‘Zoals we allemaal weten van het Romeinse Rijk: grote rijken storten in als de grenzen niet goed worden beschermd’. Dat zei onze minister-president, van huis uit historicus, onlangs in een interview in Financial Times om zijn punt te maken, namelijk dat de Europese Unie haar buitengrenzen beter moet beschermen. Dat is, zelfs voor een politicus, veel te kort door de bocht. O ja, het is ook nog onjuist.

Het machtige Romeinse rijk is namelijk niet zomaar ingestort omdat het aangevallen werd. De inval van de barbaren leidde wel tot de val ervan, maar het was geen oorzaak daarvan. De oorzaak lijkt veel eerder van binnenlandse makelij en economisch van aard te zijn.

Als de leiders van de EU-landen en de EU zo blijven doorgaan, zal het project ‘EU’ stranden, met of zonder een vluchtelingencrisis

Op het moment van de val van het Romeinse rijk was de economie ervan, en daarmee het Rijk zelf, structureel zwak en chronisch ziek. En dat gebeurde niet zomaar maar had een duidelijke reden. De barbaren waar Rutte het over had, hadden er helemaal niets mee te maken.

Luxe levensstijl

Het Romeinse rijk breidde in loop der tijd almaar uit en dat leverde Rome enorm veel welvaart op. Maar er was ook een schaduwkant: het kostte steeds meer geld om dat enorme rijk te besturen en de orde te handhaven, waardoor de overheid in loop der tijd in omvang behoorlijk toenam. Toen de economische groei begon af te nemen, paste de overheid zich daar echter niet op aan. Die bleef maar uitdijen en vergde daardoor steeds meer geld, geld dat er niet was door de lage economische groei. Wat volgde was dat de uitgaven veel hoger werden dan de inkomsten. De elite die het Rijk bestuurde en een luxe levensstijl erop nahield, weigerde echter de overheid te hervormen en de omvang ervan te reduceren. Eten uit het staatsruif was te aantrekkelijk.

In plaats van de overheidsuitgaven aan te passen aan de nieuwe economische realiteit, besloot de regerende klasse nieuwe belastingen te introduceren en de al bestaande fors te verhogen. Mede daardoor daalde de productie verder, lees de economische groei, wat overigens aangeeft dat belastinggeld gebruikt werd voor niet-productieve doeleinden zoals inkomen voor de elite hoog houden, de luxe levensstijl van de elite mocht niet minder luxe worden. Er ontstond zo een vicieuze cirkel waarin al die extra belastingen de economische groei verder dempten, waardoor de uitgaven van de overheid in het oude Rome structureel veel hoger uitkwamen dan de inkomsten, waarna de heersende elite de belastingen verder verhoogde et cetera.

Staatsruif aanlokkelijk

Steeds meer gegoede burgers konden de lasten niet meer opbrengen, de belastingen waren simpelweg te hoog. Het gemor nam toe, er kwamen meldingen van opstanden uit alle hoeken van het Rijk en het handhaven van de orde werd nog lastiger en duurder. Terwijl de wat in die tijd voor de middenklasse doorging steeds verder onder druk kwam te staan en kleiner werd, werd de overheid mede daardoor juist steeds groter. Iedereen die een manier had uit het staatsruif te eten, ging dat doen, dat betekende immers een gegarandeerd inkomen, zeker naarmate de economie verder wegzakte.

Het is alsof je van elke munt een stukje afknipt zonder dat de waarde ervan verandert en met die afgeknipte stukken nieuwe munten slaat; het is gratis geld voor diegenen die het afknippen doe, namelijk de overheid

Toen het de heersende elite na enige tijd duidelijk werd dat belastingen verhogen niet verder kon en de financiële positie van het Rijk ook niet verbeterde, gingen de keizers van Rome iets anders proberen (nee, niet de overheid hervormen en verkleinen) namelijk een stiekeme belasting invoeren. Men begon namelijk het geld waardelozer te maken. Het begon met het een klein beetje verkleinen van het aandeel van zilver in de Romeinse zilvermunten. Het is in de kern simpel. De overheid laat de nominale waarde van een zilvermunt intact maar verlaagt wel het aandeel van zilver in die munt (in economentermen: de nominale waarde wordt hoger dan de reële waarde). Het is alsof je van elke munt een stukje afknipt zonder dat de waarde ervan verandert en met die afgeknipte stukken nieuwe munten slaat; het is gratis geld voor diegenen die het afknippen doet, in dit geval de Romeinse overheid dus. En omdat het gratis geld was, ging dat verlagen van het zilvergehalte steeds een stap verder want nog minder zilver in een zilvermunt betekende meer gratis geld voor de heersende elite. Om een lang verhaal kort te maken: waar de Romeinse zilvermunten eerder voor 90 procent uit dat metaal bestonden, daalde het aandeel van zilver na verloop van tijd naar 0,01 procent.

