Turkije ontkent nog steeds de Armeense Genocide. Duitsland legt sinds de jaren zestig eerlijk rekenschap af van zijn verleden. In Nederland ten slotte wordt de vaderlandse geschiedenis steeds meer mythologie.

Turkse ontkenning

Het Duitse parlement nam enkele weken geleden een resolutie aan waarin de massamoord op Armeniërs in 1915 een genocide wordt genoemd. De Turkse regering reageerde woedend, Angela Merkel werd in de Turkse pers afgebeeld met een Hitler-snorretje, Turks-Duitse parlementariërs werden met de dood bedreigd en Turkije dreigde – voor de zoveelste keer – met ingrijpende tegenmaatregelen.

Overigens stond de oppermachtige AKP van Erdogan niet alleen in haar kritiek op Duitsland. Ook de seculier-nationalistische CHP, de grootste oppositiepartij in het land, was not amused. Hoewel de tegenstellingen in Turkije tussen AKP-aanhangers en hun tegenstanders dieper zijn dan ooit zijn ze het roerend met elkaar eens wat de Armeense Genocide betreft, die geen genocide genoemd mag worden. Alleen een kleine groep intellectuelen, die door hun landgenoten als landverraders worden beschouwd, durven de historische waarheid eerlijk onder ogen te zien.

Volgens het officiële Turkse verhaal waren de Armeniërs massaal in opstand gekomen tegen het Ottomaanse Rijk. Het deporteren van mannen, vrouwen en kinderen was vanuit militair perspectief daarom gerechtvaardigd. Turkije geeft toe dat er toentertijd veel Armeense slachtoffers zijn gevallen, maar dit waren er nooit 1,5 miljoen. Bovendien zouden de Armeniërs in bondgenootschap met het Russische leger minstens evenveel moslims hebben vermoord.

In dit artikel ga ik niet nog een keer uitleggen dat de Armeense Genocide echt heeft plaatsgevonden, dat heb ik in mijn debuutartikel voor Jalta gedaan, of dat Nederland de Armeense Genocide echt als zodanig moet erkennen, lees hiervoor het uitstekende stuk van Jeroen Adema. Het gaat mij om de verschillende manier waarop landen met hun eigen verleden kunnen omgaan.

Nadat het Duitse parlement besloot om de Armeense Genocide te erkennen kwamen de Turkse media meteen met een gemene jij-bak: Duitsland moest zwijgen over de Armeense Genocide, omdat nazi-Duitsland met de Holocaust een nog veel grotere genocide heeft gepleegd. Ook in sommige linkse kringen is deze drogredenering bon ton: Nederland mag niets over de Armeense Genocide zeggen vanwege ons slavernijverleden en de koloniale oorlog in Indonesië.

Het grote verschil is echter dat niemand in Duitsland, op enkele marginale neonazi’s na, de misdaden tegen de menselijkheid van het Derde Rijk bagatelliseert of ontkent. Ook het Nederlandse geschiedonderwijs besteedt uitgebreid aandacht aan de slavernij en de oorlogsmisdaden van Raymond Westerling (bijgenaamd ‘de Turk’) en anderen tegen de Indonesiërs. Sterker nog, de zwarte bladzijden in de Nederlandse geschiedenis worden in het publieke debat vaak zo benadrukt, dat bij sommigen het beeld ontstaat dat alle blanke Nederlanders collectief schuldig zijn: ‘White guilt.’

Duitse rekenschap

Aanvankelijk wilde het naoorlogse Duitsland het naziverleden niet eerlijk onder ogen te zien. De schuld werd exclusief bij de nazitop gelegd, bij Adolf Hitler, Joseph Goebbels en de SS. De Holocaust was iets waar alleen de hoge nazi’s verantwoordelijk voor waren. ‘Wir haben es niet gewusst.’ De Duitse misdaden werden weggemoffeld, de Wehrmacht zou schone handen hebben en het Duitse slachtofferschap werd benadrukt. Het Duitse volk had verschrikkelijk geleden onder de terreur van de geallieerde bombardementen en het Rode Leger. De Heimatvertriebene, de Duitsers die uit Oost-Pruisen, Silezië en Pommeren waren verdreven, vormden decennialang een machtige lobby en cultiveerden het Duitse lijden.

Eind jaren vijftig, begin jaren zestig kwam hier verandering in. In West-Duitsland werd een aantal lagere nazi’s voor het gerecht gedaagd. Hoewel ze relatief lichte straffen kregen werd duidelijk dat een niet onaanzienlijk deel van de Duitse samenleving betrokken was bij de Holocaust, veel meer dan de nazitop alleen. Ook het proces tegen Adolf Eichmann in Jeruzalem opende voor velen de ogen: de Duitsers waren weliswaar niet collectief verantwoordelijk voor de Holocaust – er waren immers ook ‘goede Duitsers’ geweest – maar Duitsland had wel de morele plicht om zijn eigen verleden eerlijk onder ogen te zien en hierover rekenschap te geven.

