Het premierschap van Winston Churchill tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft hem – terecht – een eeuwige plek bezorgd in het pantheon der grootheden. Zijn leiderschap inspireerde de Britse bevolking om de strijd tegen de Nazi’s tegen elke prijs door te zetten en legde daarmee de basis voor de geallieerde overwinning en de dominantie van het Westerse democratische model. De cruciale eerste maand van het premierschap van Churchill was echter allesbehalve onverzettelijk. Het boek ‘In Duistere Tijden’ (en basis voor de film ‘Darkest Hour’) onderstreept de kracht van het woord waardoor Churchill de oorlogsleider werd die we vandaag de dag nog altijd eren.

 

‘(Alleen) het gesproken woord geldt’, een zinnetje dat vrijwel iedere gepubliceerde toespraak begeleidt. Een disclaimer die ervoor moet zorgen dat de spreker – in veel gevallen een hoogwaardigheidsspreker – alleen wordt afgerekend op de daadwerkelijke uitgesproken tekst en geen verantwoording hoeft af te leggen over wat op voorhand al op schrift staat. Los van deze (juridische) muggenzifterij heeft dit zinnetje een bredere – onbedoelde  – betekenis: een toespraak is pas realiteit, heeft effect, wanneer het ook daadwerkelijk uitgesproken is.  Nu zijn veel toespraken, zeker de afgelopen maand die bol stond van nieuwsjaartoespraken, vrijwel meteen weer vergeten op het moment dat de spreker de geachte dames en heren bedankt heeft voor de aandacht en – lekker praktisch! – wijst op de biertap die weer aangaat en de bitterballen die aanstaande zijn. Maar er zijn een aantal toespraken die door de eloquentie ervan of de context waarin deze wordt uitgesproken maar meestal een combinatie van beide van grote invloed zijn geweest op het verloop van de geschiedenis. Van de woorden van de Byzantijnse Theodora die haar man Justinianus weerhield  van het vluchten voor een opstand (“het keizerlijke purper is een mooie lijkwade”) en Paus Urbanus II die opriep tot de Eerste Kruistocht (“God wil het”) tot de klassiekers van de 20e eeuw zoals de “I have a dream”-speech van Martin Luther King en de inaugurele rede van John F. Kennedy (“Ask not what your country can do for you”). Maar binnen deze verheven groep van redenaars is er wellicht één die de eerste onder zijn gelijken is: Winston Churchill. Het recent verschenen ‘In Duistere Tijden’ vertelt het verhaal van drie speeches die een onzekere premier de houvast gaven om uit te groeien tot de grootste oorlogsleider die de wereld gekend heeft.

 

Het einde van Chamberlain

De onverzettelijkheid van Winston Churchill (1874-1965) is legendarisch. Het is daarom niet gek wanneer het beeld van de Britse staatsman bestaat uit een aantal bijzondere speeches en de overwinning in de Tweede Wereldoorlog. Een samenvatting die zonder meer klopt, maar geen recht doet aan het verband ertussen. In die lacune is de Nieuw-Zeelandse  auteur, scenarioschrijver en filmproducent Anthony McCarten (1961) gedoken door – gelijktijdig – een boek en scenario te schrijven over Churchill’s eerste maand als premier van het Verenigd Koninkrijk (10 mei –  4 juni 1940). Inmiddels is de film op basis van McCarten’s scenario een (terechte) hit bij zowel publiek als recensenten en lijkt niets of niemand Gary Oldman af te kunnen houden van een zeer verdiende toekenning van de Oscar voor beste mannelijke hoofdrol. Hoewel film en boek een gelijk verhaal vertellen, geeft het boek – uiteraard – meer detail, maar is vooral ook genuanceerder dan de (soms) zwart-wit figuren die de filmversie bevolken. Die cruciale maand in 1940 is vooral ook een politieke strijd, niet in de laatste plaats in de heersende Conservatieve Partij. Een kleine twee jaar nadat Neville Chamberlain met groot gejuich werd ontvangen na de Vredesconferentie van München (“Peace for our time”) was er van zijn autoriteit bar weinig over. Na de start van de Blitzkrieg en daarmee de Tweede Wereldoorlog precies een jaar na München was het definitief gedaan met de politiek van appeasement. In dat eerste jaar boekte Duitsland overwinning na overwinning en vielen de landen van West-Europa als dominostenen voor de Germaanse horde. De positie van Chamberlain – ondanks nog altijd grote steun binnen de Conservatieve Partij – wankelde en werd definitief onhoudbaar toen het oppositionele Labour zich bereid toonde toe te treden tot een regering van nationale eenheid onder voorwaarde dat deze niet geleid zou worden door Chamberlain. Het doek viel voor Chamberlain die enkele maanden later aan kanker zou overlijden. Wie moest  het land leiden?

 

Een onzeker begin

De keuze voor de nieuwe premier ging tussen Winston Churchill en Lord Halifax. Al snel was duidelijk dat de steun voor Churchill, met name onder Labour en in de pers, veel groter was dan Halifax die samen met Chamberlain verantwoordelijk was voor de politiek van appeasement en bovenal zitting had in de House of Lords en daarmee in de praktijk lastig premier kon worden. Desalniettemin kon Halifax steunen op een groot deel van de Conservatieve Partij, het establishment én de Koning. Het boek zet dit alles buitengewoon goed uiteen waar in de film met name Halifax te zwart-wit wordt getoond. Zo werd de droom van Churchill waar en werd hij de premier van het Verenigd Koninkrijk. Een premierschap dat dreigde van korte duur te zijn door de genadeloze opmars van Duitsland en de dreiging dat hij het (politieke) vertrouwen zou verliezen. Dit vooral omdat hij weigerde te verkennen welke mogelijkheden er tot vredesbesprekingen waren na het drama dat zich in Duinkerke voltrok waar de volledige British Expeditionary Force (BEF) van ruim 300.000 troepen door de Duitsers dreigde te worden gedood of gevangen genomen. Een klap die het Verenigd Koninkrijk waarschijnlijk niet te boven was gekomen. In Duistere Tijden maakt inzichtelijk dat de legendarische onverzettelijkheid van Churchill in die cruciale maand haperde en hij  – mede uit lijfsbehoud – deels mee ging in het idee van vredesbesprekingen. McCarten toont overtuigend aan dat dit juist geen smet is op het blazoen van Churchill, maar hem juist meer maakt dat de soms cartoonfiguur die we vandaag de dag kennen. Hoe het ook zij, het enige wapen dat hij in die tijd had – naast het gedurfde plan om via particuliere boten en schepen de BEF te evacueren – de Engelse taal was. Een wapen dat hij als geen ander beheerste en waarbij drie speeches de basis vormden voor zijn politieke overleving, het Verenigd Koninkrijk inspireerde tot verzet en daarmee de lange weg naar de eindoverwinning. Een drieluik dat startte op 13 mei 1940 met zijn eerste speech als premier tot het Lagerhuis, de zogenaamde Blood, toil, tears, and sweat-speech en eindigde met misschien wel de bekendste speech aller tijden: de We shall fight on the beaches-toespraak van 4 juni 1940. Eerder die dag oefende hij die laatste speech op het Britse kabinet waarmee het drieluik compleet is. McCarten heeft hiermee een fascinerend boek geschreven dat voor liefhebbers van Churchill en de film Darkest Hour zeer aan te raden is. Want juist voor deze speeches is de disclaimer ‘Het gesproken woord geldt’ van toepassing. Want op papier had het geen betekenis, in handen van Churchill vormde het de basis voor de overwinning in de Tweede Wereldoorlog en toonde de kracht van het gesproken woord.

Foto: Wikimedia Commons

 

‘In Duistere Tijden’ van Anthony McGarten is 10 januari jl. verschenen. Het is de Nederlandse vertaling – door Annemie de Vries – van het originele ‘Darkest Hour’ dat in november verscheen.