Het feminisme is dood. Verwende prinsesjes die een jihad tegen witte windmolens voeren hebben het feminisme gedood. Feminisme 4.0 (blijkbaar zitten we nu alweer in de vierde golf) gaat echt helemaal nergens over.

Emmerende eierstokken

Omdat ik graag van een ander wil leren probeer ik boeken zo onbevangen mogelijk te lezen. Hoewel ik niet bepaald een fan ben van Femke Halsema besloot ik mijn vooroordelen tegen haar in de ijskast te leggen en bekeek haar politieke autobiografie Pluche met een frisse blik. Het is, ik herhaal het nog maar eens, echt een heel goed boek.

De bundel Vrouwen schrijven niet met hun tieten. Een nieuwe generatie schrijvers over alledaags seksisme, onnodige ongelijkheid en eicellen met klauwtjes kon ik echter niet onbevooroordeeld doorlezen. Mijn weerzin tegen het hedendaagse feminisme, dat intersectioneel (antiracistisch, dus anti-‘wit’) moet zijn, is daarvoor te groot. Ik kon niet anders dan mijn pen dopen in vitriool. De honing was op.

Wat ik tegen de nieuwe generatie feministen heb? Heb je even? Het zijn aanstellerige aandachtshoeren, emmerende eierstokken, genderobsessieve Grachtengordelgleuven, hypocriete hipstermeisjes, jengelende juffers, labiele lellebellen, narcistische navelstaarders, politiekcorrecte penishaters, vrijgestelde ongestelden en (speciaal voor Bert Brussen) zeurende zeikhoeren. Deze drammende dames kan en wil ik niet serieus nemen. Nooit.

Feminist

Valt er überhaupt iets positiefs over het boek te schrijven? Nou. De omslag is mooi. Het boek is goed gebonden, het valt niet uit elkaar als je het gelezen hebt. En er staan gelukkig ook geen taal- en stijlfouten in.

Schrijven met hun voeten

De rest is waardeloos. Wat een verschrikkelijk kutboek. Allereerst die vreemde titel, Vrouwen schrijven niet met hun tieten. Wat bedoelt Wiegertje Postma, de samensteller van het boek, hiermee? Het is toch volkomen logisch dat vrouwen niet met hun tieten schrijven? Een pen of potlood tussen je borsten houden is al lastig genoeg, ermee schrijven is schier onmogelijk.

Waarmee schrijven vrouwen dan wel? Met hun billen? Ook dat is volgens mij knap lastig, hoewel dit wel kan na veel oefenen. De billen moeten stevig worden samengeknepen en er moeten goede draaibewegingen worden gemaakt. Helaas is het op deze manier onmogelijk om te zien wat er wordt geschreven. Een spiegel kan wellicht uitkomst bieden.

En schrijven met de mond dan? Als vrouwen schrijven met hun mond kunnen ze gelukkig wel zien wat ze schrijven. Hoewel de vrouwenmond uiteraard niet voor dit doel geschapen is.

Het moge duidelijk zijn, vrouwen schrijven met hun voeten. Dat is natuurlijk ook de reden waarom ze hun teennagels altijd zo sexy lakken. De beroemde Italiaanse filosoof en seksist Nicollò Machiavelli leerde immers al dat wanneer je aan het schrijven bent je er op je paasbest uit moet zien.

De tietel titel van het boek is trouwens ontleend aan een uitspraak van Niña Wijers, die in 2014 de Anna Bijnsprijs in ontvangst mocht nemen. In haar toespraak zei zij:

‘Het is ook niet ideaal, seksistisch zelfs, zo’n prijs alleen voor vrouwen. Alsof de vrouw een minderheid is, laat staan een aparte afdeling. Vrouwen denken niet met hun tieten, en ze schrijven er als het goed is ook niet mee. De hele genderdiscussie maakt me af en toe moe, omdat fictie nu juist de plek bij uitstek is om de categorieën man/vrouw te laten varen. Wanneer ik schrijf, en wanneer ik lees, ben ik helemaal niet bezig met mijn sekse. Dat mijn vrouwzijn óók bepaalt wat en hoe ik schrijf zal ik niet ontkennen, maar uiteindelijk toch niet meer dan alle andere componenten – nationaliteit, sociale achtergrond, educatie – die mijn identiteit bepalen.’

