In aanloop naar de herdenking van 20 jaar Srebrenica bracht voormalig minister van Defensie, Joris Voorhoeve, een boek uit. Dit mocht hij vorige week uitgebreid pluggen bij VPRO-programma Argos. Hierin werd, op basis van in 2013 vrijgegeven Amerikaanse documenten, beargumenteerd dat het is misgegaan op twee fronten: de Amerikanen waren op de hoogte van de Bosnisch-Servische intenties om de enclaves omver te werpen en ten tweede bleef luchtsteun, ondanks Nederlandse verzoeken, uit. Srebrenica had dus voorkomen kunnen worden.

Een loopje met de waarheid nemen voor politiek gewin is tot daar aan toe, maar je kunt het ook te bont maken – zoals hier het geval is. Het klinkt natuurlijk spannend: Amerikanen die geheime informatie voor ons, immer sympathieke Nederlanders, achterhouden. Met heilige verontwaardiging ontkende Joris Voorhoeve deze informatie ooit onder ogen te hebben gehad. Hij werd hierin bij gestaan door Mohamed Sacirbey, voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Bosnië, die eveneens met glimmende Bambi-ogen zei hier niets van te weten. Sterker nog, hij leek zelfs een beetje beledigd dat hij niet op de hoogte werd gehouden door de Amerikanen. Sacirbey in het duister houden is wellicht een van de betere beslissingen geweest tijdens de Bosnische oorlog. Meneer was in die tijd namelijk ook veel te druk met allerhande ge-Bassie, zoals het achterover drukken van VN-geld, het sluiten van schimmige wapendealtjes met islamitische milities en het witwassen van Afghaanse ‘charity’-donaties. Het is als Karadic in de camera laten klagen dat hij geen toegang had tot het NAVO SHAPE-hoofdkwartier. Niet erg geloofwaardig.

Op waarde schatten

Terug naar de prime time rehabilitatie van Joris Voorhoeve. Want als de Amerikanen informatie vooraf hadden, waarom was deze niet expliciet doorgegeven aan de Nederlanders? Welnu, er wordt vaak gezegd dat inlichtingendiensten alle informatie hebben, waaronder de juiste. Dergelijke rapporten (zoals zijn vrijgegeven in 2013) verschijnen (zeker in oorlogstijd) met tientallen per dag. Diverse invalshoeken, verkenningen en ervaringen worden zoveel mogelijk verzameld om deze vervolgens te prioriteren en daar beleid op te baseren. De informatie hebben is een stap, deze op waarde schatten is een tweede. Het verleden heeft al uitgewezen (9/11 is hier een voorbeeld van) dat ondanks alle tijd en kennis die in een analyse wordt geïnvesteerd, er nooit een 100% score te behalen is. Achteraf, en dus met hindsight bias, beweren dat ze het ‘hadden moeten weten’ is simplistisch en ronduit oneerlijk.

Nederland wist net zo veel

Dat de Bosnische Serviërs in it to win it waren, was wel duidelijk. Ook voor de Nederlanders: Karremans stuurde namelijk 8 juni (een maand voor de val van de enclave) een fax naar Sarajevo en Den Haag om te waarschuwen voor een mogelijk offensief. Ook werd Voorhoeve al eind mei op de hoogte gesteld door de MIVD dat de Arkan-tijgers, een van de meest beruchte Bosnische-Servische milities, oprukten richting Oost-Bosnië. Kortom: ook al zouden de Amerikanen deze informatie opzettelijk achter hebben gehouden, dan beschikte Voorhoeve evengoed over gelijkwaardige informatie via zijn eigen diensten en militairen. Dus het argument ‘als we dit hadden geweten hadden we iets gedaan’ gaat niet op: Nederland wist net zo goed, net zo veel.

Er is geen enkele reden voor Voorhoeve om de Amerikanen misbruik van de informatiepositie te verwijten

Tot slot toont Voorhoeve zich verbaasd over het niet openbaren van Amerikaanse documenten uit de eerste twee weken van juli 1995: alsof deze bij de Nederlandse ministeries zonder enkel probleem op te vragen zijn. Er is dus geen enkele reden voor Voorhoeve om de Amerikanen misbruik van de informatiepositie te verwijten. Sterker nog, het afschuiven van de schuld op de Amerikanen is stuitend hypocriet.

