Roger Martin du Gard ontmaskert in een fijne novelle via de goedlachse maar venijnige postbode Joigneau het idyllische plattelandsleven van het oude Frankrijk.

Het zal weinigen zijn ontgaan dat de Franse schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur Roger Martin du Gard (1881-1958) met een opmars bezig is in Nederland. De romancyclus De Thibaults die de reden was om hem de Nobelprijs toe te kennen is begin 2014 voor het eerst in een volledig Nederlandse vertaling door Meulenhoff uitgegeven. Daarbij heeft Meulenhoff gekozen om de cyclus in twee delen uit te brengen waarvan het tweede deel in mei verschijnt. De kritieken op het magnum opus van Martin du Gard waren niet verkeerd en het is daarom niet vreemd dat ook zijn andere werk (opnieuw) het licht ziet. Daar waar Martin du Gard het verhaal van De Thibaults vanaf het einde van de 19e eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog bijna 2.000 pagina’s beslaat, is zijn Het Oude Frankrijk (Vieille France) een korte novelle van slechts 120 pagina’s. Maar in dat beperkte aantal pagina’s schetst Martin du Gard wel een genadeloos beeld van het Franse plattelandsleven.

De levensader van het dorp

Het verhaal van De Thibaults speelt zich af in de periode onmiddellijk voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog en tijdens de oorlog zelf, terwijl Het Oude Frankrijk (1933) na de Eerste Wereldoorlog plaats vindt. Plaats van handeling is Maupeyrou, een typisch Frans dorpje zoals er zovelen zijn. Martin du Gard schetst het leven van één dag in Maupeyrou en geeft daarmee een inkijkje in zijn beeld van het dorpse leven. Een schets door de ogen van postbode Joigneau die bijna letterlijk de levensader van het dorp vormt. Want via zijn vaste ritme is hij kind aan huis bij alle inwoners van zijn dorp waarbij het respect voor zijn functie als boodschapper van de buitenwereld – in ons digitale tijdperk amper nog voor te stellen – hem een onaantastbare positie verschaft. Een positie die hij zonder meer gebruikt om zijn handeltjes “erbij” zonder scrupules uit te voeren. Zo is hij de ogen en oren van de burgemeester die hem graag betaalt voor dirt over zijn politieke tegenstanders en is hij tevens ambassadeur van een gezin dat graag een oude weduwe zou opnemen om daarmee te kunnen beschikken over een riant huis. Een oude weduwe die zonder meer luistert naar het “neutrale” advies van de postbode die door slachtoffer en daders in gelijke mate wordt beloond. Tegelijkertijd neemt Joigneau zijn rol serieus door altijd ongeadresseerd drukwerk bij zich te hebben om zich op die manier toegang te verschaffen tot huizen waar hij vermoedt dat er iets aan de hand is. Want in tegenstelling tot het Amerikaanse gezegde is het onbestaanbaar dat iemand in Mauperou het motto ‘Let the postman ring twice!’ hanteert.

Mooie schets en een fijne novelle

In de goede vertaling van Jan Keppler is Het Oude Frankrijk een erg fijne novelle die heerlijk weg leest en weg laat dromen, maar onder dat dunne vernislaagje rustiek een dorp laat zien waar de schaduwen lang zijn en er veel achter de voordeuren speelt dat het daglicht amper of in veel gevallen helemaal niet kan verdragen. Na het lezen van de laatste pagina ontstaat het gevoel dat je het dorp goed hebt leren kennen, waarbij je je afvraagt hoe de bewoners ervan de volgende dagen zich zullen houden. En daarin ligt nu juist de kracht van Martin du Gard: inzicht in een andere fascinerende wereld door een tijdelijk bezoek dat de lezer achterlaat smachtend naar meer.

‘Het oude Frankrijk’ van Roger Martin du Gard is een vertaling van de oorspronkelijke Franse roman ‘Vieille France’ door Jan Keppler. Deze vertaling is eerder bij Comenius en L.J. Veen verschenen, maar recent opnieuw uitgegeven door Meulenhoff.

Ferdi de Lange (1980) recenseert onder andere boeken en concerten op zijn cultuurblog FerdiBlog. Met enige regelmaat recenseert Ferdi ook voor Jalta.