Volgens Carel Peeters van Vrij Nederland begrepen de 26 meisjes dit citaat niet. Hun artikelen gaan namelijk wel over de genderdiscussie en het vrouwzijn en het bezig zijn met de eigen sekse-identiteit. De boektitel is dus een behoorlijke miskleun. ‘Achterlijk’, schreef Peeters terecht.

Jong en heel erg links

Maar wat hebben de 26 jongedames ons precies vertellen? Niets. Helemaal niets. Ze willen ons natuurlijk wel een heleboel vertellen. Over triviale onderwerpen als alledaags seksisme in Bart Smit-folders; over douchegel en sloopkogels; waarom lactacyd een leugen is; over onvrijwillige seks met witte mannen die uiteraard allemaal potentiële aanranders zijn en waarom het feminisme het patriarchaat schamper lachend de vinger moet geven (dat doen vrouwen dus met hun vinger, naast andere dingen).

UMass-Amherst-Protester-Completely-Loses-It-And-Throws-Temper-Tantrum-At-Free-Speech-Event

Enkele stukken (de artikelen bedoel ik, niet de auteurs) kwamen mij heel bekend voor. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want alle verhalen zijn eerder al ergens anders gepubliceerd. De bundel is een bloemlezing van eerder gepubliceerd werk en voegt ook in die zin niets aan het debat toe. Toen ik de lijst met schrijfsters bekeek die aan de bundel meewerkten viel het mij op dat de femelende feministen Sunny Bergman, Linda Duits en Sylvana Simons (zij is immers overal, zelfs in de politiek) er niet tussen stonden. Dit is een bewuste keuze van Wiegertje Postma geweest. De feministen die aan het woord komen zijn the voice of a new generation (net als Rutger Bregman, de filosoof-koning der hipsters). Wie van voor 1980 is mag niet meedoen. De jonge feministen doen wel aan leeftijdsdiscriminatie. SUNNY BERGMAN, LINDA DUITS EN SYLVANA SIMONS ZIJN DUS TE OUD!!! (Wat vind ik het toch ontzettend heerlijk om dit te roepen.)

De stukjes die de jonge feministen hebben geschreven komen uit de Volkskrant, de Groene Amsterdammer, Vrij Nederland, De Correspondent en last but not least het VARA-blog Joop. De schrijfsters zijn behalve (relatief) jong ook heel erg links. Met links bedoel ik uiteraard niet dat de jongedames begaan zijn met de noden van de vrouwen van het volk. Daar kijken ze intens op neer. Het magazine Vrouw van De Telegraaf vindt Wiegertje Postma maar achterlijk. Linkse vrouwen zijn alleen solidair met minderheden die in de progressieve mode zijn: lesbo’s, moslima’s, transgenders, vluchtelingen en de zwarte zusters. Minderheden die niet in deze mode zijn – zoals bijstandsmoeders, afvallige moslima’s en christelijke vrouwen – kunnen de vinger krijgen, ook al wordt dit niet hardop gezegd natuurlijk.

De intersectionele solidariteit gaat zo ver dat de aanrandingen in Keulen worden gebagatelliseerd door te stellen dat alle mannen potentiële aanranders zijn en je het daarom niet over de Noord-Afrikaanse achtergrond van de daders mag hebben (Simone van Saarloos), dat witte feministen mogen worden uitgescholden door zwarte feministen (Sarah Sluimer) en dat kritiek op de islam eigenlijk niet mag omdat je daarmee extreemrechts in de kaart speelt (Hasna el Maroudi).

