In haar autobiografie Pluche beschrijft Femke Halsema haar leven in de landelijke politiek. Van de betweterige bitch van GroenLinks ontwikkelde ze zich tot een toonaangevend Tweede Kamerlid. Politiek historicus Ewout Klei neemt haar politieke carrière kritisch onder de loep.

unnamedWijlen Trouw-journalist Willem Breedveld legde ooit uit dat de Tweede Kamer drie rollen heeft. Ons parlement functioneert als arena, als marktplaats en als instituut. Bij het parlement als arena gaat het om het politieke gevecht tussen de grote partijen en hun belangrijkste woordvoerders, bij het parlement als marktplaats om de politieke koehandel en bij het parlement als instituut om politieke enquêtes en vertrouwensvragen. Woordvoerders van kleine politieke partijen hebben normaliter weinig invloed. In het gevecht tussen de groten tellen zij niet mee en tijdens de koehandel halen zij het minste binnen. Bij het parlement als instituut, waar het niet om macht maar om gezag gaat, kunnen woordvoerders van kleine partijen echter soms de eerste viool spelen. Gert Schutte, van 1981 tot 2001 fractievoorzitter van het Gereformeerd Politiek Verbond, deed dat. Dankzij zijn grote kennis van het staatsrecht werd hij door links en rechts als een autoriteit gerespecteerd. Hij diende veel technische amendementen in, die primair beoogden een wettekst beter te maken. Dit deed hij ook bij wetsvoorstellen waarmee hij het inhoudelijk niet eens was. Om deze reden werd Schutte door de parlementaire pers ‘het staatsrechtelijke geweten van de Tweede Kamer’ genoemd.

Waarom deze lange inleiding over GPV-voorman Gert Schutte, die ideologisch gezien natuurlijk hemelsbreed van GroenLinks-leider Femke Halsema verschilt? Na het lezen van Pluche, haar zeer leesbare politieke autobiografie, viel het mij op hoe zeer haar politieke rol op die van Schutte lijkt. Halsema bekeek in de 12½ jaar dat zij Kamerlid was de politiek vaak van een afstandje, als een objectieve buitenstaander. Als voormalig medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid, was ze geneigd om de politiek op een intellectuele manier te benaderen. En als vertegenwoordiger van een kleine partij bleef ze bij de strijd om de macht steeds aan de zijlijn staan: GroenLinks greep onder haar leiding twee keer net naast de regeringsmacht.

Betweterige bitch

In 1998 komt Femke Halsema in de Tweede Kamer. Ze krijgt asielzaken in haar portefeuille. Aanvankelijk staat Halsema bekend als een betweterige bitch. Ze heeft felle kritiek op het asielbeleid van paars en identificeert zich sterk met het lot van illegalen. Haar heilige verontwaardiging en woedende interrupties maken haar bij de principiële GroenLinks-achterban populair, maar de buitenwereld, de parlementaire pers en haar fractieleider Paul Rosenmöller denken daar anders over. Ze krijgt te horen dat ze wat meer moet relativeren, wat vaker moet lachen, met wat meer afstand naar de politiek moet kijken. Dat lukt aanvankelijk echter maar moeilijk.

In 2000-2001 krijgt GroenLinks te maken met de kwestie Tara Singh Varma. Deze Surinaamse politica, die dankzij de voorkeurstemmen van migranten in de Tweede Kamer is verkozen, veinst een dodelijke ziekte om op deze manier van haar schuldeisers af te komen. Ondanks de vele signalen dat ze iedereen voor de gek houdt blijven de fractie en de partij lange tijd pal achter haar staan, Halsema incluis. Er wordt door GroenLinks zelfs een Tara Singh Varma-prijs in het leven geroepen. Omdat de bewijzen tegen haar verhaal zich opstapelen vraagt Rosenmöller Tara Singh Varma om een doktersverklaring, die ze uiteraard niet kan leveren, waarop GroenLinks moet concluderen dat de Surinaamse ‘paradijsvogel’ haar ziekte uit haar duim heeft gezogen. In Pluche beweert Halsema dat GroenLinks zo lang bleef geloven in het verhaal van Tara Singh Varma uit misplaatste loyaliteit. Tegelijk geeft ze toe, met enige tegenzin, dat de goedgelovigheid van GroenLinks misschien ook iets te maken zou kunnen hebben met het feit dat Tara Singh Varma allochtoon is. GroenLinks knuffelt allochtonen iets te graag en is dan sneller geneigd eventuele misstanden met de mantel der liefde te bedekken.

De aanslagen van 11 september en de opkomst en ondergang van Pim Fortuyn hebben grote gevolgen voor de politieke cultuur in Nederland, ook voor GroenLinks. In de paarse tijden was GroenLinks ‘in’. Het was een partij die – in de beleving van veel kiezers – een verstandig en moreel oppositiegeluid liet horen. Na 11 september en Fortuyn wordt GroenLinks, samen met de PvdA, echter sterk geïdentificeerd met de zogenaamde ‘linkse kerk’ die de oorzaak zou zijn van alles wat er mis is in ons land. Hoewel dit beeld uiteraard vertekend is – GroenLinks veroordeelt de aanslagen van 11 september en steunt (aanvankelijk althans) de Amerikaanse invasie in Afghanistan – komt de partij moeilijk van dit negatieve image af. GroenLinks heeft vanaf 11 september 2001 de tijdgeest een lange tijd tegen. Halsema moet zwemmen tegen de stroom in.

