Vroeger hadden mijn grootouders een Kerststal en bij een Kerststal hoorden, volgens mijn grootvader dan toch, ook de drie koningen. Zij kregen geen plek bij de herders en de dieren in de stal maar werden dagelijks door de woonkamer geschoven om op 6 januari (Driekoningen) bij de stal aan te komen. 6 januari was ook de laatste dag waarop de Kerstboom mocht pronken en werd met een feestmaal gevierd. Dat laatste was altijd wat vervelend voor diegene die op 1 januari had voorgenomen op dieet te gaan. Toen ik ooit eens aan mijn grootmoeder vroeg wie die drie koningen waren en waar ze vandaan kwamen volgde er een lange stilte… Want zo precies weet men niet wie die drie koningen precies zijn. Sterker nog, de bijbel is uitermate vaag over de drie koningen. Dus daar zal men het antwoord niet vandaan kunnen halen.

 

1 Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van den koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen.

2 Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden.

Mattheüs 2:1-2

 

Het concrete antwoord staat daar niet in. Maar er staan wel wat aanwijzingen in. Om te beginnen kwamen er geen koningen naar Jeruzalem maar astronomen uit de Perzische priesterkaste, in het Grieks werden zij het woord Magoi vertaald. Van hetzelfde woord hebben we trouwens ook het woord “magie” te danken. Ook staat dat er enige wijzen kwamen dat kunnen er dus drie zijn maar het kunnen er ook vijf of zes zijn geweest. Mattheüs schreef in zijn evangelie dat de komst van de wijzen voor “ontroering” bij Herodes en heel Jeruzalem veroorzaakte. De komst van de wijzen zou op zijn minst een spektakel zijn geweest. Want zij kwamen niet op kamelen gezeten daar binnen gereden. Zij zouden lijfwachters en bedienden in prachtige gewaden hebben meegebracht. Die lijfwachters zouden bij de Romeinen trouwens voor nerveuze reacties hebben opgeleverd aangezien Rome en Perzië met enige regelmaat met elkaar in oorlog waren.

  

 

5 Dan zult gij het zien en samenvloeien, en uw hart zal vervaard zijn en verwijd worden; want de menigte der zee zal tot u gekeerd worden, het heir der heidenen zal tot u komen.

6 Een hoop kemelen zal u bedekken, de snelle kemelen van Midian en Hefa; zij allen uit Scheba zullen komen; goud en wierook zullen zij aanbrengen, en zij zullen den overvloedigen lof des HEEREN boodschappen.
Jesaja 60:5-6

 

Daarom kunnen we dit verhaal met een korreltje zout nemen want de komst van de wijzen uit het Oosten heeft zijn oorsprong uit het Oude Testament. In de Psalmen en in Jesaja is er al sprake van aanbidding door wijzen of koningen uit het Oosten. De Joden wachtten al een paar duizend jaar op de komst van de Messias en in de Torah werd voorspeld dat als de Messias kwam, koningen uit de hele bekende wereld de Messias zouden eren. Deze mix tussen wat Mattheus schreef en wat het Oude Testament omschreef zorgde er voor dat er in het volksgeloof er drie koningen van werden gemaakt.

In de tweede eeuw werden in de Romeinse catacomben de eerste afbeeldingen van de wijzen gemaakt. Zij leken verre op koningen maar meer op Perzische priesters die het  zoroastrisme aanhingen. Ook hadden de wijzen nog geen namen. Pas na de derde eeuw kwam daar verandering in, nadat de christelijke schrijver Tertullianus had bepaald dat de drie wijzen ieder een geschenk hadden meegebracht.

Uit Perzië kwam het verhaal dat de drie wijzen Hormizdah, de koning van Perzië, Yazdegerd, de koning van Saba en Perozadh, de koning van Sheba waren. In West Europa ontstond het idee dat de drie wijzen de nakomelingen waren van de zonen van Noach die zich over Europa, Azië en Afrika verspreid hadden. Nog later kwam het idee dat de drie wijzen ook de drie levensfasen: jeugd, volwassenheid en ouderdom voor moesten stellen. Ook werden de namen aangepast tot Balthazar, Caspar en Melchior.

 

11 En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre.

Mattheüs 2:11

 

Ook het idee dat de wijzen Jezus in de stal aantroffen is niet waar. Mattheüs spreekt duidelijk dat Jezus met zijn ouders in een huis in Bethlehem woonde. Waarschijnlijk waren er al een paar jaar verstreken en was Jezus zo’n twee jaar oud. Dat was ook de reden waarom Herodes nadat bleek dat de wijzen hem niet gingen vertellen waar hij Jezus kon vinden, alle jongetjes tot 2 jaar oud liet vermoorden. Dat is trouwens ook een verwijzing naar het Oude Testament. Want bij de geboorte van Mozes liet de Farao ook alle Israëlitische jongetjes vermoorden. Er is geen aanwijzing dat zo’n kindermoord ooit heeft plaatsgevonden. Trouwens zouden de Romeinen het ook niet hebben toegelaten. Zo’n kindermoord was waarschijnlijk in een opstand uitgemond die moeilijk te bedwingen zou zijn geweest.

Dat brengt ons dan gelijk tot het grootste mysterie van het hele verhaal. De ster van Bethlehem, ieder jaar worden er hele lezingen over gehouden. Planetaria verdienen er bakken met geld mee. Historici zochten tot in China naar een supernova die rond 1 voor Christus te zien zou zijn geweest. Maar met zijn “Ster” kan ook een astrologisch verschijnsel zijn geweest. Immers was astrologie een wetenschap in de oudheid. Waarschijnlijk was de ster van Bethlehem niets meer dan een conjunctie tussen Jupiter en Saturnus met Regulus in het sterrenbeeld Leeuw. Anderen denken dat Sirius de ster van Bethlehem was. Uiteindelijk maakt het niet zo gek veel uit. Het is een verhaal, en het is een mooi verhaal. Het blijft een groot magnum mysterium…

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons