In het kader van de Week van de Klassieken werpen we vandaag een blik op twee nieuwe exposities in het Rijksmuseum van Oudheden. Beide nemen ze de bezoeker mee op reis, namelijk naar de Nederlandse kust en naar het dodenrijk, maar waar de één verrast door een originele invalshoek, daar biedt de andere eigenlijk weinig nieuws onder de zon. En we nemen ook nog afscheid van een gemummificeerde kleuter.

Campagnebeeld2_met_titel_800pWie aan Egypte denkt -en dan in het bijzonder aan het oude Egypte- die denkt waarschijnlijk meteen aan piramiden, sfinxen, de Nijl en mummies. Nu zult u voor die eerste drie toch echt naar Egypte af moeten reizen, maar mummies hebben ze in overvloed in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden –plus nog een heleboel andere voorwerpen uit het land van de farao’s. De imposante collectie is zelfs één van de grootste verzamelingen van oud-Egyptische kunst ter wereld. Helaas voor de liefhebbers wordt de Egyptische afdeling, waar de vaste opstelling normaal gesproken te bewonderen is, momenteel verbouwd; na de Grieken, Etrusken en Romeinen, die er vorig jaar aan moesten geloven,  krijgen nu ook de Egyptenaren een make-over qua presentatie. Dat was natuurlijk pech voor de bezoekers die per se mummies wilden zien (toch hét uithangbordje van het Rijksmuseum van Oudheden) dus hebben ze iets slims bedacht in Leiden: een tijdelijke tentoonstelling waarin een aantal topstukken uit de Egyptische collectie te zien is. Deze heeft de titel Egypte. Land van onsterfelijkheid gekregen en is sinds 1 april te bezichtigen in de nieuwe expositieruimte, maar had eigenlijk net zo goed Tijdelijke Egyptische Afdeling kunnen heten.

Weinig verrassend

Van een tentoonstelling mag je namelijk wel iets meer verwachten dan alleen wat hoogtepunten uit de vaste collectie. Ja, natuurlijk, het geheel heeft als thema ‘land van onsterfelijkheid’ gekregen en laat zien hoe obsessief de Egyptenaren bezig waren met het leven na de dood, maar laten we even eerlijk wezen: daar draait het bij dat volkje bijna altijd om. Hoe interessant de andere aspecten van de geschiedenis van Egypte ook mogen zijn, musea staan doorgaans vol met mummies plus bijbehorende grafkisten en allerhande grafgiften zoals vaatwerk, sieraden en canopen (potten) gevuld met de gedroogde ingewanden van de overledene. Tel daar de nodige informatie bij op over de godenwereld, het mummificatieproces en de grafrituelen, en voilà, je hebt (even kort door de bocht) een oud-Egyptische afdeling. Of, in dit geval, een tentoonstelling –maar dan wel eentje die niets nieuws te bieden heeft. Geen bijzondere invalshoek of een opvallend thema, maar gewoon het (ingekorte) verhaal zoals dat normaal gepresenteerd wordt op de reguliere afdeling. Dat wil uiteraard niet zeggen dat deze expositie niet de moeite waard is; het blijft allemaal fascinerend om te bekijken en onder de ruim 150 getoonde objecten, allemaal uit de eigen verzameling, bevinden zich ook voorwerpen die nooit eerder te zien waren voor het publiek, maar dat neemt niet weg dat Egypte. Land van onsterfelijkheid nauwelijks weet te verrassen en duidelijk bedoeld is als fraai zoethoudertje totdat de verbouwing is afgelopen.

Afscheid van een icoon

Wie na de verbouwing in ieder geval níet terug zal keren in de nieuwe opstelling is de beroemde kindermummie, die jarenlang een populaire trekpleister was voor het museum. Bezoekers stonden in de rij om het naakte jongetje te zien dat in 1828 naar Leiden kwam en tot voor kort nog gewoon in een vitrine te bewonderen was; naakt, want het kleine lichaampje was ontdaan van zijn windsels. En behalve het gat in zijn buik, dat is ontstaan toen na zijn dood de ingewanden werden verwijderd, zag het kind er goed geconserveerd uit –en nog behoorlijk aandoenlijk ook. Niet heel verwonderlijk dus dat deze aanwinst de nodige aandacht trok. Maar nu is de iconische kindermummie verbannen naar het depot, omdat het niet meer van deze tijd zou zijn om het publiek te confronteren met de niet-functionele naakte kwetsbaarheid van het lichaam –aldus museumdirecteur Wim Weijland, die eerder dit jaar in nrc.next deze omstreden beslissing verklaarde. Steeds meer bezoekers zouden moeite hebben met het tentoongestelde jongetje en ook de nieuwe gedachten van The International Council of Museums over hoe musea om dienen te gaan met menselijke resten spelen een belangrijke rol. Zo zouden, in het geval van mummies, de musea eens wat meer rekening moeten houden met de oude Egyptenaren; hoe zouden die het hebben gevonden, dat de doden die ze met liefde hadden begraven nu open en bloot in vitrines te zien zijn?

Mummies in de ban

Hoewel aan de ene kant begrijpelijk, is dat aan de andere kant een nogal raar argument; immers, geen enkele schedel, skelet of mummie heeft er ooit om gevraagd om tentoongesteld te worden in welk museum dan ook (behalve misschien de mensen wier lichaam te zien is in Body Worlds), maar belangrijker nog, wie doen we er nou helemaal kwaad mee? Het gaat hier om overblijfselen van mensen die honderden of zelfs duizenden jaren geleden zijn overleden, dus er hoeft geen rekening te worden gehouden met nabestaanden, en zolang het nodige respect in acht wordt genomen zie ik geen kwaad in het tentoonstellen van menselijke resten die nou eenmaal toch al opgegraven zijn. Sterker nog: zo’n kindermummie met duidelijk herkenbare gelaatstrekken kan juist helpen om de bezoeker ervan te doordringen dat die oude Egyptenaren ook maar gewoon mensen waren –iets dat je nog wel eens wilt vergeten door de vele statige doch afstandelijke beelden, grafkisten en andere (kunst)voorwerpen. Feit is dat dat eeuwenoude goed geconserveerde lichaampje iets met je doet; of het nou ontroert, fascineert of afschuw oproept. En is dat niet wat een museum -en zeker een oudheidkundig museum waarin het draait om dode culturen- nodig heeft? Iets (of in dit geval: iemand) die je raakt, die de geschiedenis tastbaar maakt? Bovendien, wie de kindermummie niet wil zien kan er altijd nog met een grote boog omheen lopen, zou ik zo denken. Maar helaas, voorlopig zal hij niet terugkeren in de vaste tentoonstelling die vanaf half oktober weer toegankelijk moet zijn. Andere mummies gelukkig (nog) wel, want het Rijksmuseum van Oudheden is niet zo rigoureus te werk gegaan als bijvoorbeeld het Museum voor Egyptische Kunst in München waar ze voor het gemak maar gewoon alle mummies van de afdeling verwijderd hebben. Omdat men tot het inzicht is gekomen dat het nooit de bedoeling is geweest van de Egyptenaren dat ze geëxposeerd zouden worden. Wel, als je opeens zó principieel bent geworden dan stel ik voor dat je de lichamen dan ook maar ritueel gaat herbegraven, opdat de mummies de rest van de eeuwigheid in een graftombe door kunnen brengen i.p.v. in een museumdepot. Dát is namelijk hoe ze het zelf hadden gewild.

Daar aan de kust, de Romeinse kust

Genoeg over de mummies, terug naar de expositieruimte in Leiden waar op 1 april nog een andere tentoonstelling over de klassieke oudheid geopend werd. Eentje die wél wat nieuws te vertellen heeft en die zeer interessante zaken aan het licht brengt over onze eigen kustlijn –ten tijde van de Romeinen, welteverstaan. Bezoekers volgen een route van noord naar zuid (van Texel tot Zeeland) en komen onderweg van alles te weten over het leven aan de Nederlandse kust in de Romeinse tijd; onderwerpen als handel, scheepvaart, woonomstandigheden, de militaire organisatie van de kustverdediging en religie passeren de revue. Veel aandacht is er voor de verschillende forten die op strategische plekken lagen en die door middel van reconstructies, zoals gedetailleerde maquettes, tot leven worden gebracht. Denk bijvoorbeeld aan fort Flevum (bij Velsen), fort Matilo (bij Leiden) of het mysterieuze -want in zee verdwenen- fort de Brittenburg (bij Katwijk). Wat opvalt is de duidelijke tweedeling tussen noord en zuid die ontstond doordat de noordelijke grens van het Romeinse Rijk (de limes) dwars door Nederland liep; deze grens, die grotendeels de rivier de Rijn volgde die bij Katwijk in zee uitmondde, zorgde ervoor dat in het noorden de vrije inheemse stammen hun gang konden gaan terwijl het zuiden onder Romeins gezag viel. Niet alleen de gang van zaken in de verschillende gebieden, maar ook de onderlinge verhoudingen worden uitgelicht in de tentoonstelling die de simpele doch alleszeggende titel Romeinse kust heeft gekregen.

Herkenbaarheid

Het verhaal van Nederland ten tijde van de Romeinen is zeker vaker verteld (het Rijksmuseum van Oudheden heeft zelfs een aparte afdeling die dit onderwerp behandelt) maar het is een vrij originele en verfrissende invalshoek om de blik deze keer op de kustlijn te richten. Vooral omdat er zo een voor elke Nederlander herkenbare route afgelegd kan worden die ons langs wat minder bekende plaatsen, gebeurtenissen en verhalen leidt. Met behulp van authentieke voorwerpen, die afkomstig zijn uit plaatsen en gebieden aan zee, wordt een boeiende geschiedenis verteld die dankzij lang en grondig archeologisch onderzoek eindelijk aan het grote publiek gepresenteerd kan worden. Handig voor de bezoeker is de routekaart die bij aanvang meegenomen kan worden en waarop in drie etappes de ontdekkingstocht overzichtelijk wordt gemaakt. Romeinse kust is in vergelijking met Egypte. Land van onsterfelijkheid een verademing, zowel qua opzet als uitstraling, maar de hoge herkenbaarheidsfactor zal ook wel een belangrijke rol spelen; het gaat hier immers om onze eigen kust, die tegenwoordig vooral associaties oproept met een lekker dagje naar het strand maar die destijds voor de Romeinen van groot militair belang was. Ook leuk om te doen: na een bezoekje aan de tentoonstelling meteen door naar het nabij gelegen archeologische park Matilo in de wijk Roomburg, alwaar het oude Romeinse fort (castellum) bovengronds zichtbaar is gemaakt. Een activiteit die zeker niet zou misstaan tijdens de Week van de Klassieken, die nog t/m 15 april duurt en gedurende welke er in het Rijksmuseum van Oudheden (en vele andere locaties) allerlei extra activiteiten zullen plaatsvinden.

De tentoonstelling ‘Egypte. Land van onsterfelijkheid’ is nog t/m 2 oktober te zien en ‘Romeinse kust’ t/m 25 september. Meer info? Klik hier.