Mijn grootvader herinner ik mij als een norse, gesloten man. Hij overleed begin jaren tachtig, dat is alweer lang gelden, en ik geloof niet dat ik hem echt goed heb gekend. Hij was een man met een verhaal.

Dat verhaal was dat hij in de jaren dertig (net getrouwd) dienstplichtig was geweest, vaak en lang van huis was, en in het voorjaar van 1940 werd ingezet om ons land op de Grebbeberg te verdedigen. Mijn grootmoeder moest iedere week vanuit Rotterdam-West (waar zij woonden) naar het centrum van de stad lopen om daar op het gemeentehuis de soldij van haar man op te halen, met mijn vierjarige vader aan haar hand. In mei 1940 liep ze daar toen het bombardement over de stad losbarstte. Ze zat een dag in de kelders van het stadhuis en het postkantoor, en liep ’s avonds gewoon weer terug naar huis. Bij een volgend bombardement ontvluchtte ze met mijn vader de stad en kwam in Ridderkerk, waar de familie is blijven wonen.

Mijn grootvader maakte ondertussen op de Grebbeberg dingen mee die hem hebben veranderd. Het tekort aan materieel, het slechte materieel, en de incompetentie van de leidinggevenden maakten de verdediging van ons land tegen de invallende Duitsers tot een aanfluiting. Hij heeft er nooit veel over gezegd. Alleen kwam steeds het verhaal terug over de kapitein die de soldaten de opdracht gaf naar beneden te springen en de Duitsers daar op te wachten. Een zelfmoordactie.

Met vele anderen werd mijn grootvader krijgsgevangen genomen. Ze zaten een tijdje in de Jaarbeurs in Utrecht en moesten beloven dat ze niets tegen het nieuwe regime zouden ondernemen. Dat heeft hij gedaan, dan mocht hij naar huis. Hij heeft zich niet aan zijn woord gehouden en is later in de oorlog wegens subversieve activiteiten opgepakt en naar Duitsland afgevoerd om daar te werken in de oorlogsindustrie. Daar heeft hij met geen woord over gesproken. Hij was al opgegeven, tot op een dag – in augustus 1945 –  de buurkinderen van mijn grootmoeder aan kwamen hollen om haar te vertellen dat haar man eraan kwam.

Hij was een enigszins verknipt man, denk ik. Mijn eigen vader vertelde eens dat hij een vriendje mee naar huis had genomen, maar dat mijn grootvader die jongen bars en resoluut had weggestuurd. ’s Nachts in het donker had hij pas tegen zijn vrouw durven zeggen waarom dat was: de vader van de jongen was aan zijn zijde gesneuveld. Hij kon de aanblik van die jongen niet verdragen.

Ik moest aan deze geschiedenis denken toen ik van de week kennis nam van het jaarverslag dat minister Hennis van Defensie naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Weggestopt in bijlage 8 van het 147 pagina’s tellende rapport staat een schokkende zin. Ik heb er nog weinig over gehoord. Maar goed, als Kamerleden seksuele voorlichting kunnen krijgen van Goedele Liekens, gaan ze natuurlijk geen ambtelijk rapport zitten lezen. De zin die deze week alle alarmbellen in de kamer had moeten doen afgaan luidt als volgt:

‘De belangrijkste wijziging ten opzichte van de rapportage van september betreft de conclusie dat inzetbaarheidsdoelstelling één niet volledig haalbaar is. Een groot aantal eenheden is geoefend om de geplande missies uit te voeren, maar niet om alle mogelijke missies in het gehele geweldsspectrum uit te voeren. In combinatie met de hogere gereedstellingsverwachtingen van de NAVO, heeft mij dit in de tweede helft van 2015 doen concluderen dat defensie niet volledig voldoet aan deze inzetbaarheidsdoelstelling.’

Misschien moet je deze passage nog eens lezen, en nog eens. Maar wat hier staat is dit: de overheid is niet langer in staat om een van de meest fundamentele taken die zij heeft – de bescherming van de eigen bevolking en het eigen grondgebied – uit te voeren. Na decennia van bezuinigingen beschikken wij niet meer over een leger dat ons land en onze bevolking kan verdedigen en zijn wij ook niet meer in staat om in NAVO-verband aan onze verplichtingen te voldoen.

Net als in 1940 staan we dus opnieuw met gebroken geweertjes, een tekort aan munitie en een tekort aan rijdend materieel aan de grenzen van ons land. De reden waarom we überhaupt een regering hebben is omdat burgers een instantie de macht hebben willen geven om met gebruik van geweld orde en veiligheid te garanderen. Die taak wordt niet uitgevoerd, en niemand maakt er zich druk om. Het getuigt van een volledig ontbreken van enig verantwoordelijkheidsbesef, in een tijd van oorlogen en vluchtelingenstromen en wegvallende structuren. Het is van een weerzinwekkende decadentie.

Foto: Niels Bosboom / Wikimedia Commons