Hoogtepunt was de knieval die bondskanselier Willy Brandt in 1970 maakte in Warschau om de slachtoffers van de opstand in het Joodse getto te eren. Hij wilde op deze manier namens zijn volk spijt betuigen voor de vele misdaden die de Duitsers in Polen hadden begaan. Brandt was zelf van onbesproken gedrag – hij was in de jaren dertig als tegenstander van het regime voor Hitler en de zijnen gevlucht – en dit maakte zijn knieval des te indrukwekkender.

Wie ook geen schuld hadden aan de nazimisdaden waren de jongeren die na 1945 waren geboren. Een deel van hen radicaliseerde in de jaren zeventig. Zij beschouwden zichzelf als moreel superieur aan hun ouders en grootouders en beschouwden het kapitalisme en de NAVO als nieuwe vormen van fascisme. Het feit dat veel lagere nazi’s vlak na de oorlog gewoon weer werk hadden gekregen en soms ook hoge functies mochten bekleden zagen ze als het bewijs van hun grote gelijk. Toen een West-Berlijnse politieman in 1967 tijdens een demonstratie moedwillig een student doodschoot was dit volgens de linkse studente Gudrun Ensslin een fascistische daad:

‘Deze fascistische staat is erop uit om ons allemaal te doden. (…) Geweld kan alleen met geweld worden beantwoord. Het gaat over de generatie van Auschwitz, met die lui valt niet te discussiëren.’

Ensslin zou in de jaren zeventig actief worden voor de Rote Armee Fraktion. Deze terreurorganisatie, die zogenaamd antifascistisch en antiracistisch was, was niet vies van antisemitisme. Toen RAF-terroristen in 1976 samen met enkele Palestijnen een vliegtuig kaapten waren het de extreemlinkse Duitse kapers die besloten de Joodse van de niet-Joodse passagiers te scheiden. Ik haal het – ten onrechte aan Winston Churchill toegeschreven – citaat over antifascisme maar weer eens van stal: ‘The fascists of the future will be called anti-fascists.’

Tot zover dit terroristische intermezzo, terug naar het Duitse debat. In de jaren tachtig brak de roemruchte Historikerstreit uit. De conservatieve Duitse historicus Ernst Nolte beweerde dat het nationaal-socialisme een reactie was op de Russische Revolutie. Tussen Lenin en Hitler, de Sovjetmisdaden en de latere nazimisdaden, zou volgens Nolte een kausaler Nexus (causaal verband) bestaan. Ook zei Nolte dat Joodse organisaties in 1939 aan Hitler de oorlog hadden verklaard en de nazi’s daarom het recht hadden de Joden als krijgsgevangenen te behandelen. Tegen deze revisionistische visie, die als doel had het Duitse blazoen schoon te vegen, kwamen Jürgen Habermas en veel andere intellectuelen in verzet. De Historikerstreit spitste zich uiteindelijk toe op de vraag hoe uniek het Derde Rijk en de Holocaust waren. De conclusie was dat andere dictaturen ook erg waren en in absolute aantallen soms zelfs meer bloed aan hun handen hadden (Stalin en Mao), maar over het unieke karakter van de Holocaust als een industriële massamoord twijfelde men niet. Historicus Hagen Schulze vatte het treffend samen: ‘De industrialisering van massamoord is een Duitse uitvinding.’

Na de Duitse hereniging van 1990 kreeg Berlijn een indrukwekkend Holocaustmonument, dat vlakbij de Rijksdag staat. Op deze manier herinnert de Duitse politiek zich altijd de zwarte bladzijden uit de eigen geschiedenis.

Turkije gaat, eufemistisch gezegd, op een veel krampachtigere manier met het eigen verleden om dan Duitsland. Turkije ontkent niet alleen dat de Armeense Genocide heeft plaatsgevonden, maar het is volgens de Turkse wet ook een misdaad om deze genocide als een historisch feit te zien. Daarnaast bestrijdt en intimideert Turkije actief iedereen in het buitenland die zich inzet voor de erkenning van deze goed georganiseerde (hoewel niet industriële) massamoord. De Turkse ontkenning gaat dus veel verder dan de Duitse struisvogelpolitiek van vlak na de Tweede Wereldoorlog, want hoewel de Duitse samenleving haar duistere oorlogsverleden liever niet eerlijk onder ogen zag werden dissidente stemmen niet met censuur en intimidatie bestreden, laat staan dat journalisten die onderzoek deden naar de Holocaust door nationalisten werden vermoord.

Nederlandse mythologie

Nederland heeft geen misdaden tegen de menselijkheid gepleegd die van hetzelfde niveau zijn als de Holocaust of de Armeense Genocide. De slavernij en de politionele acties van 1947 en 1948 hadden niet een genocide tot doel. Ook de massamoorden op Zuid-Celebes door het Depot Speciale Troepen van Westerling hadden niet als doelstelling om alle Indonesiërs daar uit te roeien, maar om het eiland te  pacificeren. Dat dit doel de middelen niet heiligde moge duidelijk zijn.