Ouder en wijzer

In 2003 neemt Halsema het stokje van Rosenmöller over. In tegenstelling tot de PvdA van Wouter Bos blijft het GroenLinks van Femke Halsema principieel vasthouden aan de multiculturele koers van de jaren negentig. De partij wil ‘knokken voor wat kwetsbaar is’. Toch is Halsema minder ‘politiek correct’ dan je op het eerste gezicht zou denken. Hoewel ze stevige kritiek levert op het islambashen van Geert Wilders ziet ze in dat een conservatieve interpretatie van de islam zich slecht verhoudt tot vrouwenrechten. Halsema verdedigt de godsdienstvrijheid van moslims en dus het dragen van een hoofddoek, maar tegelijkertijd vindt ze de hoofddoek een vorm van vrouwenonderdrukking en hoopt ze dat moslima’s dit religieuze symbool in vrijheid zullen afslingeren. Met deze laatste opmerking zet Halsema kwaad bloed. Islamitische en ook veel linkse critici voelen zich door haar verraden. Je mag volgens hen niet tegen de hoofddoek zijn, ook als je wel voor de vrijheid van de hoofddoek bent. Halsema gelooft echter in het principe van gelijke monniken, gelijke kappen, en blijft bij haar hoofddoekstandpunt.

Na de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 hoort Halsema bij de groep van meer ervaren parlementariërs. Ze is ouder en wijzer geworden. In plaats van een betweterige bich is ze nu een toonaangevend Tweede Kamerlid. Halsema maakt meer grapjes, doet veel een-tweetjes met Alexander Pechtold, de nieuwe leider van D66, en is een graag geziene gast bij talkshows. De opkomst van dit genre op TV komt de populariteit van Halsema zeer ten goede, want nu kan ze haar mening live geven zonder dat er wordt geknipt. Halsema heeft de regie van haar boodschap in handen. Ook Twitter, waar Halsema al snel helemaal aan verslaafd is, is een medium waar ze direct en ongefilterd een groot publiek mee kan bereiken. In talkshows wordt Halsema trouwens niet alleen gevraagd om haar GroenLinks-standpunten te verkondigen, maar ook en vooral als politiek commentator. Ze becommentarieert de politiek van een afstandje, als een relatief objectieve buitenstaander.

Pluche

GroenLinks slaag er niet in, in tegenstelling tot de Politieke Partij Radicalen (één van de voorgangers van de partij), om in het regeringsbootje te belanden. Het felbegeerde pluche loopt Halsema twee keer mis. In 2006 lukt het niet deels vanwege Halsema zelf, omdat ze vindt dat PvdA en CDA eerst maar met de ChristenUnie moeten overleggen. Halsema hoopt dat de sociaaldemocraten gaan eisen dat GroenLinks erbij moet komen, maar de PvdA laat dat na en is bereid om met de ChristenUnie in zee te gaan. Het laten voorbijgaan van deze kans op het pluche komt Halsema op veel kritiek te staan binnen haar partij. Een ander deel van GroenLinks is echter opgelucht, omdat regeringsverantwoordelijkheid het sluiten van compromissen inhoudt en daartoe is lang niet elke GroenLinkser bereid.

In 2010 komt GroenLinks wederom niet in het kabinet. Paars plus mislukt. Deze keer ligt het niet aan Halsema. GroenLinks en D66 willen heel graag een progressieve, sociaalliberale coalitie, maar VVD en PvdA voelen hier uiteindelijk niets voor. Volgens Halsema komt dit vooral vanwege de nukkigheid van Job Cohen, die nergens zin in heeft, en het optreden van secondanten/waakhonden Uri Rosenthal (VVD) en Jacques Wallage (PvdA). Zij zien er heel erg op toe dat Rutte en Cohen hun partijstandpunten niet verkopen voor een schotel linzenmoes en zorgen er voor dat het overleg niet te gezellig wordt. Halsema ergert zich vooral aan Wallage en trekt – als ware feminist – de vrouwenkaart: Wallage zou seksistisch zijn. Uiteraard ontkent Wallage dit, maar Halsema is er heilig van overtuigd dat de PvdA-coryfee niet deugt en schrijft dit uiteindelijk ook op in haar boek. Eigenlijk best wel kinderachtig.

