Socioloog Jos van Dijk heeft kritiek op het gangbare beeld dat wij hebben over de Communistische Partij Nederland en haar rol in de Koude Oorlog. Hoewel je de communistische ideologie natuurlijk kunt afwijzen zijn niet alle middelen om een politieke partij te bestrijden geoorloofd. De VVD speelde in deze geschiedenis een opmerkelijke rol, laat Van Dijk zien, die je van deze partij wellicht niet zou verwachten…

Paria’s

Bij de eerste parlementsverkiezingen na de Tweede Wereldoorlog in 1946 behaalde de Communistische Partij van Nederland (CPN) een geweldige winst,  ze werd met ruim 10% van de stemmen ineens een middelgrote partij. De reputatie die de communisten hadden opgebouwd in het verzet was groot en er was veel bewondering voor de rol van het Rode Leger in de strijd tegen de nazi’s. De Waarheid was even de grootste krant van Nederland en duizenden arbeiders schreven zich in als lid van een nieuwe vakbond die was aangesloten bij de communistische Eenheidsvakcentrale.

Tien jaar later, begin november 1956, vernielden oproerkraaiers de ruiten van Felix Meritis, het landelijke partijkantoor, tevens drukkerij van De Waarheid, onder het toezicht oog van de Amsterdamse politie. De woede over het Russische optreden in Hongarije zorgde ook elders voor opstootjes en bedreigingen van individuele communisten en hun gezinnen. De partij was in feite vogelvrij verklaard. Communisten werden als paria’s behandeld en verloren hun posities in tal van maatschappelijke organisaties, van literaire clubs tot speeltuinverenigingen. Wat was er in die tien jaar gebeurd?

Nog net niet verboden

Sinds de opheffing van de CPN in 1991 is er al veel geschreven over de geschiedenis van de partij, de politieke standpunten, de interne conflicten en de belangrijkste leidende figuren Paul de Groot en Marcus Bakker. Mijn boek ‘Ondanks hun dappere rol in het verzet….het isolement van Nederlandse communisten’ (Aspekt, oktober 2106) gaat over de verhouding van de CPN met andere groeperingen in de periode van de Koude Oorlog en dan vooral in de jaren vijftig. Het is voornamelijk gebaseerd op historische literatuur over die periode en op aanvullend archiefonderzoek.

Het dominante beeld over de CPN is dat communisten zichzelf in een isolement hebben gemanoeuvreerd, door onvoorwaardelijk de Sovjet-Unie te blijven steunen, waardoor ze alsmaar verder verwijderd raakten van de aanhang die zij vlak na de oorlog nog hadden verworven. De banden met die vijand van het westen speelden zeker een rol. Mijn boek laat echter zien dat het isolement van de Nederlandse communisten voor een belangrijk deel een binnenlandse afrekening was met een politieke stroming die gevaarlijk werd geacht voor de zittende macht, de rooms-rode coalitie, de verzuilde gemeenschappen en de kerken.

Het tegenwerken van communisten was ongehoord fel, vooral van de kant van de PvdA, de vakbonden en de Katholieke Kerk. De CPN werd nog net niet verboden, maar in het parlement en in gemeenteraden werd ze op alle mogelijke manieren tegengewerkt, uitgesloten van informatie en van deelname aan commissiewerk. Daarnaast werd het communisten steeds moeilijker gemaakt om acties te voeren, omdat alles waar zij voor opkwamen bestempeld werd als voorbereiding op een Russische inval. Het communistische verzet tegen de oorlog in Indonesië, tegen de atoombewapening, tegen de Duitse herbewapening, kritiek op de bestedingsbeperking ten gunste van hogere defensie-uitgaven, stakingen: iedereen die zich niet voegde naar de heersende consensus werd weggezet als staatsvijandelijke ‘vijfde colonne’.

Het beleid om de CPN te marginaliseren zorgde ervoor dat de communisten steeds minder ruimte kregen om hun acties te kunnen voeren.  Dit leidde uiteindelijk tot het ontstaan van een min of meer sektarische groepering, een sekte die zich terugtrok op het bastion van het eigen gelijk om de communistische heilstaat met des te meer energie te blijven verdedigen. Pas in de jaren zeventig zou hier enige verandering in komen.

De uitsluiting van communisten in de Koude Oorlog werd breed gedragen. Een speciale rol was daarbij weggelegd voor de Binnenlandse Veiligheidheidsdienst (BVD). Deze overheidsdienst heeft zich tot het eind van de jaren tachtig intensief bemoeid met de CPN en haar leden. Het ontregelende gesnuffel van agenten voedde het onderling wantrouwen van communisten en heeft bijgedragen aan interne conflicten. Zonder noemenswaardige controle of toezicht voerde de BVD tal van acties uit die de grenzen van een inlichtingendienst ver overschreden. Zoals het financieel en politiek steunen van een alternatieve communistische partij van dissidenten en het oprichten en in stand houden van een maoïstische splinter. Het is onbegrijpelijk dat de BVD nooit enige verantwoording heeft hoeven afleggen over deze rechtstreekse inmenging in een legale Nederlandse politieke partij.

De bescherming van de democratie

Over de ideologie van het communisme en de praktijk in de landen van het ‘reële socialisme’ kan men uiteraard van mening verschillen. Maar het ging bij de CPN wel om een politieke groepering die een deel van het Nederlandse electoraat vertegenwoordigde. Het was in mijn ogen niet in overeenstemming met de principes van een democratische rechtsstaat om duizenden mensen vanwege onwelgevallige standpunten uit te sluiten van deelname aan de politiek en als staatsvijanden te laten vervolgen door de BVD.

Toch is dat wat er gebeurde in de periode die ik in mijn boek heb beschreven. Opmerkelijk genoeg overigens kwam de zeldzame steun voor het parlementair optreden van de CPN in die dagen, als die er was, van de VVD. Blijkbaar wilde deze partij haar liberale en democratische principes niet overboord gooien.

De geschiedenis van het isolement van communisten in de Koude Oorlog biedt ook lessen voor de politiek van vandaag. Het gaat om de grenzen van tolerantie tegenover radicale politieke stromingen, het erkennen en respecteren van álle stemmen in de diversiteit van standpunten die nu eenmaal altijd en overal aanwezig is.

De bescherming van de democratie vereist het stellen van grenzen. Maar waar begint dat? Bij afwijkende standpunten? Of bij een reëel en urgent gevaar voor onomkeerbare schade aan het democratische systeem zelf?

Jos van Dijk (1947) is socioloog, voormalig docent in het hbo en bestuurslid van de Stichting tot Beheer van de Archieven van de CPN.

Jos van Dijk, Ondanks hun dappere rol in het verzet…het isolement van communisten in de Koude Oorlog. (Soesterberg, uitgeverij Aspekt, 2016). ISBN: 9789463380027. 248 pagina’s. €19.95.

Bron foto: Evers, Joost / Anefo