Onze voorouders waren dus absoluut geen heiligen. Maar als je afgaat op de opinies van zelfbenoemde antiracisten kent onze ‘witte’ geschiedenis alleen maar zwarte bladzijden. Volgens professor Gloria Wekker, gespecialiseerd in genderstudies en dus een activist en geen wetenschapper, bestaat er niet zoiets als ‘white innocence’. Zij en andere activisten geloven in het idee van collectieve schuld. De ‘witten’ zijn volgens haar en andere zogenaamde antiracisten verantwoordelijk voor de slavernij, het kolonialisme en de slechte behandeling van gastarbeiders en vluchtelingen. Dat islamitische staten ook lustig in slaven handelden wordt gemakshalve even vergeten, evenals het feit dat er in Afrika al een levendige slavenhandel bestond voordat de Arabieren en Europeanen aan deze lucratieve mensenhandel meededen. De eeuwige blanke is de vijand van de mensheid.

Uiteraard geven activisten geen klap om de waarheid. Ze zijn alleen geïnteresseerd in hun eigen waarheid, hun zelfverzonnen mythe. Antiracistische activisten willen de universiteit ‘dekoloniseren’ en hebben om die reden het afrocentrisme omarmd, een pseudowetenschappelijke ideologie die leert dat Europa al haar kennis aan Afrika te danken heeft. De Griekse filosoof Aristoteles zou deze kennis gestolen hebben uit de ‘zwarte’ bibliotheek van Alexandrië, de sluwe snoodaard, en witte wetenschappers hebben de beslissende rol van Afrika voor de wereldgeschiedenis daarna altijd stelselmatig ontkend. Dat er geen bewijzen zijn dat Aristoteles zijn kennis heeft ‘gestolen’ komt omdat witte wetenschappers de bewijzen hiervoor hebben vernietigd. Het ontbreken van bewijs is dus het bewijs dat de complottheorie waar is.

Vrij Nederland-commentator Stephan Sanders maakt zich kwaad over het mythologische wereldbeeld van onze gekleurde Gutmensch en zijn Helper Whitey’s. Het zelfbenoemde antiracisme is namelijk niet alleen racistisch tegen blanken, maar ook uiterst intolerant tegenover dissidenten. Zwarten en moslims die vraagtekens plaatsen bij hun zogenaamde eeuwige slachtofferschap worden verketterd als huisnegers en huismoslims. CDA-politicus Ibraham Wijbenga is zelfs een basja, de slaaf die namens de blanken toezicht hield op de slaven.

Sanders hoopt op meer redelijkheid, maar ik kan hem en u wel verklappen dat die er nooit zal komen. De antiwesterse mythe is namelijk veel aantrekkelijker om in te geloven, omdat die identiteitsbevestigend is: voor onze rancuneuze medemens van kleur om de witmensch verantwoordelijk te houden voor het eigen falen, voor de linkse elite om de Westerse beschaving postmodern te deconstrueren en het domrechtse klootjesvolk als achterlijk en racistisch weg te zetten.

Het verleden als slagveld

De Turkse ontkenning en de Nederlandse mythologisering van de zwarte bladzijden uit het eigen verleden verschillen in wezen niet van elkaar. Turkse nationalisten en zelfbenoemde antiracisten vegen hun eigen straatje schoon, leggen de schuld volledig bij de ander en zijn dronken van complottheorieën. Het verleden verandert in een slagveld. Het gaat straks niet meer om de waarheid, maar of je wel voldoende agency hebt om iets te mogen zeggen.

Mijn vrees is dat de zogenaamd antiracistische mythologie steeds meer mainstream wordt, omdat ze gefaciliteerd wordt door de gevestigde media, die eigenlijk bijna allemaal links, misschien wel GroenLinks, zijn. Dit betekent dus dat je DENK binnenkort niet meer mag aanspreken op de Armeense Genocide, omdat Nederland een slavernijverleden heeft. Dat je in de nabije toekomst niet meer over de Holocaust mag beginnen omdat je hiermee islamitische en zwarte Nederlanders beledigt die zich niet in dit verhaal herkennen, en moslims zijn de nieuw Joden. En ten slotte dat straks alle blanken, dus ook de blanke kinderen die nog geboren moeten worden, voor altijd en eeuwig collectief schuldig zijn aan de slavernij en het kolonialisme, een soort van witte erfzonde dus.

Tegen postmodernisme de eerlijkheid. De eerlijkheid gebiedt ons dat ons slavernijverleden en de vuile koloniale oorlog in Indonesië, hoe verschrikkelijk deze gebeurtenissen ook waren, niet te vergelijken zijn met de Armeense Genocide en de Holocaust. Uiteraard moet Nederland zijn eigen zwarte bladzijden onder ogen zien, maar wel graag op een historisch verantwoorde, dus eerlijke manier. Daarmee doe je niet alleen het verleden recht, maar de slachtoffers van onrecht.