Duitslandkenner Jeroen Adema duikt met ons de geschiedenis in en neemt u terug naar de tijd van de DDR, waar men stiekem naar West-Duitse zenders keek.  

 

In Nederland en in het westen van Duitsland bestaat wel eens het beeld dat men in de vroegere DDR stiekem naar westelijke tv zenders moest kijken en luisteren. Dat beeld is echter onjuist. In de vroegere DDR werd maar al te graag naar de zenders uit de West-Duitse Bondsrepubliek gekeken. Dallas, Dynasty, Kojak en Knight Rider werden ook in de woonkazernes in Leipzig, Oost-Berlijn en Rostock bekeken. Alleen in Dresden en op Rügen had men pech. Daar kon men de zenders uit het westen niet ontvangen. Maar omdat het “Westfernsehen” het beste middel was om de burgers in de DDR te houden werden de inwoners van die dorpen niets in de weg gelegd om zelf grote antennes en satelliet installaties te bouwen, hoewel dat laatste in de DDR eigenlijk illegaal was.

Het bereik van de West-Duitse televisie in de DDR. Alleen rond Dresden en in het noordoosten kon men niet de West-Duitse zenders ontvangen.

De redenering achter dit tolerante beleid was eigenlijk heel simpel. Op de ARD en het ZDF werd ook kritiek geleverd op de West-Duitse regering en werd ook openlijk gesproken over armoede en andere sociale problemen. Armoede was er in de DDR niet en veel burgers wilden na het zien van de Tagesschau vaak niet meer weg. Alleen in de regio Dresden werd vaker geprobeerd om naar het westen te migreren. Het introduceren van kabeltelevisie moest hen tevreden houden met hun leven in de DDR.

In de jaren zestig was dat anders. Walter Ulbricht, een hardliner, moest niets weten van het “Westfernsehen”. Daarom werd midden jaren’60 operatie “Ochsenkopf” gelanceerd. Door middel van luidsprekerwagens werden de burgers er toe opgeroepen om hun antennes alleen maar op de zenders van het “Fernsehen der DDR” te richten. Toen bleek dat men daar weinig zin aan had gingen brigades van de FDJ (Freie Deutsche Jugend, de jeugdorganisatie van de communistische partij) en de Volkspolizei ’s avonds langs de huizen om de antennes om te draaien. Dit werd door de bezitters van de antennes uiteraard niet zo gewaardeerd en het kwam wel eens tot discussies en vechtpartijen. Daarom werd de operatie “Ochsenkopf” snel beëindigd. Dus de regering-Ulbricht ging over tot een nieuwe tactiek, namelijk die van ‘naming and shaming’: prominente bezitters van antennes die op het Westen gericht werden in de krant of in het openbaar van immoreel gedrag beschuldigd. Ze zouden racisme promoten en proberen de gevestigde orde te verstoren. Vaak echter konden de beschuldigden zich verweren en ook leden van de communistische partij bleken het ‘Westfernsehen’ te kijken. Dat bracht het regime in Oost-Berlijn in de verlegenheid.

Na het afzetten van Walter Ulbricht liet Erich Honecker, tot afschuw van sommige partijgenoten, weten dat men zelf maar moet weten waar men naar keek en luisterde. Toen Honecker deze boodschap op het achtste partijcongres in 1973 herhaalde was het hek van de dam. Overal in de DDR werden centrale antennes gebouwd, zodat zoveel mogelijk mensen programma’s uit het Westen konden bekijken. Technisch detail: alleen de antennes van kazernes, internaten en gevangenissen waren niet geschikt voor de ontvangst van Westelijke zenders. Ook bepaalde Honecker dat het programma-aanbod van het ‘Fernsehen der DDR’ wel wat gevarieerder mocht zijn. Als concurrent van Tatort en Derrick kwam Polizeiruf 110 op zondag op de buis. In deze politieserie werden ook openlijk de schaduwzijden van de DDR getoond. Ook kwam er ruimte voor films en series uit het kapitalistische westen. Vooral Britse, Franse en Italiaanse films en series waren populair. Ook werd er veel geld uitgegeven voor shows als een ‘Kessel Buntes’, waar bekende artiesten uit de DDR, maar ook bands uit West-Europa optraden. Anders dan in de Bondsrepubliek werden op de publieke netten van de DDR ook erotische films getoond. Alles werd gedaan om de burgers van de DDR aan het ‘Fernsehen der DDR’ te binden.

Op de risico’s van de West-Duitse media werd er in het programma ‘Der Schwarzer Kanal’ gewezen. De presentator Karl-Eduard von Schnitzler liet fragmenten zien uit de West-Duitse media en voorzag deze van ‘objectief’ commentaar. Hij noemde het beleid van ARD en ZDF niets minder dan Mindwars. De programma’s van de zenders van de BRD hadden maar een doel: het vergiftigen van de publieke opinie van de burgers van de DDR. Daarbij zouden de ARD en het ZDF ondersteund worden door de Springer-groep en figuren als Rudolf Augstein, die in Hamburg Der Spiegel publiceerde. Series zoals Dallas zouden gevaarlijk zijn omdat daarin de negatieve zijden van het familieleven werden benadrukt. Veel bekijks trok dit moraalprogramma niet, want op de BRD-zenders kon men op dat tijdstip naar Dynasty kijken of naar een commercieel net voor een Amerikaanse actiefilm.

Alle Oost-Duitse propaganda ten spijt vluchtten veel DDR-burgers ’s avonds naar de West-Duitse zenders. Daar zagen ze ook hoe de Volkspolizei demonstranten aftuigde in Leipzig en in Oost-Berlijn. Dat voedde de oppositie tegen Honecker. Met het aftreden van Honecker werd ook Von Schnitzler gedwongen te stoppen met uitzenden. Het kijken naar Westerse zenders, wat gedoogd werd, werd in 1990 ook officieel toegestaan.

Toch verdween de DDR-televisie niet helemaal. De zenders MDR en RBB herhalen nog steeds de populairste DDR-programma’s van toen. Die worden, nu 28 jaar na de val van de Muur, nog steeds goed bekeken. Logisch ook, men had ze de eerste keer niet gezien…

Afbeeldingen: Wikipedia / Wikimedia Commons