In nood leert men zijn vrienden kennen, zo luidt het gezegde. Dit blijkt maar al te waar te zijn in Pride, de nieuwste film van regisseur Matthew Warchus.

We schrijven het Verenigd Koninkrijk in het midden van de jaren tachtig; de conservatieve regering met aan het hoofd Margaret Thatcher, de geliefde en tevens gehate Iron Lady, heeft besloten om de kolenmijnen te sluiten. Zoals ongetwijfeld bekend ging dit niet zonder slag of stoot; een jaar lang, van maart 1984 tot maart 1985, legden de mijnwerkers hun werk neer en voerden ze verbeten actie om de mijnen open te houden. Een turbulente en niet al te vrolijke periode, die echter wél als decor wordt gebruikt in een paar van de beste Britse feelgood films ooit. Klinkt misschien tegenstrijdig, maar hee, zelfs over de Tweede Wereldoorlog zijn komedies gemaakt. Wat betreft de Britse misère: men denke aan het ontroerende Brassed Off (1996), waarin de blaaskapel van een mijn -die er begin jaren ’90 nog aan moet geloven- het hoofd boven water probeert te houden, of aan het magistrale Billy Elliot (2000), waarin het zoontje van een stakende mijnwerker zich een weg uit de ellende omhoog danst. Ik noem ook nog even The Full Monty (1997), over zes werkloze fabrieksarbeiders die besluiten om te gaan strippen, al ligt de oorzaak van hun werkloosheid niet in de sluiting van de kolenmijnen maar is die te wijten aan het opdoeken van de staalmijnen, enkele jaren later.

Billy Elliot

Billy Elliot

billy_elliot

Billy Elliot

Wie dol was op de films die ik net noemde, moet niet aarzelen naar de bioscoop te rennen. De film Pride, die vanaf vandaag draait, kan namelijk moeiteloos aan dit rijtje worden toegevoegd. Het is een verhaal over mensen die in barre omstandigheden als het ware boven zichzelf uitstijgen. Wat de oorzaak is van die barre omstandigheden, tja, dat doet er eigenlijk niet zoveel toe. In deze gevallen draait het steeds om sluiting van de mijnen, een voor filmmakers dankbaar en populair gegeven dat de perfecte grimmige achtergrond levert, maar Billy Elliot zou zich net zo goed –ik zeg maar wat- in een achterstandswijk in hedendaags Detroit kunnen afspelen. Okee, misschien een verkeerd voorbeeld, want tegenwoordig is geloof ik heel Detroit één grote achterstandswijk, maar goed, u begrijpt mijn punt.

“Het is een verhaal over mensen die in barre omstandigheden als het ware boven zichzelf uitstijgen. Wat de oorzaak is van die barre omstandigheden, tja, dat doet er eigenlijk niet zoveel toe.”

Zo speelt het verhaal van Pride zich dus ook af tijdens de grote mijnwerkersstaking, maar die hele staking komt verder niet echt aan bod. De makers proberen ook niet uit te leggen waar het allemaal om draaide en of de stakers het bij het rechte eind hadden of niet. [Noot van de redactie: die lui moesten niet zo zeuren, het werd hoog tijd dat die ongezonde en geldverslindende kolenmijnen werden gesloten] Waar het om gaat is dat de sociale onlusten twee heel verschillende werelden samenbrengen, namelijk die van de overdadige, kleurrijke homoscene en die van het traditionele, gesloten mijnwerkersvolk. Sceptici die nu besmuikt moeten lachen hebben mooi het nakijken, want het leuke van Pride is dat deze film zich baseert op een waargebeurd verhaal. In 1984 besluit een groepje homo’s en lesbiennes in Londen om solidair te zijn met de getroffen gezinnen van de stakende mijnwerkers en ze zetten een actie op touw om geld voor hen in te zamelen. Een nobel initiatief, maar er doet zich al snel een probleem voor: hoe en waar gaan ze dat geld overhandigen? De mijnwerkers worden namelijk liever niet geassocieerd met deze nichterige actiegroep…

Pride

Pride

Uit wanhoop besluiten de homo’s en de lesbo’s om dan maar zelf op goed geluk een willekeurig mijnwerkersdorpje in Wales uit te zoeken om hun donaties te deponeren. Gelukkig wordt dit gat bevolkt door Brits acteertalent als Bill Nighy, Imelda Staunton en Paddy Considine, waardoor hun keuze een goede gok blijkt te zijn. Uiteraard is het in het begin even wennen; de bewoners van het stadje bekijken de welwillende homoseksuele delegatie, die er door de jaren ’80-look extra flamboyant uitziet, aanvankelijk met argusogen, maar al snel worden de actievoerders door vrijwel de hele gemeenschap omarmd. De vriendschap die ontstaat betaalt zich later uit als de mijnwerkers, nadat de staking uiteindelijk wordt gebroken, op hun beurt de gays & lesbians bijstaan in hun strijd om gelijke rechten en zelfs meelopen in een zgn. Pride-mars.

Ik zei het aan het begin van dit stuk al: Pride is een feelgood movie. Dat wil zeggen dat, alhoewel er ruimte is voor een lach en een traan, je aan het eind van de film met een overwegend positief gevoel –en het liefst met een brok in de keel- de bioscoop dient te verlaten. Slaagt Pride daarin? Jazeker, al ontkomen de makers niet aan een aantal verplichte nummers; zo is er in het mijnwerkersgehucht één verzuurde weduwe die de verbroedering met de homoseksuele medemens niet ziet zitten, komt een inwoner op leeftijd na járen eindelijk uit de kast, gaan de huisvrouwen op ontdekkingstocht in homoclubs (lachen!) en ontdekken de heterojongens dat die homo’s best wel coole gasten zijn omdat ze zo goed kunnen dansen. Met de afgekeken danspasjes kunnen zij op hun beurt dan weer indruk maken op de dames.

Ook bij de homo’s en lesbiennes ontbreekt het niet aan -blijkbaar onontkoombare- cliché’s: op één of twee na zien ze er allemaal uit als typische nichten en potten, er is de homo die uit de kast is gekomen en als gevolg daarvan zijn moeder al jaren niet heeft gesproken en dan heb je nog de homo die nog in de kast zit en zijn geaardheid krampachtig verborgen probeert te houden voor zijn familie. En we zitten midden in de jaren tachtig, wat betekent dat die gevreesde nieuwe ziekte, aids, ook om de hoek komt kijken…

Zonder twijfel één van de leukste en beste films van het jaar.

Dit alles zou een tenenkrommend resultaat op kunnen leveren, ware het niet dat de luchtige aanpak van de problematiek, aangevuld met een flinke dosis Britse humor, vanPride een hartverwarmende en voor een breed publiek geschikte film heeft gemaakt. Ook met dank aan enkele opvallende acteerprestaties van o.a. Bill Nighy (in zijn misschien wel meest ingetogen rol tot nu toe) en let op de nog relatief onbekende Ben Schnetzer als de leider van de actiegroep. Zonder twijfel één van de leukste en beste films van het jaar.