De auteurs hebben bijna allemaal dat irritante betweterige, luyendijkiaanse toontje van De Correspondent, goede mensen die het zo veel beter weten dan wij gewone stervelingen. En net als bij De Correspondent reikt de horizon van deze dames niet verder dan de Amsterdamse Grachtengordel. Vanzelfsprekend natuurlijk, maar het moet toch even gezegd worden. #zeghet

Een echte definitie van feminisme

Hoewel de jonge feministen zich te goed voelen voor De Telegraaf is het intellectuele niveau van hun stukjes niet om over naar huis te schrijven. Ze schrijven oppervlakkig over oppervlakkige onderwerpen, hebben 0,0% zelfreflectie, praten elkaar allemaal na (zo werkt de linkse consensus nu eenmaal, wen er maar aan), zien twitterberichten van anonieme gekkies als hét bewijs van hun grote gelijk en gooien af en toe een moeilijke naam of een duur begrip in hun epistels om erudiet te lijken.

Zo beroept Asha ten Broeke zich op de dichteres Jana Beranová, die schreef: ‘Als niemand luistert naar niemand, vallen er doden in plaats van woorden.’ Met dit citaat eindigt ze haar essay abrupt en slaat ze tevens de discussie dood, want als wij (mannen en niet-feministische vrouwen, allen wit en cisgender uiteraard) niet luisteren naar de beroepszeikerds, pardon minderheden en slachtoffers, hebben wij doden op ons geweten. Dreigt Ten Broeke nu met terroristische aanslagen door feministen? Bomgordels in een tuinbroek? Ik moet opeens denken aan die mop van een islamitische opblaaspop. Die blaast zichzelf op.

Pedant en tegelijkertijd pathetisch is Wiegertje Postma in haar inleiding, waar ze feminisme definieert als het radicale idee dat vrouwen mensen zijn: ‘Feminism is the radical notion that women are people’ (in 1986 bedacht door Marie Shear in haar recensie van A Feminist Dictionary van Cheris Kramarae en Paula Treichler). Nee, om u uit de utopische droom te helpen, feminisme is dat helemaal niet. Ik zal een echte, ontmythologiseerde definitie van feminisme geven:

Feminisme is haat tegen witte mannen. Het is een cultureel-marxistische rancuneleer van elitaire, voornamelijk witte vrouwen, die zich moreel ver verheven voelen boven hun minder bevoorrechte soortgenoten, maar zich tegelijkertijd verschrikkelijk onzeker voelen en daarom steeds weer op zoek zijn naar zelfbevestiging. Feministen kunnen zelf helemaal niets. Ze parasiteren op het werk van anderen. Maar gebrek aan succes en kritiek op hun prestaties is altijd de schuld van de ander, nooit kijken ze eens kritisch naar zichzelf. Feministen zijn niet voor vrijheid en gelijkheid, maar voor de omverwerping van de Verlichtingsidealen. Feminisme is niet het radicale idee dat vrouwen mensen zijn, maar het radicale idee dat de blanke (witte) man de oorzaak is van al het kwaad op deze wereld. Met vrouwenrechten heeft feminisme dan ook helemaal niets te maken.

Happy ending

Mijn recensie heeft een happy ending nodig. Welnu, de strijd der seksen is een diepgaande worsteling, waarin soms de man en dan weer de vrouw de bovenliggende partij is. Dankzij al het feministische gefemel ben ik een groot fan geworden van Milo Yiannopoulos (@Nero), een blonde Grieks-Amerikaanse god die een beetje lijkt op mij, maar dan 10 jaar jonger. Hij debatteert met feministen en andere regressief linkse identiteitsfetisjisten en zet ze allemaal (figuurlijk dan) in hun hemd. Enkele dagen geleden schreef mijn nieuwe profeet op twitter:

Feminism is cancer
@Nero is the answer

Dat lijkt mij een mooi einde van deze enerverende exercitie. Ik draai mij nu om en ga weer verder slapen.

N.a.v.: Wiegertje Postma red., Vrouwen schrijven niet met hun tieten. Een nieuwe generatie schrijvers over alledaags seksisme, onnodige ongelijkheid en eicellen met klauwtjes (Amsterdam, Atlas Contact 2016). 239 pagina’s. ISBN 9789025447335. €19,99.

Foto: David Shankbone / Wikimedia Commons.