Ruilhandel in plaats van bloeiende handel

De handelaren zagen echter na enige tijd wat er gaande was. Zij wisten dat de metaalwaarde van de munten die ze aannamen als betaling voor hun goederen, steeds verder van de nominale waarde van de munten kwam te liggen. Wat zij vervolgens deden was simpelweg zorgen dat ze toch evenveel zilver kregen voor hun waar als eerder. Als elke munt minder zilver bevatte, kun je dat alleen doen door méér munten dan voorheen voor je spullen te vragen ofwel de prijzen te verhogen. Naarmate de Romeinse keizers het zilvergehalte van hun munten verder verlaagden, vroegen de handelaren steeds meer geld voor hun goederen. Het gevolg was eerst stijgende, daarna hoge, vervolgens zeer hoge en uiteindelijk hyperinflatie (schattingen van de geldontwaarding in die periode reppen over een inflatie van 15.000 procent), iets wat op zijn beurt de Romeinse economie de grond in boorde.

Waar de handel in het Romeinse rijk – dat zich uitstrekte van de Engels-Schotse grens in het noorden tot het hedendaagse Koeweit in het Midden-Oosten en van het huidige Armenië in Midden-Azië tot Portugal aan het uiterste zuidwesten van het Europese continent – eerder bloeide, kwam die inmiddels volledig tot stilstand. Het geloof in de ooit in de hele bekende wereld geaccepteerde Romeinse munten was volledig weg; niemand wilde de munten meer hebben. Steeds vaker week men af naar ruilhandel, wat notoir inefficiënt is. De economische groei was inmiddels niet meer laag; de economie van het Romeinse rijk kromp ongekend.

De Romeinse Edict op Maximale Prijzen probeerde de hyperinflatie te stoppen door de handelaren te verbieden de prijzen te verhogen; wie dat toch deed, riskeerde geen boete maar erger, namelijk de doodstraf

Niet dat de Romeinse keizers en de heersende elite geen pogingen deden het tijd te keren overigens. Het is alleen dat ze álles probeerden behálve de overheid, die inmiddels megalomane omvang bereikte, te hervormen en te verkleinen. Keizer Diocletianus (284-305) bijvoorbeeld probeerde hyperinflatie te stoppen met zijn Edict op Maximale Prijzen. Dat document verbood de handelaren de prijzen te verhogen. Wie dat toch deed, riskeerde geen boete maar erger: er stond de doodstraf op. Ondanks de zwaarste straf mislukte het beleid echter. Handelaren haalden hun waar simpelweg uit de schappen. Zij weigerden die te verkopen tegen de voorgeschreven prijzen, want die waren veel te laag. Op de zwarte markt gingen de prijsstijgingen gewoon door en namen zelfs in tempo toe. Veel handelaren stopten met hun zaak. Om dit probleem te verhelpen kwam er vervolgens een nieuw decreet: het werd handelaren verboden te stoppen met hun zaak. Bovendien schreef een nieuwe wet voor dat elke man hetzelfde beroep moest uitoefenen als zijn vader. De wet stelde dat hiervan afwijken gelijk was aan deserteren uit het leger tijdens de oorlog, waar alweer de doodstraf op stond. Het mocht allemaal niet baten. Zeer hoge inflatie en hyperinflatie hadden het Romeinse Rijk stevig in hun dodelijke greep.

Bekend

De armen werden daardoor nog armer, de gegoede burgerij, zeg maar de middenklasse van toen, werd verder uitgedund en de anderen dan diegenen die tot de elite behoorden, kregen steeds minder rechten en politieke invloed. Om in de tegenwoordig populaire termen te praten: de kloof tussen de politiek en de burger werd steeds groter.

