Joost Lagendijk, oud-Europarlementariër van GroenLinks, heeft een boeiend boekje over de Turkse president Erodgan geschreven. Hoe wist deze streng-religieuze AKP-leider de seculiere staat de nek om te draaien? En is Erdogans positie nu, enkele maanden na de mislukte coup, onaantastbaar?

 

Recep Tayyip Erdogan trekt steeds meer macht naar zich toe en regeert Turkije praktisch als een dictator. Joost Lagendijk beschrijft en analyseert Erdogans weg naar de macht en probeert hem ook echt te begrijpen. Het resultaat is een vlot geschreven populair-wetenschappelijke biografie die – ondanks doordesemd te zijn van een zekere bias – zeer de moeite waard is.

 

‘Zwarte Turk’

Erdogan beschouwt zichzelf als een ‘zwarte Turk’, een arme, religieuze Turk uit de provincie die door de seculier-kemalistische elite, de ‘witte Turken’, wordt achtergesteld en kleingehouden. Erdogan groeide op en maakte carrière in de arme wijken van Istanbul, waar veel ‘zwarte Turken’ vanuit het platteland naartoe migreerden.

Erdogan zat op een streng-islamitische middelbare school, een zogenoemde imam-hatip school, waar hij gedegen les kreeg in de koran en de islamitische en Ottomaanse geschiedenis. Hier werd het wereldbeeld van de latere Turkse president gevormd. Erdogan heeft nooit een universitaire studie afgerond, iets wat op de presidentiële website uiteraard glashard wordt ontkend. Het diploma van Erdogan is echter een vervalsing, omdat in het jaar waarop hij zijn bul kreeg de universiteit waarop hij gezeten zou hebben nog niet bestond. Die werd pas een jaar later opgericht. Eigenlijk mag Erdogan dus geen president zijn, want volgens de Turkse grondwet moet je hiervoor een universitair diploma hebben.

Na zijn studie en dienstplicht raakte Erdogan betrokken bij de politiek van de islamist Necmettin Erbakan, die streefde naar een islamitischer Turkije. Uiteindelijk zou Erdogan met Erbakan breken, omdat de laatste een weinig praktische politiek voerde, te principieel, te weinig naar wat de mensen in de straat wilden. Erdogan, en dat analyseert Lagendijk scherp, is een populist. Hij is natuurlijk ook een islamist, iemand die streeft naar meer islam in de samenleving, maar hij doet dat op een pragmatische, soms zelfs opportunistische manier. Dat Erdogan zo succesvol is komt omdat hij goed weet wat zijn kiezers willen, dat hij zijn islamistische principes opzij kan zetten als de situatie daarom vraagt, maar dat hij tegelijkertijd zijn doel niet uit het oog verliest.

 

Gouden jaren

Erdogan werd in 1994 burgemeester van Istanbul, een functie die hij vier jaar zou bekleden. Als burgemeester was hij uitermate succesvol omdat hij de niet-islamistische burgers van de stad met zijn sociaal-economische beleid voor zich wist te winnen. Erdogan had twee gezichten: tegenover zijn eigen achterban was hij de vrome islamist, tegenover buitenstaanders de pragmatische bestuurder die echt dingen wist te bereiken. Zijn populariteit als premier en president is ook op deze kanten van zijn politiek gebaseerd.

In 1960, 1980 en 1997 vonden er in Turkije militaire staatsgrepen plaats, omdat het leger van mening was dat Turkije de verkeerde kant opging. In 1960 en 1997 was de coup gericht tegen islamisten, in 1980 keerde het leger zich vooral tegen links. Na de coup van 1997 brak Erdogan met Erbakan en richtte met geestverwanten de AKP op, een islamistische partij die de regels van de democratie zei te respecteren. Erdogan moest voorzichtig opereren. Toen hij in 2003 premier werd begreep Erdogan dat hij het leger niet openlijk moest provoceren, want als hij te hard van stapel zou lopen zou dit hem de politieke kop kosten en misschien wel erger. De putschisten van 1960 hingen premier Adnan Menderes op.

erdogan

De eerste jaren van Erdogan premierschap waren, aldus Lagendijk, gouden jaren. De economie draaide als een tierelier en omdat zijn AKP beschikte over een meerderheid in het parlement kon de regering een daadkrachtig beleid voeren. Aan de persoonlijke en democratische vrijheden van de Turkse burgers tornde Erdogan nog niet. Daarvoor was het nog te vroeg. Wel probeerde hij de macht van het leger en de rechterlijke macht stap voor stap in te perken.

Erdogan ontmantelde het kemalistische Turkije beetje bij beetje met behulp van de Europese Unie.  Progressieven in Europa als Lagendijk beschouwden de AKP als een soort van islamitisch CDA, ook de Egyptische Moslimbroederschap zou dat zijn, en islamitische CDA’ers zouden onze steun verdienen omdat ze zich verzetten tegen de grote rol van het leger in de staat. Achteraf bleek natuurlijk dat Erdogan de EU had gebruikt om op deze manier steeds meer macht naar zich toe te trekken. Joost Lagendijk ziet dit trouwens een beetje anders en denkt dat Erdogan misschien toch oprecht wilde dat Turkije EU-lid zou worden. Dat het feest niet doorging was volgens Lagendijk ook de schuld van de EU, omdat Cyprus het lidmaatschap van Turkije vetode en de in 2007 aangetreden Franse president Nicolas Sarkozy ook een verklaard tegenstander van de Turkse toetreding was.

Tussen 2003 en 2007 was Turkije bezig met allemaal hervormingen, maar in 2007 kwam er een einde aan de gouden jaren. Erdogan richtte zijn blik daarom meer op het oosten. Zijn islamistische, maar toch nog steeds democratische Turkije moest het grote voorbeeld zijn voor de andere islamitische landen in de regio. De Arabische lente, die eind 2010 uitbrak, werd door Erdogan dan ook positief begroet. Vooral de verkiezingsoverwinning van de Moslimbroederschap in Egypte was voor hem een grote opsteker, omdat de Moslimbroederschap een soortgelijke politiek voorstond als de AKP en ook een echte volksbeweging was. Helaas voor Erdogan en natuurlijk de Moslimbroeders pleegde het Egyptische leger een staatsgreep, waardoor de status quo van voor de revolutie werd hersteld. Volgens Lagendijk werd Erdogans angst voor een Turkse coup hierdoor groter, reden voor hem om de touwtjes in eigen land nog strakker aan te trekken en zich meer vast te bijten in zijn toch al paranoïde wereldbeeld.

 

Dictator

Vanaf 2011 werd Erdogan steeds meer een dictator. De vrije pers werd aan banden gelegd en kritische journalisten werden keihard aangepakt. Lagendijk gebruikt het eufemistischere begrip autocraat, maar dat komt in principe op hetzelfde neer. Op weg naar de macht had Erdogan veelvuldig een beroep gedaan op de Gülenbeweging, een conservatief-religieuze beweging die net als Erdogan hechtte aan goed onderwijs. Kemalistische rechters werden vervangen door rechters met een Gülen-achtergrond, Gülen-scholen schoten als paddenstoelen uit de grond, dankzij de coalitie met Erdogan kregen leden van de beweging overal in de samenleving sleutelposities in handen.

Toch boterde het niet helemaal. Erdogan is natuurlijk een vrome moslim, maar dit heeft hem er nooit van weerhouden om zichzelf flink te verrijken. Niet zo heel bijzonder, andere leiders in het Midden-Oosten doen dat natuurlijk ook, maar de Gülenbeweging vond dit een kwalijke zaak. Met name de schimmige rol die Erdogan – al dan niet via zijn pionnen – in de bouwsector speelde was principiële Gülenisten een doorn in het oog. Een poging van Gülen-rechters in 2013 om Erdogan veroordeeld te krijgen voor corruptie mislukte. Maar Erdogan is deze uiteraard niet vergeten en dat hij nu – in 2016 – de Gülenbeweging de schuld geeft van de mislukte coup van juli heeft hier alles mee te maken. Het is een persoonlijke afrekening.

Hoewel Erdogans macht na de mislukte coup totaal lijkt is dat niet zo. De Turkse president heeft anderen nodig om aan de macht te blijven. Hij speelt, ook al schrijft Lagendijk dat niet met zo veel woorden op in zijn boek, een spelletje van verdeel en heers. In het eerste decennium van het nieuwe millennium waren de kemalisten de grote vijand en probeerde Erdogan een snood complot van ‘Ergenekon’ te ontmaskeren, een schimmige groepering van seculiere kemalisten uit het leger die de AKP-regering ten val wilden brengen. Enkele topmilitairen werden gearresteerd en tot hoge gevangenisstraffen veroordeeld, maar ze zijn inmiddels vrijgelaten omdat Erdogan de kemalistische steun nu nodig heeft in zijn strijd tegen de Gülenbeweging.

Ook ten aanzien van de buitenlandse politiek voert Erdogan een zigzagkoers. Aanvankelijk waren Israël en Rusland Erdogans voornaamste vijanden, maar enkele maanden voor de julicoup besloot Turkije toenadering tot beide landen te zoeken, om internationaal niet geïsoleerd te staan.

Volgens Lagendijk bewijst deze politiek dat de pragmatist het bij Erdogan gewonnen heeft van de islamist, maar die conclusie is voorbarig. Hoewel Erdogan op een zeer opportunistische manier politiek bedrijft en zeker geen diehard islamist is, echte principiële politici zijn immers koersvast en maken geen opportunistische moves, houdt hij zijn doel wel goed in het oog, namelijk om Turkije machtiger en islamitischer te maken. Allianties zijn voor Erdogan immers altijd maar tijdelijk.

 

Een beetje een raar gevoel

Hoewel Joost Lagendijk een heel interessant en heel leesbaar boek heeft geschreven hield ik er toch een beetje een raar gevoel aan over. Dat heeft vooral te maken met de positie van Lagendijk zelf. De voormalige GroenLinks-Europarlementariër was immers jarenlang een van de belangrijkste pleitbezorgers van de toetreding van Turkije tot de EU, schreef stukjes voor de Turkse Gülenkrant Zaman en bekeek Erdogan en de AKP al die tijd door een roze bril. Pas toen Erdogan na 2007 steeds openlijker een dictator werd vielen de schellen van Lagendijks ogen, maar dat was pas vrij laat.

Zelfs nu lijkt Lagendijk Erdogan een beetje in bescherming te willen nemen voor ‘ons’ westerlingen. We begrijpen Erdogans motieven niet goed, we geven te snel het islamisme de schuld terwijl de Turkse president geen echte islamist is, enzovoort. Lagendijk is kortom een trouwe leerling van de Palestijns-Britse literatuurwetenschapper Edward Saïd, die kritische westerlingen al gauw voor islamofoob en racist uitmaakte.

Lagendijk reflecteert totaal niet op zijn eigen rol in het geheel, terwijl hij toch ook een speler in het hele gebeuren was en absoluut niet objectief was. Een beetje meer Lagendijk in het verhaal zou het boek beter hebben gemaakt. De voormalige Europarlementariër heeft Erdogan meerdere malen persoonlijk ontmoet, vertelt hij in het begin van het boek. Erdogan kwam sympathiek over. Waarom begint hij daar niet mee? Of is Lagendijk bang dat hij zichzelf dan ontmaskert als een naïeve fellow traveller?

 

Ten slotte mag Lagendijk Turkije trouwens niet meer in vanwege zijn banden met de Gülenbeweging. Als Erdogan Stalin was geweest had hij Lagendijk van trotskisme beschuldigd en naar de Goelagarchipel gestuurd.