In Cool Britannia, de nieuwe productie van Het Nationale Ballet, zetten drie Britse choreografen hun beste beentje voor. Het levert een enerverende voorstelling op, die zowel visueel als muzikaal alle zintuigen op scherp zet.

In het kader van het Holland Festival komt Het Nationale Ballet met een Brits feestje dat de kekke titel Cool Britannia heeft gekregen. Het is tevens de seizoensafsluiter, wat betekent dat we hierna weer tot september moeten wachten, wanneer met de traditionele feestelijke galavoorstelling het balletjaar 2015/16 van start zal gaan. Maar voordat het zover is kunnen liefhebbers nog t/m 27 juni genieten van een avond waarin overdonderende kracht en virtuositeit razendsnel worden afgewisseld met romantisch vertier en vrolijke intermezzo’s. Drie Britse choreografen staan garant voor modern kwaliteitswerk, te beginnen met David Dawson, die Empire Noir creëerde, gevolgd door Christopher Weeldon met Concerto Concordia en tenslotte Wayne McGregor, wiens gelauwerde, haast psychedelische Chroma het sluitstuk vormt. Cool Britannia is in alle opzichten een opmerkelijke voorstelling, waarvan de drie afzonderlijke delen (alle rond de 20 minuten lang) zich in bepaalde opzichten zowel uitstekend tot elkaar verhouden als ook hemelsbreed verschillen.

Rollercoaster

We openen met Empire Noir, een nieuwe creatie van David Dawson (geb. 1982), die zijn werk zelf omschrijft als ‘iets explosiefs, zoals een locomotief of een rollercoaster’. Nu denk ik bij een locomotief aan een log, niet te stoppen massief gevaarte dat steevast zonder aanziens des persoons voort dendert, maar gelukkig neigt Empire Noir meer naar een rollercoaster, die op sierlijke wijze en vol energie alle kanten opgaat. Soms lijkt het geheel misschien uit de bocht de vliegen, maar de beheersing blijkt immer aanwezig te zijn. Tien dansers, verdeeld in vijf paren, storten zich met overgave in deze achtbaan, die van start gaat met luid tromgeroffel. Op de licht bombastische compositie van Greg Haines, die niet zou misstaan in een historisch Hollywood-epos uit de jaren 50 of 60, blijven ze immer in beweging, in een strakke, klassieke exercitie die niet altijd in overeenstemming lijkt met de opzwepende klanken die Het Balletorkest o.l.v. Matthew Rowe produceert. Toch -of misschien wel juist daarom- is Empire Noir een intrigerend werk, waarin kracht, ritme en de onderlinge verhoudingen tussen de dansers centraal staan. Goed, Dawson houdt duidelijk van mooie poses, waarin de afgetrainde lichamen van de balletdansers goed tot hun recht komen, maar daar is niks mis mee. Kortom, een geweldige opening – en mijn favoriet van Cool Britannia. Nu maar hopen dat Het Nationale Ballet in de toekomst Dawsons nieuwe avondvullende productie Tristan + Isolde, die dit jaar zijn première beleefde bij het Semperoper Ballet in Dresden, op het repertoire zet. Lijkt me een waardevolle aanwinst.

Intermezzo

naamloos (15)Met Concerto Concordia, van de hand van Christopher Wheeldon (geb. 1973), komen we in ander vaarwater terecht. Wheeldon was eerder verantwoordelijk voor de succesvolle sprookjesproductie Cinderella uit 2012, die afgelopen winter opnieuw op het programma stond bij Het Nationale Ballet, en nu heeft deze veelgevraagde choreograaf wederom een geheel nieuw stuk gecreëerd, met opnieuw een hoofdrol voor eerste soliste Anna Tsygankova, die sinds hun samenwerking in Cinderella een soort nieuwe muze is geworden voor Wheeldon. Zij vormt met Jozef Varga een van de twee koppels die centraal staan in Concerto Concordia en die als het ware omlijst worden door zes andere paren. Het andere solistenkoppel bestaat uit Nadia Yanowsky en Remi Wörtmeyer, die toch eens moet leren dat zijn tandpasta-smile niet altijd even toepasselijk is.

Het zwaartepunt ligt bij het koningskoppel Tsygankova en Varga, die hun pas de deux de nodige expressiviteit en diepgang geven.

Zodra de lyrische noten van Poulencs Concert voor twee piano’s en orkest uit de orkestbak klinken weet je als toeschouwer al dat je comfortabel achterover kunt leunen; dit wordt niet zo’n overrompelende show als de dynamische opening. Op de soms lyrische, soms swingende klanken van Poulenc zien we fraaie groepschoreografieën afgewisseld worden met duetten, waarbij het zwaartepunt ligt bij het koningskoppel Tsygankova en Varga, die hun pas de deux de nodige expressiviteit en diepgang geven. Het is wonderschoon allemaal (op de gekleurde hippie-achtige kostuums van de ballerina’s na dan, compleet met wijde pijpen), wat van Concerto Concordia een beetje het romantische rustpunt van de avond maakt. Zeker als je weet wat sluitstuk Chroma nog gaat brengen. De één zal het werk van Wheeldon misschien wat aan de weinig enerverende (lees: slome) kant vinden, maar persoonlijk vond ik Concerto Concordia een mooi ingetogen ballet. De boog kan niet de hele tijd gespannen zijn. Een prima intermezzo van Cool Britannia.

Gekkenhuis

Dan belanden we bij Chroma, het enige ballet dat niet zijn wereldpremière beleeft en dat door Wayne McGregor in 2006 werd gecreëerd voor The Royal Ballet, op een orkestrale bewerking van muziek van Joby Talbot en Jack White III. Het stuk werd al onderscheiden met een Olivier Award, de hoogste Britse onderscheiding voor een nieuwe dansvoorstelling. McGregor heeft een achtergrond als moderne danser en is gefascineerd door de mogelijkheden van het menselijk lichaam. En dat is te merken ook. In een klinische setting, die veel weg heeft van een gekkenhuis, gedragen de tien dansers zich overeenkomstig ogenschijnlijk als volslagen idioten. Alsof ze wel een dwangbuis kunnen gebruiken wringen ze hun atletische lichamen in de meest onmogelijke posities. Het is een krankzinnige tour de force die van begin tot eind weet te boeien. Of je het nu helemaal niks vindt of juist geweldig, je kunt je ogen er niet vanaf houden. De dansers, gekleed in behoorlijk onflatteuze nachthemdjes, excelleren stuk voor stuk, maar Maia Makhateli, als een danseres met geknakte ledematen, en haar partner Vito Mazzeo stelen de show. Ook Igone de Jongh, die ik met haar lange en lenige lijf in moderne werken altijd beter uit de verf vind komen dan in de traditionele klassieke balletten (ze is niet voor niets de muze van Hans van Manen), laat – na een wervelend optreden in Empire Noir eerder op de avond – wederom zien waarom ze tot de top behoort. En gelukkig heeft Remi Wörtmeyer deze keer zijn normaal zo aanwezige lach van oor tot oor even in de kleedkamer laten liggen. Chroma is de eigenzinnige uitsmijter van een gedenkwaardige bijdrage aan het Holland Festival. Conclusie: Britannia rules!