Klinkt het bovenstaande allemaal niet heel bekend? De middenklasse die verzwakt wordt door belastingverhogingen, de centrale banken en de overheden die er openlijk voor uitkomen te streven naar fors hogere inflatie en dat met quantitative easing en gratis geld – in de kern hetzelfde als het verlagen van de zilvergehalte van de zilverenmunt destijds in Rome – willen bereiken, de overheden die als enige sector in omvang zijn gegroeid sinds het begin van de huidige crisis (want weigeren te hervormen en kleiner te worden), diepere en structurele begrotingstekorten en verder oplopende staatsschulden, minder rechten en politieke invloed voor de burger (als er al referenda zijn, dan vooral niet bindend), toenemende armoede (voedselbanken schieten uit de grond als paddenstoelen en hebben steeds meer klanten), de almaar dieper wordende kloof tussen politiek en de burger (ik noem slechts de wensen van veel en steeds meer mensen over Europese samenwerking en de koers die de EU vaart), het nepotisme van de leiders (minister Dijsselbloem die de Kamer verkeerd voorlicht, sommigen zouden zeggen tegen de Kamer liegt, over de naheffingen die Nederland gekregen heeft van ‘Brussel’, normaliter dé doodzonde in de politiek, blijft gewoon in functie), vriendjespolitiek (denk aan allerlei banen, zoals in de besturen van de zorgverzekeraars en –instellingen waar duizelingwekkende bedragen omgaan, waar veelal oud-politici te vinden zijn)…Het is het Romeinse rijk all over again!

Het Romeinse Rijk is ingestort omdat het zwak was en het was zwakgemaakt niet door de barbaren maar de eigen heersende elite

Binnenlandse barbaren

Het klopt wat Rutte zei, dat de invallen van de barbaren het Romeinse rijk op de knieën hebben gekregen. Wat hij echter vergat te zeggen is dat dat alleen maar kon gebeuren omdat dat rijk zeer zwak was, anders hadden die barbaren geen kans gehad. En dát, dat het ooit zo machtige Romeinse rijk zeer zwak was, dat kwam door de binnenlandse, regenteske barbaren in Rome. Díe hebben met hun beleid het Romeinse rijk zodanig verzwakt dat toen de barbaren zich aan de buitengrenzen meldden, zij vrij spel hadden. De ontevredenheid over de eigen heersende elite was zelfs zo groot dat, zoals Zosimus, een historicus uit die periode, schreef, velen buiten de stad Rome de hulp van de barbaren inriepen tegen het Romeinse rijk omdat de belastingen die ze aan Rome moesten betalen te hoog waren, om nog maar te zwijgen over de manier waarop die belastingen werden geïnd (geen middel werd geschuwd)! Velen vochten zelfs mét de barbaren mee tegen het Romeinse leger.

Het is van alle tijden dat de politieke elite, geconfronteerd met minder gunstige economische tijden, zijn toevlucht zoekt in hogere tekorten, hogere schulden, hogere inflatie, hogere en nieuwe belastingen en meer regels lees een grotere overheid. Dat is wat de heersende elite in het oude Rome deed en dat is wat hun moderne evenknieën in Europa doen. Vaak komt daar nog bij dat er oorlogen begonnen worden, enerzijds om de aandacht af te leiden van de economische problemen en anderzijds om de burger als het ware te chanteren: ben je in oorlogstijden tegen je overheid, ook al berooft die je aan alle kanten en heeft die het voorzien op je vermogen en je welvaart, dan ben je een landverrader.

Geachte minister-president: het Romeinse Rijk is ingestort omdat het zwak was en het was zwakgemaakt niet door de barbaren maar de eigen heersende elite. De barbaren die zich aan de buitengrenzen van het Romeinse Rijk meldden, waren de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen, maar de emmer was dus al tjokvol! Grote kans dat het Romeinse rijk ingestort was ook zonder die barbaren. De Europese Unie, met al zijn in potentie goede kanten, en Nederland zelf, dreigen in te storten om dezelfde reden: niet door de vluchtelingen – een sterk Nederland en een sterk Europa kunnen dat probleem makkelijk aan – maar door de handelingen van de leiders ervan. Als de leiders van de EU-landen en de EU zo blijven doorgaan, zal het project ‘EU’ stranden, ook zonder een vluchtelingencrisis.