Bart van Loo schrijft met ‘Napoleon. De Schaduw van de Revolutie’ misschien wel de beste introductie op het leven van Napoleon én de Franse Revolutie. Napoleon zelf zou er wat minder blij mee zijn geweest.

Napoleon Bonaparte (1769-1821) is net als Alexander de Grote en Julius Caesar één van die zeldzame historische figuren die blijvend fascineren en universeel bekend zijn. En in tegenstelling tot die twee grote namen uit de twintigste eeuw, Hitler en Stalin, mag deze fascinatie omslaan in bewondering. Zeker in Frankrijk zelf is de bewondering voor Napoleon nog altijd groter dan de afschuw, ondanks de verwoesting van levens en eigendom die zijn oorlogen teweeg hebben gebracht. Alleen in een land als Frankrijk kan een premier koketteren met deze voorliefde. Want niet alleen schreef Dominique de Villepin enkele (hoog aangeschreven) boeken over Napoleon, ook een buste van de grote kleine man leukte zijn werkplek op.  De Vlaamse Frankrijkkenner Bart van Loo (1973) doet ook een duit in het overvolle zakje van Napoleon-boeken, maar steekt zijn weerzin tegen Napoleon niet bepaald onder stoelen of banken. Dat hij desondanks een aanvulling op het repertoire geschreven heeft strekt hem, maar zeker ook zijn onderwerp tot eer.

Bart van Loo heeft zijn fascinatie voor Frankrijk in het algemeen en Napoleon in het bijzonder omgezet in een echte rollercoaster van een boek. De geïnteresseerde lezer zal het moeilijk vinden om dit flamboyant geschreven boek weg te leggen. Van Loo is een gepassioneerd schrijver en aangezien het geen wetenschappelijke biografie betreft, geeft hij zich volledig over aan zijn onderwerp én zijn eigen vooringenomenheid. Want het is vanaf het begin duidelijk dat Van Loo weinig opheeft met de adoratie die Napoleon, bijna tweehonderd jaar nadat hij definitief bij Waterloo werd verslagen, nog altijd ten deel valt. Zijn missie is daarom om de mens achter de mythe te ontrafelen en die menselijkheid neemt Van Loo bij tijd en wijle dan ook zeer letterlijk. Niet alleen de veldslagen – o.a. Toulon, Piramiden, Marengo, Austerlitz, Moskowa en natuurlijk Waterloo – waar Napoleons roem op is gebouwd en die menig Fransman nog uit zijn hoofd kan afratelen, komen aan bod, maar ook zijn liefdesleven en grote gevoel voor (zelf)propaganda.

Kleinzieligheid van een kleine man

De kleinzieligheid van deze kleine man, maar ook zijn puppyverliefdheid worden door Van Loo flink uitgemeten. Ditzelfde geldt overigens ook voor de wijze waarop Napoleon propaganda wist te bedrijven en daarmee zijn tijd ver vooruit was. Veldslagen worden ook gewonnen in de beeldvorming, zeker wanneer je ze eigenlijk verloren hebt of één van je generaals eigenlijk een grotere rol speelde. Hoewel de Slag bij de Piramiden op zich door Napoleon werd gewonnen, was het vervolg een drama, maar door  positieve berichten vooruit te sturen en terug te snellen naar Parijs kon Napoleon grote schade voor zichzelf voorkomen. Een geschiedenis die zich met zijn mislukte veldtocht tegen Rusland overigens herhaalde.

De meerwaarde van Van Loo’s beschouwing ligt – naast het uitspitten van de minder bekende elementen – toch vooral in de relatie die wordt gelegd tussen de opkomst van Napoleon en de Franse Revolutie. De ondertitel De schaduw van de Revolutie is veelzeggend. Van Loo betoogt dat de Franse Revolutie (en de tirannieke uitkomst ervan) bepalend is geweest om iemand als Napoleon uiteindelijk Frankrijk om te kunnen laten vormen naar een keizerrijk. Juist de natuur van die revolutie en de rol van het volk zijn daarbij belangrijke elementen geweest voor Napoleon om zijn populariteit en (daadwerkelijke) militaire overwinningen om te zetten in persoonlijke macht. Daarom besteedt Van Loo in zijn boek ook veel pagina’s aan het verhaal van de Franse Revolutie en diens hoofdrolspelers zoals Talleyrand en Fouché (later resp. ministers van Buitenlandse Zaken en Politie onder Napoleon). Ook de niet geheel van sympathie gespeende Lodewijk XVI en zijn Marie Antoinette komen voorbij. Daarmee is Van Loo’s boek ook een heerlijke en redelijk omvattende introductie en toelichting op de Franse Revolutie. Een introductie die – zeker in het Nederlandstalige gebied – node werd gemist. 

He was a wonderful man – perhaps the most wonderful man who ever lived.

Dit is des te knapper wanneer je beseft dat Van Loo zowel het verhaal van de Franse Revolutie als het leven van Napoleon in 450 pagina’s afrondt. Het helpt daarbij dat de auteur geen wetenschappelijk verantwoord werk heeft geschreven en dus zelf kiest wat er wel of niet aan de orde komt. Wie bijvoorbeeld wil lezen hoe Napoleon een einde maakte aan de duizendjarige Meest Serene Republiek van Venetië moet vooral een ander werk erop na slaan. Grote kans overigens dat dit boek juist voor lezers het startpunt vormt voor het lezen van meerdere bijdragen uit de enorme canon van Napoleon.

Ondanks het voornemen van Van Loo om een niet al te positief beeld van Napoleon te schetsen en de mythe van de man te scheiden, lukt dit hem maar deels. En dat is maar goed ook, want een boek dat slechts negatief is over één van de grote figuren in de wereldgeschiedenis heeft net zo weinig toe te voegen als een hagiografie over dezelfde Napoleon. Enige bewondering kan niemand vreemd zijn wanneer je kennis neemt van deze Tour de Napoleon en daarmee zijn militaire genie, het feit dat hij een land dat verscheurd werd door de Revolutie nieuw leven inblies en door diens Consulaat (1799-1804) en Keizerrijk (1804-1815) een erfenis achterliet die Frankrijk (en Europa) tot op de dag van vandaag zowel in aanzicht, wetgeving en cultuur nog steeds beïnvloedt. Sir Arthur Conan Doyle had het bij het goede eind toen hij stelde: ‘He was a wonderful man – perhaps the most wonderful man who ever lived. What strikes me is the lack of finality in his character. When you make up your mind that he is a complete villain, you come on some noble trait, and then your admiration of this is lost in some act of incredible meanness.’

‘Napoleon. De schaduw van de revolutie’ van Bart van Loo is recent uitgegeven dor De Bezige Bij Antwerpen. 

Ferdi de Lange (1980) recenseert onder andere boeken en concerten op zijn cultuurblog FerdiBlog.