Huh? Ouderwets en tegelijkertijd verfrissend, kan dat eigenlijk wel? Jazeker, kijk maar naar Disney’s nieuwe live-action film Cinderella. Een betoverend klassiek verhaal volgens het (sprookjes)boekje.

Regisseur Kenneth Branagh, die zijn sporen verdiende met filmbewerkingen van stukken van Shakespeare, pakt in ieder geval lekker uit als het aankomt op zoete romantiek en visuele pracht; in de mooiste scène van de film, de aankomst van Assepoester op het bal, kijk je als toeschouwer ademloos toe hoe ’s werelds bekendste huissloofje, perfect gerestyled dankzij een make-over van haar Fairy Godmother, in een zwierige blauwe jurk en de verplichte glazen muiltjes haar entree maakt in de balzaal van het paleis. Fashionably late natuurlijk, zodat ze de aandacht opeist van alle aanwezige feestgangers, inclusief die van Prins Charming; deze stond al met smart op zijn droomvrouw te wachten, in zijn smetteloos witte en strakke broek, maar nu ze er eindelijk is lacht hij zijn parelwitte tanden bloot en kan het feest wat hem betreft écht beginnen. Met een sierlijke dans opent het mooie paar vervolgens het bal, tot verrukking van alle aanwezigen. Van álle aanwezigen? Nee, zoals het hoort in een sprookje liggen er natuurlijk ook schurken op de loer… En reken maar dat in deze Cinderella alles gaat zoals het hoort. Verwacht niets meer, maar vooral niets minder.

4304_cinderella_2015Als het op sprookjes aankomt heeft Disney natuurlijk een reputatie op te houden; ome Walt bouwde zijn imperium bij wijze van spreken op de stevige fundamenten van het succes van de animatieklassieker Snow White and the Seven Dwarfs (1937), de allereerste avondvullende tekenfilm, en ook later liet de studio zich regelmatig door bekende sprookjes inspireren. Cinderella (1950) en Sleeping Beauty (1959) zijn andere mooie voorbeelden uit de hoogtijdagen (toen Walt Disney zelf nog de scepter zwaaide over zijn bedrijf), maar dan wordt het een poosje stil op sprookjesgebied. Na een lange rij minder succesvolle animatiefilms komt men eind jaren 80 gelukkig op het lumineuze idee om weer eens een sprookjesboek open te slaan en met hits als The Little Mermaid (1989), Beauty and the Beast (1991) en Aladdin (1992) breekt er een nieuwe gouden tijd aan voor Disney.

Een groot verschil met de vroegere films is er wel; waren Sneeuwwitje, Assepoester en Doornroosje nog toonbeelden van vrouwelijke lieftalligheid en bescheidenheid, daar zijn de moderne heldinnen Ariël, Belle en Jasmine niet op hun mondje gevallen en nemen ze hun lot in eigen handen. Na deze tweede gouden eeuw volgt wederom een wat mindere periode, waarin met name Pixar in het open gat springt, maar dan zijn het opnieuw de sprookjes die Disney in de 21e eeuw weer op de kaart zetten, zij het in een iets ander jasje; in navolging van Pixar waagt men zich namelijk aan de computeranimatie, een slimme zet die films als Rapunzel (2010) en het monstersucces Frozen (2013) oplevert. Een ander genre dat erg aanslaat zijn de zgn. live-action versies van de klassiekers van weleer, zoals Alice in Wonderland uit 2010, met Johnny Depp als de gekke Hoedenmaker, en vorig jaar nog was daar Maleficent, waarin Angelina Jolie de titelrol vertolkte en ons kennis liet maken met een geheel nieuwe kant van de gehoornde ‘slechterik’ uit Disney’s Sleeping Beauty. En het einde is nog lang niet in zicht; er wordt al gewerkt aan live-action versies van het Jungle Book en Beauty & the Beast.

De aanpak van deze remakes van de klassieke tekenfilms verschilt, al is er meestal wel sprake van een soort update. De Alice die Wonderland onveilig maakt is in de ‘echte’ film aanvankelijk nog wel een gedecideerd meisje, maar besluit uiteindelijk te vechten voor de goede zaak met het zwaard in de hand. Dat zagen we haar getekende versie in 1951 niet zo snel doen. Maleficent neemt al helemaal een loopje met de originele film door een compleet andere draai te geven aan het verhaal van Doornroosje, wat haar van een slechte fee min of meer verandert in een goede. Wie naar Cinderella gaat, die sinds afgelopen donderdag in de bioscoop te zien is, verwacht misschien ook een origineel uitgangspunt of een andere ingreep die de live-action versie onderscheidt van de animatiefilm uit 1950, maar daarvan is deze keer geen sprake. Geen moderne invalshoek, geen twist, geen verrassingen; Cinderella houdt zich aan de oorspronkelijke lezing van het verhaal. Het geheel wordt natuurlijk wel opgeleukt door prachtige kostuums en decors en verbluffende special effects, maar verder is dit een good old fashioned fairy tale zoals we ze tegenwoordig niet meer vaak zien. Maakt dat de film saai of achterhaald? Welnee; juist doordat het sprookje in zijn waarde wordt gelaten ben ik van mening dat deze Cinderella één van de meest verfrissende en gedurfde films is van de laatste tijd. Jazeker mensen, er is lef voor nodig om met zo’n traditiegetrouw vehikel op de markt te komen. Dat blijkt wel uit het feit dat Kenneth Branaghs beslissing om voor onvervalste prinsessenromantiek te gaan lang niet bij iedereen in goede aarde viel.

Cinderella-2015-Ella-New-DressVeelgehoorde kritiek is dat Branagh de klok vijftig jaar terug zou hebben gezet met deze versie. De ontwapenende en onschuldige Assepoester (gespeeld door de beeldige Lily James) zou een belediging zijn voor de 21e eeuwse moderne vrouw en meer in het rijtje passen van de lieftallige Disney-dames uit de jaren 50, terwijl het natuurlijk meer in de lijn der verwachting lag dat ze zich zou ontpoppen als een waardige opvolgster van de mondige prinsessen die opstonden in de jaren 90. De maatschappelijke voorbeeldfunctie van de Disney-heldinnen, een heet hangijzer, werd door Branagh volkomen aan zijn laars gelapt toen hij besloot om van zijn leading lady een ogenschijnlijk vrij passief en lijdzaam meisje te maken. Twee opmerkingen daarover: ten eerste, is het nou echt zo verkeerd dat Cinderella, die eigenlijk gewoon Ella heet in deze film, een optimistisch en beleefd kind is dat haar boze stiefmoeder en stiefzusters geen grote bek geeft en wacht tot er betere tijden komen? Laat haar toch lekker; ze is geen moderne zakenvrouw, maar een eenvoudige deerne uit een ver, fictief verleden. Ten tweede; zó timide is ze nou ook weer niet, voor wie verder kijkt dan zijn neus lang is. Zo heeft ze er geen enkele moeite mee om wildvreemde mensen te vertellen wat ze denkt (zowel de prins als zijn vader de koning ondervinden dit aan den lijve) en presenteert ze zichzelf uiteindelijk zonder opsmuk voor haar geliefde, met de boodschap (de moraal van het verhaal) dat hij haar zal moeten nemen zoals ze is. Niet verkeerd, dacht ik zo.

Ook de poging om van de archaïsche sprookjesfiguren échte mensen te maken is aardig gelukt; Cinderella is simpelweg hartveroverend en de prins, meestal een wat ondankbaar bijrolletje, krijgt zowaar wat diepgang dankzij acteur Richard Madden, beter bekend als Robb Stark uit Game of Thrones. Het is echter Cate Blanchett als Lady Tremaine, oftewel de vileine stiefmoeder, die de show steelt; ze oogt als een glamorous diva uit de jaren 40 en 50 die in de verkeerde film is beland, inclusief een stunning garderobe, maar onder dat ongenaakbare uiterlijk gaat een gekwetste vrouw schuil die door schade en schande wijzer is geworden en inmiddels geen middel meer schuwt om haar toekomst en die van haar twee kibbelende dochters veilig te stellen. Een hele vooruitgang in vergelijking met de strenge doch verder kleurloze stiefmoeder uit de tekenfilm. Iets minder geslaagd vond ik Helena Bonham Carter als lichtelijk verstrooide goede toverfee in een hysterische outfit; leuk bedacht, maar doe mij dan maar die lieve oude ‘bibbidi-bobbidi-boo’ petemoei uit de originele versie. (Wie tijdens de aftiteling blijft zitten hoort haar nog eventjes voorbijkomen!) Alle lof verder voor Sandy Powell en Dante Ferretti, die verantwoordelijk zijn voor respectievelijk de kostuums en de decors. Zij maken van Cinderella, een hartverwarmend en geslaagd sprookje, een feest om naar te kijken.