De exotische danseres Mata Hari, in 1917 wegens spionage ter dood veroordeeld, schijnt helemaal niet zo geweldig gedanst te hebben. Hoe anders is dat in het nieuwe ballet dat aan haar is gewijd; hierin zien we in de titelrol een kundige ballerina op spitzen die qua dans het origineel ongetwijfeld vér achter zich laat. Maar naar welke Mata Hari kijken we eigenlijk?

Het Nationale Ballet - Mata Hari  -1561_photo-marc-haegeman

Het Nationaal Ballet voert Mata Hari op

Het blijft soms lastig in de opera- en balletwereld: de juiste mensen vinden voor bepaalde rollen. Waar een filmregisseur kan kiezen uit honderden of zelfs duizenden acteurs en actrices, daar is het vaak vissen in een wat kleinere vijver als het op opera of ballet aankomt. En deze mensen worden dan meestal toch voornamelijk om hun zang- of danskunsten gecast; hun fysieke voorkomen speelt een ondergeschikte rol. Dat leidt soms tot taferelen waar je in een film niet mee weg zou komen, bijvoorbeeld wanneer in Wagners Tristan und Isolde de hoofdrollen van de koene held en de schone koningsdochter worden gezongen door een koppel dat eruitziet alsof ze zich jaren geleden al eens aan hadden moeten melden voor het RTL4-programma Obese. Daarmee wil ik niets afdoen aan hun vocale kwaliteiten, maar het komt de geloofwaardigheid van het verhaal gewoon niet ten goede. In de balletwereld ligt het natuurlijk anders, want dan gaat het om afgetrainde mensen die in zowel moderne stukken als in de klassieke (sprookjes)balletten prima tot hun recht komen. Hun slanke silhouetten lenen zich immers uitstekend voor de rollen van elegante prinsen en prinsessen, sierlijke zwaantjes, ranke nimfen en andere fantastische creaturen.

Historisch personage

Het wordt echter een ander verhaal wanneer er wordt gekozen voor een ballet waarin een vrouw centraal staat die écht heeft bestaan, zoals het geval is met de nieuwe productie van Het Nationale Ballet; in de voorstelling Mata Hari wordt -in fragmenten- het levensverhaal verteld van de Friezin Margaretha Geertruida Zelle (1876-1917), die wereldberoemd zou worden als ‘exotische’ danseres. Tegenwoordig zouden we haar misschien eerder als stripper kwalificeren, want haar act -waarmee ze in het Parijs van de belle époque voor veel opschudding zorgde- hield voornamelijk in dat ze zich al dansend van het ene na het andere kledingstuk ontdeed. En wie de foto’s van Mata Hari bekijkt (bewegend beeld van haar is er niet) begrijpt meteen waarom de mannelijke toeschouwers betoverd moeten zijn geweest door haar optreden; de Hollandse Margaretha was een wulpse schone met een behoorlijke dosis sexappeal. Ze wist hoe ze mannen om haar vinger moest winden –en deed dat ook aan de lopende band, als we de verhalen mogen geloven. Kortom, het beeld rijst van een mooie, wellustige dame die niet vies was van mannelijke aandacht. Dan is het toch even omschakelen als de rol van deze verleidelijke danseres (met dito weelderige vormen) in het ballet wordt gedanst door een weliswaar uiterst gracieuze maar skinny ballerina bij wie je -zeker als de kledingstukken gaan vallen- de ribben kunt tellen. In plaats van haar toe te juichen zou de 19-eeuwse Parijse elite eerder geneigd geweest zijn om deze Mata Hari een fatsoenlijke maaltijd aan te bieden.

