Op 10 mei 1768, 249 jaar geleden, openden Britse troepen het vuur op Londense burgers die zich hadden verzameld bij St George’s Fields, vlak ten noorden van het tegenwoordige Hyde Park. Er vielen 7 doden en 15 gewonden. Wat was de achtergrond van dit bloedbad? 

 

In de jaren zestig van de achttiende eeuw was Londen in de ban van John Wilkes, een controversiële politicus die op een slimme manier gebruik wist te maken van de media. Wilkes zou je tegenwoordig een populist noemen. Hij daagde de politieke orde uit, beledigde mensen, maakte minderheden zwart (in het geval van Wilkes de Schotten) en beriep zich op de vrijheid en de volksstem.

In 1763 werd het Wilkes te heet onder de voeten. In nummer 45 van zijn provocerende krant The North Briton (een plagerige verwijzing naar de Schotten die Engeland zouden ruïneren, 45 was ook een verwijzing naar 1745, het jaar van de Jacobite Rising) had hij namelijk felle kritiek geleverd op de troonrede van de koning. Hoewel deze speech geschreven was door zijn ministers voelde de koning zich zwaar beledigd door Wilkes. Daarnaast wezen tegenstanders van Wilkes op het bestaan van het satirische Essay on Woman, een pornografische parodie op Pope’s Essay on Man. Wilkes wachtte het proces niet af, vertrok met de noorderzon naar Frankrijk. Daar maakte hij de Parijse salons onveilig, ging hij achter de mademoiselles aan en werd dronken met zijn Schotse vriend James Boswell, want in werkelijkheid had Wilkes namelijk helemaal geen hekel aan Schotten.

In 1768 keerde Wilkes echter naar Londen terug, om aan zijn schuldeisers te ontkomen. Schnaps und Frauen waren immers niet gratis. De autoriteiten reageerden meteen en gooiden de oproerkraaier in de gevangenis. Omdat Wilkes via de pers zijn terugkeer had aangekondigd waren veel Londense burgers boos op de regering. Wilkes stond symbool voor de vrijheid, hij was de held van het volk, de autoriteiten moesten hem met rust laten.

Wilkes was opgesloten in de King’s Bench Prison. Vlak bij deze gevangenis was een grote open ruimte, St George’s Fields, waar zich elke dag een groep demonstranten verzamelde. Elke dag werd de menigte groter, totdat er op 10 mei 1768 zo’n 15.000 mensen verzameld stonden. Ze riepen ‘Wilkes and Liberty’, ‘No Liberty, No King’ en ‘Damn the King! Damn the Government! Damn the Justices!’ Omdat de situatie grimmig begon te worden werden er ordetroepen naar St George’s Fields gestuurd, om de menigte in bedwang te houden. Hun komst zorgde echter voor escalatie. De soldaten werden uitgescholden en bespot. Een man, die een rode overjas droeg, treiterde de soldaten zo erg dat ze hem achtervolgden. De man dook een steeg in en een overijverige soldaat schoot een man in een rode overjas neer, die echter heel iemand anders bleek te zijn. Toen de demonstranten dit hoorden werd het hen zwart voor de ogen. Ze begonnen te rellen en met stenen te gooien. Uiteindelijk werden de demonstranten uit elkaar gedreven toen de soldaten het vuur openden, waarbij enkele mensen omkwamen. Hoewel de rust op St George’s Fields was weergekeerd braken er vervolgens in de rest van de stad overal relletjes uit, waardoor het nog lang onrustig bleef in Londen.

In de tijd dat hij in de gevangenis zat werd Wilkes overladen met cadeautjes waarin het getal 45 was verwerkt: 45 pond ham, 45 pond rundvlees, 45 potten met porter (donker bier) en 45 ons brood. Op 18 maart 1770 werd hij eindelijk vrijgelaten. Omdat Wilkes de menigte graag wilde ontlopen, hij was in werkelijkheid helemaal geen vriend van het volk, stuurde de demagoog eerst een vriend in een koets de gevangenis uit. Deze koets werd al gauw omsingeld, omdat het volk dacht dat hun held hierin zat. Wilkes was ondertussen in tegenovergestelde richting ontsnapt in een vierwielig rijtuigje, maar uiteindelijk werd deze snelle koets door de menigte tegengehouden. Wilkes had echt geen zin in een optocht en na een lange tijd liet het volk zijn uit de gevangenis verloste verlosser met rust. De vrijlating van Wilkes werd, ondanks het feit dat hij hier even niet bij wilde zijn, in het hele land gevierd met illuminaties, vuurwerk en rinkelende bellen. Bier werd uitgedeeld aan het gewone volk, overal werden feestmaaltijden gehouden en men toostte op de illustere martelaar van het vrije woord. Een week later werd Wilkes in de Londense Guildhall ingezworen als alderman (wethouder) van de wijk Farringdon Without.

In 1774 zou Wilkes het schoppen tot burgemeester van Londen en keerde hij weer terug in het Lagerhuis. Hoewel Wilkes zijn revolutionaire veren in komende jaren zou afschudden inspireerde hij met zijn optreden veel andere vrijheidsstrijders: onder andere de Sons of Liberty in Boston, die in 1773 als indianen verkleed een lading thee in de zee gooiden, en de Nederlandse politicus Joan Derk van der Capellen tot den Pol, de grote voorman van de patriottenbeweging, die op zijn beurt Pim Fortuyn zou begeesteren.

 

Afbeelding: John Wilkes voor de Court of King’s Bench, mei 1768. Wikipedia / Wikimedia Commons