Op 21 september 1937 verscheen het baanbrekende boek The Hobbit. Het was de eerste roman van fantasy-schrijver J.R.R. Tolkien. Met The Hobbit ontstond er een nieuwe genre in de literatuur, die van High Fantasy. 

Cover has stylized drawings of mountain peaks with snow on the tops and trees at the bottom.

Omslag The Hobbit uit 1937. Wikimedia / Wikipedia Commons

Het fantasy-genre bestond al een tijdje. Volgens literatuurwetenschappers ontstond het genre in 1858 met het boek Phantastes van George MacDonald, waarin de de hoofdpersoon verliefd wordt op een onbereikbare droomvrouw. Vanaf de jaren twintig van de twintigste eeuw bereikte fantasy een groter publiek, vooral dankzij het pulp magazine Weird Tales. De verhalen van Robert E. Howard over Conan de barbaar verschenen in dit blad.

Tolkien ging echter veel verder dan andere fantasy-schrijvers. Hij pakte het uiterst serieus aan, compleet met zelfbedachte landkaarten, geschiedenissen, mythologie enzovoort enzovoort. In The Hobbit zitten ook veel verwijzingen naar die achterliggende geschiedenis: de magische zwaarden uit de elfenstad Gondolin, de mysterieuze Necromancer (die later Sauron blijkt te zijn) en natuurlijk Gollems ring die je onzichtbaar maakt (en later Saurons ring blijkt te zijn).

Net als veel anderen las ik eerst de trilogie Lord of the Rings voordat ik aan The Hobbit begon. Logisch, want Lord of the Rings is veel groter, epischer en bekender. Toch zou je The Hobbit eigenlijk als eerste moeten lezen en het boek op eigen merites moeten beoordelen, in plaats van vanuit het perspectief van Lord of the Rings. Qua toon is The Hobbit namelijk veel vriendelijker, veel ontspannender, veel ongedwongener dan Tolkiens magnum opus. The Hobbit is een leuk klein avontuur dat nog een beetje te overzien is. De tekenfilm The Hobbit uit 1977 is daarom ook veel beter dan de verschrikkelijke trilogie van Peter Jackson (2012-2014), waarin het compacte avontuur tot in het waanzinnige wordt uitgerekt.

Misschien is Peter Jackson ook de oorzaak dat ik een beetje High Fantasy-moe ben. Die epische strijd tussen goed en kwaad, met nobele elfen, inslechte orks en Dark Lords enzovoort is mij te pompeus, te wagneriaans. De realistische serie A Song of Ice and Fire, waar de succesvolle televisieserie A Game of Thrones op gebaseerd is, vind ik om die reden ook veel beter. Niettemin is George R.R. Martin ook te groots bezig, een van de redenen waarom het hem maar niet lukt om zijn boeken af te schrijven. Ik mis de onschuld, de naïviteit, van een leuk, spannend en niet al te lang fantasy-verhaal. B-films als Krull (1983), Legend (1985), Willow (1988), Dungeons & Dragons (2000) en Eragon (2006). Geweldig, stuk voor stuk. Daarom hoop ik op een remake van The Hobbit, met Jeremy Irons uiteraard als Gandalf.

 

 

Uitgelichte afbeelding: Screenshot The Hobbit (1977)