Vanaf morgenavond kunnen we op NPO2 zes weken lang genieten van Wolf Hall, de veelgeprezen BBC-serie waarin we getuige zijn van de opkomst van Thomas Cromwell aan het hof van koning Hendrik VIII en de rol die hij speelde in het meedogenloze politieke machtsspel van die tijd.

Politiek is een vuil spelletje; altijd al geweest en zo zal het ook altijd wel blijven. Maar hoe hard het spel gespeeld wordt en wat de consequenties zijn van eventuele foutjes, dat is natuurlijk behoorlijk tijd- en plaatsgebonden. Een blunderende burgermeester of minister hoeft in het Nederland van vandaag de dag immers niet meer bang te zijn dat zijn misstappen hem letterlijk de kop zullen kosten. Hoe anders dat was aan het hof van Hendrik VIII (1491-1547), de beruchte Tudor-vorst die onlangs nog door Britse historische auteurs werd uitgeroepen tot ‘slechtste monarch aller tijden’. En dat is een knappe prestatie, zeker als je bedenkt hoeveel belabberde vorsten er allemaal de revue hebben gepasseerd in de loop der eeuwen.

Hendriks ongebreidelde zucht naar macht en zijn behoorlijk vrouwonvriendelijke houding zijn belangrijke factoren die hem de das om hebben gedaan, maar deze eigenschappen zorgen er tegelijkertijd voor dat de flamboyante roodharige koning geldt als één van de opvallendste en spraakmakendste heersers die ooit een troon bezet hebben. Zijn monsterlijke eigenschappen gingen namelijk hand in hand met charisma, intelligentie en culturele betrokkenheid, wat van Hendrik VIII een buitengewoon intrigerend historisch figuur maakt. Talloze boeken, films en tv-series vertellen ons over zijn leven –en dan met name over zijn relaties met de zes vrouwen die de pech hadden om met hem getrouwd te zijn. In Wolf Hall draait het voor de verandering eens om de man die de pech had om uit te groeien tot de grootste vertrouweling van de koning: Thomas Cromwell.Niet te verwarren overigens met Oliver Cromwell, de lord protector die in de 17e eeuw Engeland in een ijzeren greep zou houden.

Cromwell

Thomas Cromwell (1485-1540) was een man van eenvoudige komaf die het wist te schoppen tot de belangrijkste minister van Hendrik VIII. En dat was een opmerkelijke prestatie in die tijd, waarin belangrijke functies meestal waren voorbehouden aan mannen van een al even belangrijke afkomst. De Britse schrijfster Hilary Mantel was al jaren gefascineerd door deze self made man en besloot zijn levensverhaal te vertellen, wat resulteerde in de roman Wolf Hall (2009), het eerste deel van een geplande trilogie. Het boek was een groot succes en bezorgde haar prompt de prestigieuze Man Booker Prize for Fiction. Het vervolg, óók goed genoeg om deze Booker Prize in de wacht te slepen, kreeg de veelzeggende titel Bring Up the Bodies (2012) en momenteel legt Mantel de laatste hand aan het slotstuk The Mirror and the Light, dat waarschijnlijk volgend jaar zal verschijnen. Bij de BBC, waar ze altijd wel te porren zijn voor een kostuumdrama, hadden ze geen zin om te wachten tot de complete trilogie een feit was; de zesdelige mini-serie Wolf Hall, die begin dit jaar zijn première beleefde op BBC Two, is dan ook gebaseerd op de eerste twee boeken. Wat betekent dat het naargeestige einde van Cromwell, die uiteindelijk ten val komt en geëxecuteerd wordt, nog even op zich laat wachten. Wolf Hall draait om de opkomst van de vastberaden man en laat zien hoe hij zich langzaam maar zeker een plek weet te verwerven aan het turbulente hof van Hendrik VIII, nog onwetend van de ultieme prijs die hij later zal betalen voor zijn ambitie.

Ergens moet Cromwell echter geweten hebben dat het gretig beklimmen van de sociale ladder niet zonder enig gevaar was; het ultieme voorbeeld bevond zich immers in zijn directe omgeving. En niemand anders dan hijzelf zou de hand hebben gehad in zowel haar succes als haar vernietiging. Ik doel hiermee natuurlijk op Anna Boleyn, de beroemde tweede echtgenote van de koning, die aan het begin van de tv-serie Wolf Hall alleen nog maar kan dromen van een huwelijk met Hendrik. Die zit dan namelijk nog vast aan zijn eerste vrouw, de Spaanse Catharina van Aragon, waar hij al ruim 20 jaar mee getrouwd is. Omdat ze er niet in is geslaagd om hem een mannelijke nakomeling te schenken heeft de koning nu echter zijn zinnen gezet op een scheiding, opdat hij met Anna -op wie hij hopeloos verliefd is en die hem hopelijk wél van een zoon kan voorzien- in het huwelijksbootje kan stappen.

Helaas is die scheiding er niet zo gemakkelijk door te krijgen. De paus, die toestemming moet geven, doet nogal moeilijk (immers, Catharina is nou eenmaal de tante van de machtige keizer Karel V –en die stoot je liever niet voor het hoofd) en dus sleept de zaak zich jaren voort. Zelfs de oppermachtige kardinaal Wolsey, tot dan de steun en toeverlaat van Hendrik en degene die de kwestie wel even zou regelen, staat machteloos en raakt dientengevolge uit de gratie bij de koning. Hier ligt dus een geweldige kans voor de man die wél met een oplossing komt; inderdaad, Thomas Cromwell. Hij maakt de weg vrij voor Anna om Hendriks vrouw en tevens koningin van Engeland te worden –en stijgt, samen met haar, in aanzien en macht.