Na het mislukken van Paars plus hoopt Halsema op een VVD-CDA-D66-GroenLinks-kabinet. Zo’n kabinet is voor haar niet ideaal, maar veruit te prefereren boven een VVD-CDA-PVV-kabinet. In Pluche vertelt Halsema dat Maxime Verhagen voor de verkiezingen informeel ook al een balletje opgooide over deze mogelijkheid, maar dat hij dit daarna opeens is ‘vergeten’. Daarnaast heeft informateur Ruud Lubbers volgens Halsema een kwalijke rol gespeeld bij de formatie van het VVD-CDA-PVV-kabinet, door haar advies bewust onvolledig weer te geven in zijn rapportage. Halsema had namelijk niet gezegd dat ze vond dat VVD, CDA en PVV nu meteen maar moesten kijken of ze er samen uit wilden komen, maar had duidelijk op de mogelijkheid van een VVD-CDA-D66-GroenLinks-kabinet gewezen. Lubbers heeft dit advies volgens haar bewust verkeerd uitgelegd, omdat Verhagen liever rechtsom wilde. De politieke spelletjes leiden ertoe dat Halsema eind 2010 besluit de Haagse politiek te verlaten. GroenLinks-Kamerlid Jolande Sap volgt haar op.

De beste stuurvrouw

Zoals bekend maakt Jolande Sap er een zooitje van. Tegen het advies van Halsema in gaat ze akkoord met een Nederlandse vredesmissie in de Afghaanse provincie Kunduz. GroenLinks krijgt hier veel last van, want hoewel de regering aan de eisen van Sap tegemoet is gekomen is de zogenaamde vredesmissie in werkelijkheid gewoon een vechtmissie tegen de Taliban. Sap komt in de eigen partij hevig onder vuur te liggen en weet zich met moeite staande te houden. Binnen de fractie accepteren Tofik Dibi en Ineke van Gent haar leiderschap niet meer.

In 2012 maakt Dibi het allemaal nog erger wanneer hij zich kandidaat stelt voor het lijsttrekkerschap van GroenLinks, een verkiezingsstrijd waarin hij volkomen kansloos is. Het resultaat: Sap wint de strijd maar komt er beschadigd uit. Oud-leider Halsema wil zich niet met de strijd bemoeien, doet het stiekem/per ongeluk toch een beetje als de beste stuurvrouw aan wal, wat door de partij en door Sap uiteraard niet gewaardeerd wordt. Gevolg: bij de Tweede Kamerverkiezingen houdt GroenLinks nog maar 4 zetels over en Halsema zegt de politiek nu definitief vaarwel. Ze gaat nu leuke dingen doen. Televisie maken en schrijven enzo. Haar partner – documentairemaker Robert Oey – is blij, want Halsema heeft nu eindelijk echt tijd voor hem en hun gezinnetje. In 2012 verleidt Lodewijk Asscher Halsema – een beetje voor de grap – met een ministerschap voor ontwikkelingssamenwerking. Halsema voelt zich vereert maar kiest – als independent woman – toch voor haar vrijheid. De politieke karavaan trekt verder.

Afstand en objectiviteit

Als politica bekeek Femke Halsema de politiek van een afstandje, dat doet ze nu ook in haar autobiografie. Hoewel Pluche natuurlijk vanuit het perspectief van Halsema is geschreven is haar oordeel vaak heel genuanceerd, worden politieke tegenstanders in de regel recht gedaan (de enige uitzondering hierop is Rita Verdonk, maar misschien is dit ook wel terecht) en kijkt ze ook kritisch naar haar eigen standpunten en vooroordelen. Zo is Halsema zich er van bewust dat haar sociale kringetjes (de Amsterdamse Grachtengordel en de Haagse kaasstolp) heel klein zijn en dat veel Nederlanders heel anders tegen bepaalde onderwerpen aankijken.

Halsema behoorde, net als Joop den Uyl, tot ‘het zondige ras der reformisten’. De zogenoemde realo’s van GroenLinks zijn, in tegenstelling tot de zogenoemde fundo’s, vaak hele redelijke mensen. Dat ook deze redelijke mensen in hun oordeel nogal bevooroordeeld kunnen zijn – wat Halsema in haar boek toegeeft – valt daarom niet altijd even goed op. U wilt een voorbeeld? Halsema schrijft op pagina 93 dat Pim Fortuyn tot de elite behoorde en Paul Rosenmöller een eenvoudige Rotterdamse havenarbeider en vakbondsleider was. Dit is natuurlijk een zeer vertekend beeld van de werkelijkheid, want Rosenmöller komt uit een zeer rijke familie en zijn vader was directeur en grootaandeelhouder bij het Vroom & Dreesmann-concern. Rosenmöller studeerde sociologie en ging in de haven werken om daar een revolutie te veroorzaken. Hij was elite in disguise. Halsema weet dit natuurlijk ook wel, maar probeert in haar boek toch een beetje te framen als de lezer niet goed oplet.

Niettegenstaande deze kritiek vind ik het een ontzettend goed boek. Pluche leest als een trein. Ik had het in een halve dag uit. Dankzij de vele anekdotes, persoonlijke noten en diverse (kleine) onthullingen is het een must voor iedereen die geïnteresseerd is in de politieke geschiedenis van Nederland. Ook voor de rechtschmenschen onder u.

N.a.v.: Femke Halsema, Pluche. Politieke memoires (Amsterdam, Ambo/Anthos 2016). 392 pagina’s. ISBN 9789026328060. €19,99.