Verschillende persoonlijkheden

De eerste solistes die geselecteerd zijn om de titelrol te dansen, te weten Anna Tsygankova, Igone de Jongh en Maia Makhateli, hebben bovendien zo hun eigen kenmerkende uitstraling die het karakter van Mata Hari mijns inziens niet altijd ten goede komt. Zo komt Tsygankova, voor wie choreograaf Ted Brandsen deze hoofdrol heeft gecreëerd, over als een koele, aristocratische schoonheid, die ondanks haar onmiskenbare star quality en lyrische kwaliteiten niet geloofwaardig lijkt als het type losbandige vrouw (lees: nymfomane) dat de ene na de andere man verleidt. Igone de Jongh beschikt over die melancholische, kwetsbare uitstraling die haar perfect maakte voor de rol van de prostituee-met-een-hart Marguerite in het veelgeprezen La Dame aux Camélias, maar die niet helemaal past bij het avontuurlijke karakter van Mata Hari. Maia Makhateli, last but not least, is met haar bruisende en levendige persoonlijkheid misschien nog wel het meest geschikt om de huid van de frivole Friezin te kruipen, maar laten we het zo zeggen: geen van deze dames zou gecast worden voor de rol van de uitdagende, al dan niet spionerende Mata Hari als het hier om een film of tv-serie zou gaan.

Twee Mata Hari’s

De échte Mata Hari

De échte Mata Hari

De echte Margaretha Zelle en de creatie die zij is geworden in het ballet lijken dan ook twee totaal verschillende figuren –op het toneel is ze getransformeerd tot een rank, ondefinieerbaar wezen dat zelden geloofwaardig is als een echte vrouw van vlees en bloed. Dat ligt niet aan de inzet van de danseres in kwestie, in mijn geval Igone de Jongh, maar aan het feit dat een ballet nou eenmaal een vrij ongebruikelijke en misschien ook riskante manier is om iemands levensverhaal te vertellen. Niet voor niets worden de meeste avondvullende balletten bevolkt door fictieve karakters waar iedere danser(es) zijn eigen interpretatie aan kan geven. Die artistieke vrijheid komt een beetje op losse schroeven te staan op het moment dat je je waagt aan historische personages waar de meeste mensen al een beeld van hebben. Aan de andere kant: Mata Hari was natuurlijk een danseres, een gegeven dat zich bij uitstek leent voor een ballet –en één van de redenen dat artistiek directeur Ted Brandsen zijn vingers wel wilde branden aan haar tragische geschiedenis. En omdat de vrouw in kwestie sowieso al één groot mysterie is (femme fatale of naïef wicht? Schuldig aan spionage of niet?) is het misschien verstandiger om de historische Mata Hari in dit geval maar te vergeten en het titelpersonage van het ballet als een soort mythisch figuur te beschouwen. Immers, legendevorming omtrent haar persoon begon al vrij snel na haar onfortuinlijke dood. Met deze imaginaire Mata Hari in gedachten, als een op zichzelf staand titelpersonage dat ontsproten is aan het brein van Ted Brandsen en dat iets meer dan anderhalf uur tijd de tijd krijgt om te eindigen als veroordeelde spion voor het vuurpeloton, is het gemakkelijker om van de voorstelling te genieten –en om de artistieke prestatie die hier wordt geleverd op waarde te kunnen schatten. We kijken immers niet naar een documentaire, zullen we maar zeggen.

Een leven in scènes

Toch blijft het een beetje wringen. Brandsen probeert namelijk wel degelijk een portret van de historische Mata Hari te schetsen; een soort biografie in dans, die het publiek duidelijk moet maken wie deze vrouw in de kern was. We zien haar als verwend klein meisje, vervolgens als jonge vrouw die trouwt met een officier (ze had een zwak voor mannen in uniform) en in Nederlands-Indië terecht komt. Daar raakt ze onder de indruk van de Javaanse tempeldansen waar ze later haar eigen, nogal vrij geïnterpreteerde versie van zal maken en waarmee ze grote successen boekt. Niet alleen in Parijs, maar ook in andere (Europese) hoofdsteden. De wereld ligt aan haar voeten, totdat de Eerste Wereldoorlog roet in het eten gooit; de veranderende tijdsgeest heeft de bon vivant Mata Hari, die gewend was geraakt aan een luxe leventje, waarschijnlijk niet goed aangevoeld. Ze kwam niet meer weg met haar vrije, ongebonden levensstijl als courtisane waarin ze met vele verschillende heren (in uniform) het bed deelde. De Franse regering bevond haar schuldig aan hoogverraad; ze zou allerlei informatie hebben doorgespeeld aan de Duitse vijand, waardoor vele soldaten het leven zouden hebben verloren. Boeken zijn er volgeschreven over de vraag of ze schuldig was of niet; we zullen het waarschijnlijk nooit met zekerheid weten, maar het heeft er tegenwoordig toch de schijn van dat Mata Hari er is ingeluisd. Haar executie op 15 oktober 1917 betekende in ieder geval het einde van het veelbewogen leven van een vrouw die -volgens Ted Brandsen- trots, sterk, intelligent en vrijgevochten was.

