Voor Mario Vargas Llosa vormen de gebeurtenissen aan het einde van de 19e eeuw in het Braziliaanse Canudos de inspiratie voor zijn epische roman ‘De oorlog van het einde van de wereld’. Deze caleidoscopische vertelling van een Brazilië in overgang van keizerrijk naar republiek, en de strijd tegen een uitdijende sekte, weet bijna 35 jaar na verschijning nog steeds te fascineren. De heilloze strijd van zeloten tegen de moderniteit is (helaas) een tijdloze thematiek.

In 2010 bevestigde het toekennen aan Mario Vargas Llosa (1936) van de Nobelprijs van Literatuur formeel zijn status als één van de grootste schrijvers van Latijns-Amerika. Zijn boeken geven een inkijk in die regio, waarbij politiek engagement nooit ver weg is. Het zal dan ook niet verbazen dat Vargas Llosa zich in 1990 opwierp voor het presidentschap van zijn vaderland Peru – een strijd die hij uiteindelijk verloor van Alberto Fujimori. Politiek, strijd en de geschiedenis van Latijns-Amerika maken vaker wel dan niet deel uit van zijn romans. Het prachtige Het Feest van de Bok over de dictatuur van de Dominicaanse Republiek is daar een goed voorbeeld van. Zijn De oorlog van het einde van de wereld is een ander voorbeeld. Het is alleen al vanwege de omvang van 700 pagina’s zijn meest epische roman. Het epische karakter wordt overigens onderstreept door het onder de aandacht brengen van een voor velen onbekende geschiedenis van Brazilië: de sekte van Antônio Vicente Mendes Maciel. Bekend geworden onder zijn bijnaam Antônio de Raadgever hield hij eind 19e eeuw het stadje Canudos en haar (immer toestromende) inwoners in de Braziliaanse Noordoostelijke deelstaat Bahia in zijn greep. Het zou uiteindelijk vier militaire expedities kosten om de Raadgever en zijn volgelingen eronder te krijgen – onder de zoden, in dit geval. Vargas Llosa gebruikt dit gegeven om de verschillende spelers in een caleidoscoop van afwisselende vertellingen in één verhaal samen te brengen.

Van Keizerrijk naar Republiek

Door deze episode als inspiratie te gebruiken voor een boek besteedt Vargas Llosa tegelijkertijd aandacht aan een turbulente periode in de geschiedenis van Brazilië: de overgang van Keizerrijk naar Republiek. Na lang een kolonie van Portugal te zijn geweest werd Brazilië in 1822 een onafhankelijk Keizerrijk onder keizer Peter I (onderdeel van de koninklijke familie van Portugal). Het Keizerrijk werd in 1889 ten val gebracht, een republiek werd geboren. Juist in die beginjaren van de republiek vormde de commune van de Raadgever een gevaar voor de autoriteit van het nieuwe burgerlijke gezag. Een (militaire) afrekening kon dus niet uitblijven. In De oorlog van het einde van de wereld schetst Vargas Llosa deze context voortreffelijk en opent daarmee een wereld die voor weinigen bekend zal zijn. Om zijn verhaal te vertellen maakt Vargas Llosa gebruik van een techniek die later (in iets bescheidener vorm) terugkeert in Het Feest van de Bok: afwisselen tussen de gezichtspunten van diverse personages en daarmee verschillende kanten van het verhaal schetsen. Zo wisselt het boek onophoudelijk af tussen Canudos en haar (toekomstige) inwoners, de krachten van de republiek en de regionale machthebbers van de deelstaat Bahia. Hoewel deze stijl in het begin voor nogal wat verwarring kan zorgen – de namen en gebeurtenissen vliegen je om de oren – leidt het er uiteindelijk toe dat de lezer volledig grip krijgt op het hele verhaal en de facetten die daarvoor van belang zijn. Het geeft Vargas Llosa tegelijkertijd de mogelijkheid om de persoonlijke geschiedenis van de hoofdrolspelers uit te werken, maar bijvoorbeeld ook om te schetsen hoe de belangrijkste inwoners van Canudo en daarmee raadgevers van de Raadgever zijn geëindigd waar ze zijn geëindigd.

Een grootse vertelling

Deze manier van schrijven zorgt dus voor een grootse vertelling die altijd blijft boeien. Niet alleen omdat de geschiedenis van een land (alhoewel behoorlijk gefictionaliseerd) inzichtelijk wordt gemaakt, maar ook omdat Vargas Llosa duidelijk maakt dat zeloten een groot gevaar vormen. Niet alleen de overduidelijke zeloot Antônio de Raadgever en diens volgelingen, maar allen die in naam van geloof, republiek, eigendom of anderszins radicaliseren. In een beschouwing van De oorlog van het einde van de wereld ruim 10 jaar geleden wordt gesteld dat het boek aan zeggingskracht heeft gewonnen omdat een verhaal over fanatisme nu niet meer een ver-van-mijn-bed-show is maar door de toenmalige aanslagen op het World Trade Center angstvallig dichtbij is gekomen. In deze tijden van Islamitische Staat en Al Qaeda geldt dat misschien nog wel meer. Tegelijkertijd zijn zeloten van alle tijden, al is de verschijningsvorm aan verandering onderhevig. Hoewel door de tijdloze en kwalitatief hoogstaande vertelling er altijd aanleiding is om het werk van Vargas Llosa te lezen, is er – gelijk de observatie meer dan een decennium geleden – ook vandaag dus weer alle aanleiding om De oorlog van het einde van wereld te lezen.

‘De oorlog van het einde van de wereld’ is in 1984 uitgegeven door Meulenhoff en is de Nederlandse vertaling door Mariolein Sabarte Belacortu van ‘La guerra del fin del mundo’ (1981) van Mario Vargas Llosa.

Ferdi de Lange (1980) recenseert onder andere boeken en concerten op zijn cultuurblog FerdiBlog. Lees hier zijn eerdere recensie van ‘Het Feest van de Bok’ van Mario Vargas Llosa. Met enige regelmaat recenseert Ferdi ook voor Jalta.