Thierry Baudet spreekt niet alleen beroerd Latijn, maar het rondstrooien met Latijnse citaten is blijkbaar ook een dingetje van de Alt-Right. 

 

Vorige week werd de Latijnse maidenspeech van Kamerlid Thierry Baudet door leraar Latijn Paul Groos bekritiseerd. Baudets Latijn rammelde. De leider van het Forum voor Democratie bewerkte voor zijn toespraak een citaat van Cicero. Baudet maakte hiervan: ‘Quo usque tandem factionem cartellum et officiorum magina, patientia nostra abuditur dum navis praetoria resurrectionis ad profiscendum parata est?’ en vertaalde dit met: ‘Hoelang stelt het partijkartel en de baantjescarrousel ons geduld nog op de proef, terwijl het vlaggenschip van de renaissancevloot klaar ligt?’ Het woord cartellum bestaat echter niet, maar is door Baudet bedacht. De FvD-fractievoorzitter vertaalde resurrectionis met Renaissance, terwijl het verrijzenis betekent. Groos tegen RTL-Nieuws:

Als je het doet, moet je echt heel goed doen. Dat is niet gelukt. Aan de andere kant: hij heeft er wel veel aandacht mee gekregen.

Ook Mary Beard van The Times Literary Supplement heeft geen goed woord over voor Baudets poging tot eloquentie en hekelt zijn slechte grammatica:

Some of my colleagues often complain now about how the classical world has got hi-jacked by the political right. In one way, I suspect that there is nothing we on the other side can do about that (nobody owns the past). But in another way, we can point out how wrong (…and I mean WRONG here, not just misinterpreted) they get it. Anyone who thinks this bit of garbled Latin reflects well on the bloke who is trying to bask in a bit of Ciceronian Latin should think again. And frankly, I wouldn’t trust a politician with anything who knew so little that he didn’t realise that he should get this rubbish checked by someone who had some grip on the Latin language. Rule number one is always, don’t quote Latin if you don’t know it!

Het gestuntel van Baudet deed Beard heel erg denken aan dat van Richard Spencer, dé geestelijke vader van de Alt-Right. Spencer citeerde in een speech Catilina uit Cicero’s Pro Murena 51. De beruchte Romeinse politicus Catilina, waartegen Cicero zijn beroemde redevoeringen hield, onderscheidde in zijn eigen redevoering elite en volk. De elite was volgens Catilina kwetsbaar en had een slap hoofd, de massa had helemaal geen hoofd. Catilina wenste het hoofd van het volk zijn. Spencer wilde dit, zo bleek uit zijn speech, ook zijn.

Beard vraagt zich af of Spencer wel weet dat Catilina een verrader was, twee keer poogde een staatsgreep te plegen tegen de Romeinse Republiek en uiteindelijk het loodje legde op het slagveld toen zijn geuzenbende door de Romeinse legioenen in de pan werd gehakt. Vast niet, is haar vermoeden.

Beard concludeert dat het eigenlijk helemaal niet erg is dat populistisch rechts de Klassieken probeert te kapen, omdat ze er telkens een verschrikkelijke rotzooi van maken.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons