Op 4 mei herdenken we de slachtoffers die omgekomen zijn in de Tweede Wereldoorlog en andere conflicten. Vorig jaar schreef ik voor Jalta een stuk over Tien Hollandse helden. Dit jaar sta ik stil bij de vraag: Hoe word je een held?

Moed

Begin dit jaar werd de boeiende bundel Moed. Verhalen van gewone mensen in ongewone omstandigheden uitgebracht. Dit boek verscheen ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan van het Nationaal Monument Kamp Vught, het enige SS-concentratiekamp buiten het Derde Rijk.

George MaduroAan de hand van de levensverhalen van een aantal moedige mensen wordt het begrip ‘moed’ ingekleurd. Op beslissende momenten kozen deze helden voor de juiste beslissing. Ze zeiden ‘nee’ wanneer dit moest, ook al had deze dappere keus misschien fatale consequenties. Bisschop Óscar Romero van El Salvador werd door een doodseskader vermoord, de Nederlandse verzetsheld Gerrit Jan van der Veen werd in de Hollandse duinen gefusilleerd, De 21-jarige studente filosofie Sophie Scholl van de Duitse verzetsgroep Die Weiße Rose werd door middel van de guillotine onthoofd.

Maar hoe definieer je ‘moed’? De jurist Maarten Asscher, die voor de bundel een essay over professor Rudolph Cleveringa schreef (de hoogleraar die zich tijdens de Duitse bezetting openlijke verzette tegen het ontslag van Joodse hoogleraren en medewerkers), omschrijft moed als volgt:

‘In het uur van de waarheid komt het maar op één ding aan: niet op wat je zegt dat je gaat doen, niet op wat je achteraf zult zeggen dat je hebt overwogen, maar uitsluitend op wat je daadwerkelijk doet op het moment dat het gedaan moet worden.’

Daadkracht op het juiste moment dus. En geen woorden maar daden.

Homo politicus

Aan deze definitie van moed moest ik denken bij het lezen van het boek 1941. Het masker valt af, dat onder redactie staat van Robin te Slaa. Dit boek is het tweede deel in een zesdelige reeks over Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Vorig jaar verscheen het eerste deel, dat over 1940 handelt, en nog verschijnen moeten de delen over 1942, 1943, 1944 en 1945.  Net als 1940. Leven in bezet gebied is 1941 vlot geschreven en rijk geïllustreerd met foto’s, maar qua hoeveelheid tekst een beetje aan de bondige kant. Uiteraard besteedt 1941 ook aandacht aan de Februaristaking van 1941, toen arbeiders in Amsterdam gingen staken in reactie op de vervolging van de Joden. Het was het eerste en ook enige openlijke protest in bezet gebied tegen de Jodenvervolging. Hoewel moedig was de staking achteraf niet verstandig: de Duitsers sloegen het protest keihard neer, waarbij enkele doden vielen, en besloten de opgepakte stakingsleiders te fusilleren.

oproep1Maar niet alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er moed betoond. Ik kwam moed ook tegen in de in maart dit jaar verschenen autobiografie Homo politicus van oud-parlementariër Coos Huijsen (1939). Hij was de eerste parlementariër ter wereld die uit de kast kwam. Deze stap was een koene keuze.

Coos Huijsen kende ik al langer. De voormalige CHU-politicus is namelijk de auteur van veel boeken over Nederland en Oranjehuis, waaronder zijn proefschrift Nederland en het verhaal van Oranje. Het punt dat Huijsen in zijn oeuvre wil maken is dat elke democratie een verhaal nodig heeft, en dat het verhaal van Nederland het verhaal van Oranje is. Hoewel ik mijzelf absoluut niet als een Orangist beschouw – afstuderen op patriottenleider Joan Derk van der Capellen tot den Pol doet wat met je – was ik zeer geboeid door zijn proefschrift, omdat een democratie meer is dan instituties en abstracte idealen alleen. Eigenlijk, zo bedenk ik mij nu, betoogt de bundel Moed precies hetzelfde: persoonlijke verhalen van mensen, van helden, hebben veel meer zeggingskracht, vanwege het naakte feit dat we ons niet zo goed met theoretische principes maar wel met mensen van vlees en bloed kunnen identificeren.

Homo politicus, Huijsens nieuwste boek, is dus zijn politieke en persoonlijke levensbeschrijving waarin hij vertelt over zijn avonturen en avontuurtjes. Het eerste avontuurtje speelde zich trouwens tijdens de Tweede Wereldoorlog af, toen Huijsen als kleuter op schoot zat bij een vriendelijke Duitse soldaat. Met de wijsheid van achteraf (‘Die Eule der Minerva beginnt erst mit der einbrechenden Dämmerung ihren Flug’) was dit ook Huijsens eerste homoseksuele ervaring, want hij vond die knappe soldaat in zijn stoere uniform wel leuk.

Coos Huijsen komt dus de eer toe de eerste parlementariër ter wereld te zijn die uit de kast is gekomen. Voor hem bestonden natuurlijk ook homoseksuele politici, maar hun seksuele voorkeur was een geheim, al dan niet publiek. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw vond de seksuele revolutie plaats, die ook positieve gevolgen had voor de maatschappelijke positie van homo’s. Huijsen wist als twintiger zeker dat hij homo was, maar omdat hij actief was geworden voor de Christelijk-Historisch Unie bleef hij lange tijd in de kast. Niet dat de CHU zo antihomo was – de CHU was conservatief maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Reformatorische Politieke Federatie niet fundamentalistisch – maar in de jaren zestig was homoseksualiteit gewoon nog niet ‘normaal’. Dat moest het nog worden.

De slag om de residentieEen homoseksuele identiteit is een individualiteit waar je in zekere zin voor kiest, ook al word je als homo geboren. Je kunt er namelijk voor kiezen om in de kast te blijven. Als vrouw of als zwarte kun je dat natuurlijk niet. Cruciaal voor de homo-identiteit is daarom de keus om te laten zien wie je bent, wie je echt bent. Het is een gedurfde stap, omdat een deel van de samenleving homoseksualiteit niet accepteert. Huijsen deed er mede daarom erg lang over om zijn Leap of Faith te nemen, hoewel zijn omgeving, ook zijn christelijke omgeving, hem in zijn nieuwe identiteit snel accepteerde.

Dat Huijsen uiteindelijk besloot om met de CHU te breken kwam niet vanwege zijn homoseksuele geaardheid, maar omdat hij als progressieve CHU-jongere kritiek had op de zijns inziens te conservatieve koers van zijn partij. In 1973 had de CHU als enige van de christendemocratische drie (de andere twee christendemocratische partijen waren de Antirevolutionaire Partij en de Katholieke Volkspartij) ervoor gekozen om buiten het kabinet-Den Uyl te blijven. Huijsen steunde als christelijk-historische radicaal het kabinet-Den Uyl en was van mening dat de CHU ook aan dit avontuur mee had moeten doen. Huijsen koos er daarom voor – weer een stap die enige moed vereiste – om zich los te maken van de CHU-fractie en als onafhankelijk Kamerlid in de Tweede Kamer zitting te nemen.

Huijsen werd in 1977, inmiddels Kamerlid af, lid van de PvdA. Maar ook als PvdA’er bleef hij kritisch. In tegenstelling tot veel zijn partijgenoten had Huijsen wel oog voor de schaduwzijden van de multiculturele samenleving. Hij kon het weten, als homo in Amsterdam. Regelmatig werd hij bedreigd door groepjes Marokkaanse jongeren. Niettemin was voor Huijsens tegendraadse standpunt, dat door de Hedy d’Anconas van zijn partij meteen met racisme in verband werd gebracht, moed nodig.

Ridder zonder vrees of blaam

De redactie van de bundel Moed wilde per se geen aandacht schenken aan militaire moed, omdat hier veel te veel over geschreven zou zijn. Misschien valt hier iets voor te zeggen, maar aan de andere kant blijft de bundel daarom een beetje eenzijdig. Want het uur van de waarheid vindt dikwijls plaats op het slagveld.

1941 het masker valt afIn juni 2015, bijna een jaar geleden dus, verscheen het boek De strijd in mei 1940. ‘Ik schoot die Duitsers te barsten’ van militair historicus Gielt Algra. Dit boek is gebaseerd op militaire ooggetuigen die de slag om Nederland meemaakten. Sergeant W.T. Hulscher, die op 12 mei op de Grebbeberg vocht, herinnert zich nog heel goed de heldenmoed van majoor J.H.A. Jacometti, die besloot om met een tegenaanval de Duitsers de berg af te jagen:

‘Majoor Jacometti was uit ander hout gesneden. (…) “Sergeant naar links, aanvallen, leve de koningin, dood aan de moffen”, of zoiets. Nou, toen viel er een schot uit de boom en hij viel. Toen viel hij dood neer, nietwaar? En ik kreeg een schot vanuit die boom. Ik schoot ook op die boom, maar ik weet niet of ik die Duitser geraakt heb. Hij schoot op mij en schampte mijn hoofd en mijn oor. Ik was echt een beetje dizzy. Ik heb nog geschreeuwd: “Ze zitten in de bomen.”’

De tegenaanval mislukte, omdat de Duitsers de Nederlanders ook in de rug aanvielen. Hulscher en de overgebleven soldaten werden overmeesterd en kwamen in krijgsgevangenschap terecht.

Maar zelfs in de bange meidagen van 1940 boekten de Nederlanders succes.  Ze wonnen op 10 mei de Slag om de Residentie (het gelijknamige boek van E.H. Brongers beleefde vele herdrukken, een geheel geactualiseerde herdruk verscheen in oktober 2015). De Duitsers hadden geprobeerd om via luchtlandingstroepen koningin Wilhelmina en het kabinet te ontvoeren, maar vanwege fel verzet van Nederlandse militairen lukte dit niet. Een bijzondere rol in deze strijd speelde de moedige Antilliaans-Joodse officier George Maduro (1916-1945), die Villa Leeuwenberg (tegenwoordig Villa Dorrepaal) in Rijswijk wist te heroveren op de Duitsers. Ofschoon hij slechts twee kanonnen had wist hij door ze telkens te verplaatsen de indruk te wekken dat er veel meer stonden. De Duitsers gaven de moed en de strijd op.

Op 15 juli dit jaar verschijnt bij uitgeverij Het Spectrum de biografie George Maduro. Ridder zonder vrees of blaam van de Amerikaans-Nederlandse onderzoekster Kathleen Brandt. Het wordt gepresenteerd in Madurodam, de miniatuurstad die naar George Maduro is vernoemd. Op diezelfde dag zal er een nieuw standbeeld ter ere van Maduro worden onthuld, speciaal voor de jonge bezoekers van Madurodam, die zich kunnen spiegelen aan deze held.

De helpende hand

Moed gaat vaak samen met theatrale tegendraadsheid, maar niet per se. Er zijn natuurlijk ook moedige mensen die in het geheim de juiste keuze maken, bijvoorbeeld door onderduikers te verbergen, mensen die in gevaar zijn op tijd te waarschuwen of een dagboek of een archief bij te houden waarin misdaden worden geregistreerd, zodat men later weet welke misdaden tegen de menselijkheid een bepaald regime heeft gepleegd. Denk hierbij natuurlijk aan Anne Frank en haar beroemde dagboek, maar ook aan de Joden in Warschau die de geschiedenis van het getto nauwgezet bijhielden.

Moed vergt derhalve soms geduld. Ik zou er dan ook voor willen pleiten moed niet te beperken tot één dappere handeling op één specifiek moment, wat Maarten Asscher doet, maar het begrip breder te definiëren. Er zijn ook mensen die elke dag, zonder te klagen, moedig bezig zijn. Vaak is dit moed die als zodanig niet erkend wordt. Een interessante studie naar deze vorm van moed is De helpende hand. De verborgen geschiedenis van de gezinszorg in Nederland. In de naoorlogse jaren van de wederopbouw werden duizenden meisjes en jonge vrouwen gerekruteerd als gezinsverzorgsters, om gezinnen in nood te ondersteunen. Hun geschiedenis, die in tegenstelling tot de geschiedenis van bijvoorbeeld Dolla Mina en de Rode Vrouwen in de PvdA nauwelijks aandacht heeft gekregen, is nu geboekstaafd door historica Eva Vriend. Misschien zijn de echte Gutmenschen, in de positieve zin van het woord dus, juist die mensen die zich er niet op voorstaan goed te doen, maar het gewoon doen.

N.a.v.:

Jeroen van den Eijnde, Clemens Graafsma en Kees Schuyt, Moed. Verhalen van gewone mensen in ongewone omstandigheden (Amsterdam, januari 2016). ISBN 9789460030840. 256 pagina’s.  €19,95.

Robin te Slaa red., 1941. Het masker valt af. Leven in bezet Nederland (Amsterdam, april 2016). ISBN 9789000349685. 288 pagina’s. 19,99.

Coos Huijsen, Homo politicus. De eerste parlementariër ter wereld die uit de kast kwam (Amsterdam 2016). ISBN 9789460030949. 288 pagina’s. €19,99.

E.H. Brongers, De slag om de residentie 8e herziene druk (Soesterberg, oktober 2015). ISBN 9789059111387. 320 pagina’s. €24,95.

Gielt Algra, De strijd in mei 1940. ‘Ik schoot die Duitsers te barsten!’ Militaire ooggetuigen. Interviewcollectie Nederlandse veteranen (Nijmegen juni 2015). ISBN 9789082080056. 226 pagina’s. €24,95.

Kathleen Brandt-Carey, Ridder zonder vrees of blaam. Het leven van George Maduro 1916-1945 (Houten, verschijnt in juli 2016). ISBN 9789000348176. Circa 368 pagina’s. €24,99.

Eva Vriend, De helpende hand. De verborgen geschiedenis van de gezinszorg in Nederland (Amsterdam 2016). ISBN 9789460031007. 247 pagina’s. €12,50.