationale kandidaat’ – Marine le Pen – moet koste wat kost buiten het Elysée worden gehouden, en wanneer dat lukt wordt onder algeheel enthousiasme van ‘de linkse kranten, dat wil zeggen alle kranten’ de verkiezing van de islamitische Mohammed Ben Abbes toegejuicht.

Langzaam maar zeker verandert de samenleving – bedekkende kleding op straat, halal-maaltijden in de Thalys, islamitisch onderwijs – en in verwarring trekt François zich een aantal weken terug op het platteland. Hij doet de symbolische plaatsen Martel en Poitiers aan (waar ooit de strijd van christelijk Europa tegen de islamitische Moren werd beslecht) en knielt ten slotte neer voor een Maria in de kerk van de rotsburcht Rocamadour: sinds eeuwen een bedevaartsoord voor Europese koningen.

Even lijkt François het geloof van zijn voorouders weer te vinden, even gloort een bekering tot het katholicisme – maar dan verliest hij ‘stukje bij beetje het contact terwijl [de Maria] zich terugtrok in de ruimte en in de eeuwen…’. Verlaten door zijn vriendin, vervreemd van zijn land en zonder spirituele bedding daalt de grote crisis van onze cultuur op François neer. Hij stapt maar weer in zijn auto en overweegt, eenmaal terug in Parijs, om zelfmoord te plegen. Hij bestelt wat escorts maar vindt daarin weinig gerief.

Langzamerhand echter – en hier toont Houellebecq zijn meesterschap – wint de post-nationale, post-christelijke wereld aan bekoring. Terwijl François aan het begin van de roman nog overwoog om zich aan te sluiten bij de ‘inheemse Europeanen’ die de islamisering door gewapend verzet willen keren, realiseert hij zich tegen het einde van het boek dat het kuise straatbeeld hem verlost van voortdurende seksuele frustratie. Het polygame huwelijk met minderjarigen stelt ondertussen huiselijk geluk en bedplezier in het vooruitzicht. Saoedische financiers blijken grote sommen geld ter beschikking te stellen voor de universiteit en het aanzien van het academisch leven stijgt. Ook het post-nationale verhaal wint voor hem aan overtuigingskracht wanneer de leider van de islamitische partij zinspeelt op een fusie van de Europese Unie met Noord-Afrika. Het Romeinse Rijk zou uit zijn as kunnen herrijzen, de Franse president zou ‘als een nieuwe keizer Augustus’ een tijdperk van cultuur en bezieling kunnen inluiden. ‘Zeldzaam zijn de stichters van imperia’, klinkt het ten slotte.

Hoe overtuigend de diepte van onze cultuurcrisis en de verleidingen van een nieuw, mediterraan beschavingsideaal ook worden gebracht – als roman is Soumission uit balans, vooral omdat de revolutionaire beweging, geleid door de kleurrijke Godefroy Lempereur, plotseling uit het verhaal verdwijnt. Over de burgeroorlog die op het punt van uitbreken staat horen we niets meer; het geweld, de aanslagen waar de roman mee opende: van de ene op de andere dag zijn ze nergens meer te bekennen. Het boek is dus eigenlijk onaf – en daarom verwacht ik een vervolg, wellicht ‘Opstand’ of ‘Rebellie’ genaamd, waarin de eindstrijd tussen de ‘indigènes’ en de ‘progressistes’, de doodstrijd van de Europese beschaving, waartoe Soumission de opmaat vormt, daadwerkelijk door Houellebecq wordt verteld.