Aandachtsgeile sloerie

Dat beeld strookt alleen niet helemaal met hoe ze in de voorstelling Mata Hari wordt neergezet; we zien eigenlijk voornamelijk een vrouw die opleeft wanneer ze aandacht van mannen krijgt. De verschillende liefdes in haar leven passeren allemaal kort de revue (het ballet duurt ook maar ongeveer anderhalf uur, dus veel tijd is er niet) en ook de man op wie ze écht verliefd wordt, de Russische officier Vadime, is alweer snel uit beeld. Het publiek krijgt niet de tijd of de gelegenheid om Mata Hari, of althans deze versie van Mata Hari, goed te leren kennen. Daarvoor zit er teveel vaart in de productie en komt ze teveel over als een aandachtsgeile sloerie die behoorlijk afhankelijk is van de mannen in haar leven. Dat ze een ondernemende, ambitieuze -misschien enigszins naïeve- dame was die heel goed haar eigen boontjes wist te doppen, dat komt totaal niet naar voren. We zien Mata Hari op het hoogtepunt van haar roem lachend van arm tot arm gaan, zich wentelend in de adoratie van het manvolk, maar zowel haar opkomst als haar ondergang laten ons koud. Het drama weet niet te raken; daarvoor is het allemaal te vluchtig, te snel, te afstandelijk. We zien noch de historische noch de mythische Mata Hari tot leven komen. Laat staan dat we de impact kunnen begrijpen die deze exotische verschijning destijds had op haar omgeving.

Lust voor het oog en oor

Het Nationale Ballet - Mata Hari  -1501_photo-marc-haegemanToch is Mata Hari zeker de moeite waard, met dank aan de choreografie, de muziek, het decor en de kostuums. Geen onbelangrijke aspecten van een balletvoorstelling, dunkt me. Waar de productie het qua inhoudelijke beleving af laat weten en geen recht doet aan Margareta Zelle, daar wordt veel goed gemaakt door de dynamische choreografie van Brandsen, die wonderwel wordt ondersteund door de muziek van componist Tarik O’ Regan. Deze laatste maakte, op verzoek van Brandsen, een compleet nieuwe compositie voor het ballet –eentje die gelukkig prettig in het gehoor ligt en door Het Balletorkest o.l.v. Matthew Rowe met verve ten gehore wordt gebracht. Rustige, verstilde momenten worden met gemak afgewisseld met swingende, bruisende melodieën die invloeden verraden van klassieke muziek, jazz en wereldmuziek. Zogenaamde leidmotieven dienen om het verhaal structuur te geven en om de emotionele gesteldheid van Mata Hari weer te geven, waardoor het publiek tenminste nog een beetje een idee krijgt wat zich in haar hoofd afspeelt.

De hoofdprijs gaat echter naar Clement & Sanôu (decor- en lichtontwerp) en Francois-Noël Cherpin (kostuumontwerp), die de wereld van de belle epoque met hun prachtige ontwerpen tot leven brengen. Okee, de outfits van de Cancan-meisjes in de Moulin Rouge zijn een beetje teveel van het goede, maar verder zien de kostuums er prachtig uit; met name de creaties die Mata Hari draagt. En de keuze voor een gigantisch stationsgebouw als basis van het decor is ook goed gevonden; het symboliseert de vele reizen die de Friese spionne maakte in haar leven. Naarmate het dramatische einde van dat leven steeds dichterbij komt begint ook het decor langzaam in duigen te vallen. En warempel; wanneer Mata Hari dan aan het slot oog in oog staat met het vuurpeloton (bestaande uit, hoe ironisch, mannen in uniform) en dapper weigert om geblinddoekt te worden, dan zien we eindelijk iets van die sterke vrouw die Ted Brandsen voor ogen had toen hij het ballet creëerde.

Mata Hari is op 6 februari in première gegaan en zal nog t/m 26 februari te zien zijn bij Nationale Opera & Ballet te Amsterdam.