Maar hij wijst wel op de crisis waarin het herdenken van de Tweede Wereldoorlog zich bevindt.

 

De actie van Rikko Voorberg om op 4 mei verdronken vluchtelingen te herdenken is onverstandig en ondermijnt de herdenking van 4 mei. Zijn actie brengt de crisis aan het licht waarin het herdenken van de Tweede Wereldoorlog beland is.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog werd de oorlog beoordeeld in de termen van het vooroorlogse nationalisme. Het was een strijd geweest van het heldhaftige Nederland tegen het brute Duitsland. Nederland had daarin eendrachtig schouder aan schouder gestaan. De slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog waren slachtoffers van de Duitsers, soldaten en verzetsstrijders waren gevallen voor het vaderland. Vanuit die redenering was het niet meer dan logisch om bij de nationale herdenking ook een plekje in te ruimen voor de mensen die na de Tweede Wereldoorlog voor het vaderland waren gevallen in Indonesië, Korea, Afghanistan of waar dan ook.

In de jaren zestig kwam er een omslag in de beoordeling van de Tweede Wereldoorlog. Onder invloed van de geest van die jaren identificeerde men zich met wat anders en oppositioneel was. Het nationalisme met zijn nadruk op nationale eigenheid en identiteit werd juist als schuldige aangewezen. Het nationalisme moest worden vervangen door een solidariteit met alle verdrukten. In Nederland kwam niet meer de blanke christelijke heteroseksuele man centraal te staan, maar degene die altijd onderdrukt waren: vrouwen, homoseksuelen, joden en allochtonen. De Tweede Wereldoorlog werd een moreel ijkpunt van deze omslag. Hadden de Nazi’s zich niet juist gericht tegen al ‘het andere’, alles wat buiten hun concept van de Duitse natie viel: joden, zigeuners, homoseksuelen, niet-‘Germaanse’ volken.

In de herdenking van de Tweede Wereldoorlog kwam de jodenvervolging centraal te staan. De filosoof Sartre had joden al vlak na de Tweede Wereldoorlog geïdentificeerd als ‘de ander’ bij uitstek. Aan de moord op de joden kon je zien wat er gebeurde als je ‘de ander’ niet respecteerde. De jodenvervolging werd in de jaren tachtig en negentig de negatieve grondgeschiedenis van ons land en de kern van de identiteit van weldenkend Nederland. Het protest van de joodse filosoof Alain Finkielkraut over deze reductie van joden tot ‘de ander’- alsof joden geen zelfstandige identiteit en geschiedenis hadden – werd nauwelijks gehoord. Daarvoor waren de belangen ook te groot. Godsdienst, socialisme, nationalisme, verworteldheid in familie- of streekverbanden hadden in deze tijd hun identiteitsvormende waarde verloren. En er moest toch iets zijn wilde je als mens overeind blijven. De buitengesloten slachtoffers gaven die identiteit.

De verbreidheid van  dit nieuwe verhaal moet overigens niet overschat worden. Voor heel veel Nederlanders bleef de Tweede Wereldoorlog gewoon de schuld van de Duitsers.

De afgelopen jaren zijn er barstjes gekomen in deze eenzijdige oriëntatie op ‘de ander’ . De opkomst van de radicale islam en de snelle internationalisering leidde tot vragen over de eigen identiteit. Er kwam een herwaardering van het eigene en het nationale.

Ook de identificatie met joden verminderde. Door de voortgaande secularisatie en de opleving van een fel anti-godsdienstig sentiment na de aanslagen van 9/11 voelden mensen zich minder met hen verbonden. De joodse staat Israël gedroeg zich bovendien niet naar het progressieve en christelijke ideaal van open grenzen en de andere wang toekeren. Islamitische jongeren vonden hun weg op scholen en universiteiten en namen soms een sterk anti-joods sentiment mee. De historische studie van Timothy Snyder over de Bloedlanden, waarin hij stelt dat de moord op de joden een onderdeel van een veel bredere genocidale politiek van de Duitsers was – en dus veel minder uniek – maakte in dit klimaat veel indruk.

De actie van Rikko Voorberg is een poging om binnen deze context van afbrokkelende steun nieuw leven te blazen in dit eenzijdig op ‘de ander’ gerichte denken. Hij doet dat door het te revolutioneren en tot zijn einde te denken. Niet alleen de groepen die in ons eigen Europese huis werden buitengesloten (joden, homoseksuelen, zigeuners) worden omarmd, maar ook alle mensen buiten Europa. Ook zij zijn buitengesloten en ook zij sterven, net als de gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog. ‘Onze muren zijn te hoog en onze stranden te ver’ schrijft Rikko Voorberg. Door rijen witte kruisen te plaatsen, zoals die ook staan op de begraafplaatsen waar geallieerde soldaten begraven liggen, identificeert Voorberg de gestorven vluchtelingen met hen. De witheid en de kruisvorm verwijzen naar hun onschuld en naar de schuld en de verplichting van de omstanders, zoals de mensen die rond het kruis van Jezus stonden.

Rikko Voorberg stuit op weerstand van iedereen die altijd al het nationale waardeerde of het opnieuw is gaan waarderen en op zijn minst grote aarzelingen heeft bij de komst van vluchtelingen en migranten. Maar evengoed van mensen die willen dat de jodenvervolging een centrale plaats blijft houden. Ze vinden dat Voorberg de herdenking kaapt.

Ik ben het daar mee eens. Door zijn actie verpolitiekt Voorberg de 4 mei herdenking op een manier die de legitimiteit van de herdenking ondermijnt. Daarmee ondergraaft hij de verbindende en moreel vormende waarde die 4 mei heeft. De Tweede Wereldoorlog kan alleen herdacht worden als er een zekere vorm van consensus is over de herdenking. Zo’n herdenking is tenslotte sowieso een broos geheel.

Maar de actie van Voorberg wijst wel op de crisis waarin het herdenken van de Tweede Wereldoorlog zich bevindt. De jaren tachtig en negentig met hun eenzijdige oriëntatie op ‘het andere’ zijn voorbij. Wij komen alleen uit de discussie door te breken met het hele ideologische frame waarin vooral ‘het andere’ en ‘het buitengeslotene’ bij de herdenking centraal staat. Terug naar het nationalisme is daarbij een heilloze weg, al kan ik het nationale waarderen als één van de verbindende en vormende banden.

Je hoeft bij de herdenking van de Tweede Wereldoorlog niet alles te actualiseren – er is verleden dat het overdenken op zich waard is. Maar als je wil actualiseren – en ook dat is belangrijk – dan zijn er genoeg actuele thema’s die urgent zijn, moreel vormend zijn en bovendien verbindend zijn en breed gedragen worden. In de Tweede Wereldoorlog ging het over onderdrukking en bedreigde vrijheid, het ging over het belang van de waarheid en het belang van vrede. In Rusland, Syrië, Turkije zien we voorbeelden van onderdrukking en oorlog. In Hongarije en de Verenigde Staten wordt merkwaardig met de waarheid omgesprongen. In eigen huis kan je wijzen op het belang van zaken als opofferingsgezindheid en onderlinge hulp. Dat waren de elementaire deugden die er voor zorgden dat duizenden overleefden. En natuurlijk blijft het nodig om te wijzen op het belang van verdraagzaamheid en de verwoestende werking van rassenhaat en antisemitisme.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons