Op woensdag 11 januari organiseerde The Hague Peace Projects een bijeenkomst over de Armeense Genocide. Historicus Tayfun Balçik vertelde over de volkerenmoord op de Armeniërs, nu ruim honderd jaar geleden, waarom de Turkse regering dit nog steeds niet wil erkennen en waarom de Armeense Genocide niet misbruikt mag worden om Turkse Nederlanders te bashen.

 

Bewuste uitroeiingspolitiek

Over de Armeense Genocide weet ik als historicus het een en ander, maar Tayfun Balçik is er enkele jaren geleden op afgestudeerd en is één van de belangrijkste specialisten in Nederland op dit dossier (samen met Ugur Umit Ungor, Ton Zwaan en anderen). Hoewel Turkije nog steeds ontkent dat er een genocide heeft plaatsgevonden zijn veel Turkse historici er tegenwoordig wel overtuigd dat het Ottomaanse Rijk doelbewust de Armeense minderheid wilde uitroeien. De laatste twintig jaar is er veel baanbrekend onderzoek naar de Armeense Genocide gedaan door Turkse historici, waardoor we veel meer te weten zijn gekomen over de motieven van de daders.

Volgens Tayfun Balçik was het Comité van Eenheid en Vooruitgang, de ultranationalistische partij die sinds 1913 de leiding van het Ottomaanse Rijk in handen had, als de dood voor een verdere ontbinding van het Rijk. Tijdens de Balkanoorlogen had het Ottomaanse Rijk veel grondgebied verloren van de christelijke volkeren op de Balkan. De vrees bestond dat de christelijke Armeniërs ook een onafhankelijke staat wilden. Ze werden als potentiële verraders beschouwd.

De Armeense Genocide vond plaats tijdens de Eerste Wereldoorlog. Aanleiding was de rampzalige veldtocht in de winter van 1914-1915 tegen Rusland, waarbij 60.000 Turkse soldaten doodvroren zonder een schot te lossen. De verantwoordelijke voor dit militaire debacle, Enver Pasja, gaf de Armeniërs de schuld. Niet zijn eigen incompetentie maar verraad zou de ware oorzaak van de nederlaag zijn. In de winter van 1915 begonnen de Ottomaanse soldaten Armeniërs uit te moorden in de Kaukasus. In april/mei dat jaar begonnen de deportaties. Armeense mannen werden vermoord, Armeense vrouwen en kinderen en bejaarden werden tot lange marsen gedwongen. Veel Armeniërs marcheerden naar de Syrische woestijn, waar de meesten van de dorst omkwamen; anderen werden verdronken in de Zwarte Zee; weer anderen werden van een klif gegooid.

Op basis van de wetenschappelijke literatuur schat Tayfun Balçik dat er in 1915-1916 zo’n 1,3 miljoen Armeniërs zijn vermoord. Daarbovenop vonden in de periode 1917-1923 nog eens honderdduizenden Armeniërs de dood tijdens een burgeroorlog met de Turken. Aan Turkse kant eiste deze oorlog zo’n 50.000 slachtoffers. Deze burgeroorlog, met over en weer etnische zuiveringen, wordt door ontkenners vaak aangegrepen als bewijs dat de Armeense Genocide nooit heeft plaatsgevonden. Het was slechts een burgeroorlog, waarbij door beide partijen grote wreedheden werden begaan. Tayfun Balçik is het daar niet mee eens, omdat uit onder andere de dagboeken van belangrijke Ottomaanse regeringsfunctionarissen blijkt dat er doelbewust is aangestuurd op het uitroeien van de Armeniërs.

 

Nog steeds actueel

De Armeense Genocide is nog steeds actueel. Dat komt niet alleen omdat Turkije de Armeense Genocide ontkent en de Armeniërs strijden voor erkenning, maar ook omdat huidige conflicten in Turkije volgens Tayfun Balçik niet zonder de Armeense Genocide kunnen worden begrepen. De Armeniërs woonden in het oosten van het Ottomaanse Rijk, de gebieden waar nu de Koerden wonen. Het Ottomaanse Rijk maakte gebruik van Koerdische milities om de Armeniërs uit te roeien. In zijn nadagen propageerde het Ottomaanse Rijk de tegenstelling tussen moslims (betrouwbare onderdanen) en christenen (verraders). Nadat de Armeniërs waren uitgeroeid dan wel geëmigreerd en het Ottomaanse Rijk plaats had gemaakt voor de Republiek Turkije ging het voornamelijk om de tegenstelling tussen Turken en Koerden. De Koerden zouden autonomie krijgen, maar dat gebeurde uiteindelijk niet. Enkele Koerdische stammen kwamen in 1937-1938 in opstand tegen het centrale gezag in Ankara, met massamoorden op Koerden door het Turkse leger tot gevolg.

Tayfun Balçik is bang dat Turkije en de wereld niets hebben geleerd van de geschiedenis. Vanwege de recente conflicten tussen Turken en Koerden pleiten Turkse nationalisten op Twitter nu voor het deporteren van de Koerden (#Kürtlertehçiredilsin). Hun boodschap: wat de Armeniërs in 1915 overkwam kan de Koerden nu ook overkomen. Feitelijk erkennen ze daarmee de Armeense Genocide. Volgens Tayfun Balçik zit de Turkse taal ook vol uitdrukkingen die clandestien verwijzen naar de Armeense Genocide. Mademki Ermenisin, istemeden vermelisin = Sinds je een Armeniër bent, moet je ongewild geven = een verwijzing naar verkrachtingen van Armeense vrouwen, meisjes tijdens de genocide; Haydan gelen Huya gider = Wat van Hay komt gaat naar Huy = Hay is Armeen in het Armeens en Huy betekent Grieks in het Armeens, betekenis: Onrechtmatig gewonnen geld/bezit, zal ook snel verloren gaan; Ermeni dölü = letterlijk Armeense sperma, om aan te duiden dat diegene van Armeens bloed is, verraderlijk en onbetrouwbaar is, Armeen zelf is net als ‘jood’ in sommige kringen hier in Nederland al een scheldwoord.

 

Verzoening

Hoewel Tayfun Balçik in Turks-nationalistische kringen niet bepaald geliefd is omdat hij aandacht vraagt voor de Armeense Genocide wil hij absoluut niet op het schild der Turken-bashers worden gehesen. Hij ergert zich namelijk aan het misbruiken van de Armeense Genocide voor eigen gewin, in de Nederlandse context: het gebruiken als een stok om de Turkse gemeenschap in ons land mee te slaan en ze collectief als intolerant en achterlijk weg te zetten. Op hoge toon van de Turken eisen dat ze de Armeense Genocide moeten erkennen werkt volgens Tayfun Balçik contraproductief.

Net als zijn grote held Hrant Dink, de in 2007 vermoorde Armeense intellectueel, voelt Tayfun Balçik meer voor een dialoog. Toen Tayfun Balçik met zijn onderzoek begon was hij er van overtuigd dat de Armeense Genocide niet had plaatsgevonden, maar door de feiten rustig te bestuderen kwam hij tot een nieuw inzicht. Het is een proces waar je doorheen moet gaan. Anderen je visie dwingend voorschrijven werkt nooit. Hrant Dink stelde dat de Armeense en Turkse gemeenschap als gevolg van de wonden uit het verleden ziek waren. ‘We moeten onszelf helen’, was zijn boodschap. Dat kon alleen via de weg van de dialoog en de verzoening.