Grote boze wolf

Waarom is het dan misgegaan? Is dit opzettelijk? Nee natuurlijk niet. De suggestie dat de Amerikanen opzettelijk Srebrenica en daarbij de inwoners en Dutchbat hebben geofferd om vervolgens een vredesplan te kunnen doordrukken is buitengewoon cynisch. Het legt de nare Nederlandse politieke gewoonte bloot om te wijzen naar Amerika (of de EU, for that matter) als grote, boze wolf, om vervolgens zelf de laffe handen in onschuld te wassen. Want het vermoeden dat de Bosnische Serviërs tot de aanval zouden overgaan, was een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid. Ook was duidelijk dat de VN-vredesmissie, UNPROFOR geen weerstand zou kunnen bieden. Zij waren niet in staat om de boel onder controle te houden. Toch zaten de Amerikanen niet te wachten om dit probleem als eerste aan te kaarten: president Clinton wist dat elke oplossing voor een probleem zou neerkomen op een Amerikaanse oplossing voor een internationaal probleem. Een NAVO-extractie van UNPROFOR-troepen zou zeker 25.000 Amerikaanse soldaten hebben gekost, iets wat president Clinton zich politiek niet kon veroorloven. Toch is door alle betrokkenen, dus óók Nederland en Voorhoeve, de snelheid waarmee UNPROFOR desintegreerde, schromelijk onderschat. Dit had alles te maken met de informatiepositie van de bondgenoten.

Offensief

Om dit te begrijpen moeten we enkele maanden terug en naar een andere enclave en één van de zes safe areas, Goražde. Hier deden de Bosnische Serviërs vanaf maart 1994 verschillende pogingen om de enclave over te nemen en keken elke keer hoe ver ze konden gaan. Toen er VN-medewerkers werden gegijzeld, en in dezelfde periode de Amerikaanse F16 piloot Scot O’Grady uit Bosnisch Servisch gebied moest worden gered, stopte de NAVO tijdelijk haar luchtaanvallen in de periode juni. Dit bleek achteraf hét signaal voor de Bosnische Serviërs om het offensief te starten. Ze hadden namelijk het grootste obstakel, luchtaanvallen, geneutraliseerd. Maar op dat moment leek dat minder zwart-wit. Het beleid, geen luchtaanvallen in het geval van gijzelaars, was waar participerende NAVO-landen van op de hoogte waren. Dus ook Nederland, want je kunt moeilijk je F16 de lucht in sturen, zonder te weten wat het mandaat is.

Amerika rekende op Rusland

Waarom dan toch geen luchtaanvallen om de opmars te stoppen? Amerika rekende op Rusland om de Bosnische Serviërs in toom te houden. Dit is ook precies de reden waarom diplomaten zoals Richard Holbrooke de instructie vanuit Washington hadden om de Russen koste wat het kost bij de onderhandelingen te betrekken, want zonder Rusland was vrede simpelweg geen optie. Het betrekken van de Russen lukte uiteindelijk in mei 1994 en wierp ook vruchten af. Zo had Rusland, na een aanval op de Markala markt in Sarajevo door de Bosnische Serviërs, succesvol opgetreden als bemiddelaar en een grootschalige escalatie voorkomen.

De bondgenoten wilden de eigen soldaten, vastgeketend aan bruggen en andere militaire doelen, én burgerbevolking zo min mogelijk raken met friendly fire, tenzij strikt noodzakelijk

Ook spinde Karadic, de politiek leider van de Bosnische Serviërs, goed garen bij deze situatie omdat de dreiging van het omver lopen van de enclaves hem een sterke positie aan de onderhandelingstafel verzekerde. De Amerikanen werden in dit idee gesterkt toen een grootschalig offensief op Goražde, ondanks gelijksoortige berichten over een op handen zijnd offensief, uitbleef. De bondgenoten wilden de eigen soldaten, vastgeketend aan bruggen en andere militaire doelen, én burgerbevolking zo min mogelijk raken met friendly fire, tenzij strikt noodzakelijk. Was dit namelijk wel gebeurd, dan had Joris Voorhoeve vandaag in een boek en documentaire mogen uitleggen waarom hij lokale bevolking en Dutchbatters liet neermaaien door NAVO-vuur.

Straatje schoonvegen

Het is natuurlijk heel makkelijk om twintig jaar later vanuit de luie stoel met het vingertje te wijzen naar de betrokkenen, toch is het niet heel schokkend dat dit gebeurt. Wat wél schokkend is, is dat een oud-minister een herdenking van een massamoord aangrijpt om het eigen morele straatje schoon te vegen, en niet schroomt om hierin een loopje met de waarheid te nemen. Hij schroomt er zelfs niet voor om een belangrijke bondgenoot, die godbetert tijdens diezelfde oorlog zijn militaire infrastructuur, informatie en middelen ter beschikking stelde, in de bek te spugen. Srebrenica zit niet te wachten op politieke ego’tjes zoals Joris Voorhoeve, die een blame game starten, maar juist op openheid van alle betrokkenen.

Wees een vent, en respecteer de nabestaanden: of je roept op tot het openbaren van de Nederlandse documenten of je houdt gewoon lekker je mond.