Zwijgen

In Wolf Hall wordt Thomas Cromwell gespeeld door de geweldige (toneel)acteur Mark Rylance, die het personage met de nodige nuchterheid en bedachtzaamheid neerzet. In tegenstelling tot veel andere vertolkingen maakt hij van de rijzende ster aan het Tudor-hof geen konkelend, verraderlijk karakter dat zonder scrupules over lijken gaat om zijn ambities te verwezenlijken. Integendeel; zijn Cromwell is, hoewel heel berekenend, zeker niet gevoelloos en laat met zijn droogkomische opmerkingen, die alleen maar getuigen van zijn no-nonsense instelling en praktische kijk op de zaken, de kijker vaak genoeg even grinniken. Maar nog vaker zegt hij helemaal niks en zie je hem alleen maar nadenken, de situatie in ogenschouw nemend; dan is het misschien nog het duidelijkst dat Cromwell iemand is die in zijn hoofd voortdurend de volgende stap aan het overwegen is. Zowel deze stiltes als de verbale confrontaties, die een genot zijn om naar te luisteren, creëren een menselijk en nagenoeg sympathiek beeld van Cromwell. Met name zijn loyaliteit aan Wolsey, zijn voormalige meester, is aandoenlijk te noemen; terwijl iedereen aan het hof de in ongenade kardinaal ongunstig gezind is, blijft Cromwell zijn zaak bepleiten.

Tegelijkertijd is dit echter wel de man die Hendrik aanmoedigt om zich af te scheiden van de Kerk van Rome en zich gretig kwijt van zijn taak om de gewenste hervormingen door te voeren. Zijn keiharde optreden tegen de kloosters, die allemaal ontbonden worden, levert hem zelfs de bijnaam ‘Hamer der Monniken’ op. Met dezelfde vastberadenheid bewerkstelligt Cromwell ook de ondergang van Anna Boleyn, die, wanneer de koning genoeg van haar heeft (ook zij faalt in haar taak om hem een zoon te baren) op haar beurt weer plaats moet maken voor het volgende slachtoffer: Jane Seymour, een schuchtere hofdame wier familie zetelt in de residentie Wolf Hall. In de serie wil het toeval dat dit nou net de vrouw is waar Cromwell zelf ook een oogje op heeft, maar dat doet er natuurlijk niet meer toe op het moment dat de koning zijn belangstelling laat blijken. Hendrik krijgt immers altijd wat hij wil, dus Cromwell heeft het nakijken. De onvermijdelijke onthoofding van Anna Boleyn, waar hij haast noodgedwongen zijn handtekening onder zet (enige sympathie voor de koningin is hem niet vreemd), is een voorbode van zijn eigen lot: ook Cromwell, die zonder de gunst van Hendrik helemaal niets is, zal de nodige fouten gaan maken en keihard afgestraft worden voor het feit dat hij zijn kop boven het maaiveld uit durfde te steken. Dat krijg je als je afhankelijk bent van een wispelturige vorst als Hendrik VIII, de ‘slechtste monarch ooit’. De vraag is of deze blij zou zijn geweest met de wetenschap dat de dochter die hij bij Anna Boleyn verwekte, Elizabeth, uitgeroepen zou worden tot ‘beste monarch ooit’. En dat terwijl hij zo zijn best deed om zich van een mannelijke opvolger te verzekeren. Die zal Jane Seymour hem overigens schenken, maar deze Eduard VI zou al op jonge leeftijd sterven –net zoals zijn moeder, die het kraambed niet overleeft.

Genieten

Maar goed, zover zijn we nog niet. Het vervolg op Wolf Hall staat al wel in de planning, maar voorlopig eerst maar eens genieten van de eerste reeks, die vanaf morgenavond zes weken lang om 23.00 op NPO2 te zien zal zijn. Liefhebbers van The Tudors, wees gewaarschuwd; Wolf Hall is een vrij trage, sobere productie die de glamour en sensatiezucht ontbeert die die andere serie juist zo kenmerkt. Historische authenticiteit, met name op het gebied van decors en kostuums, staat voorop in deze BBC-productie. Andere bijkomstigheid is dat Wolf Hall wordt verteld vanuit het perspectief van Thomas Cromwell, wat betekent dat hij het hoofdpersonage is en dat andere karakters, zelfs Hendrik VIII (gespeeld door Damian Lewis, bekend van Homeland) en Anna Boleyn (Claire Foy) eigenlijk bijfiguren zijn. We zien ze voornamelijk op het moment dat Cromwell dat ook doet; wat ze in hun privé-vertrekken uitspoken, dat blijft zowel voor hem als voor ons verborgen. Wie dus verwacht opnieuw getuige te zijn van de Hendrik VIII & Anna Boleyn-romance komt bedrogen uit; de camera is voornamelijk geïnteresseerd in het doen en laten van Thomas Cromwell. Maar met een formidabele acteur als Mark Rylance om naar te kijken is dat geen enkel bezwaar.