Een driedelige miniserie, Grensland Oekraïne, geschreven met het oog op het Oekraïne referendum van 6 april. Onderwerp is de geschiedenis van Oekraïne. Vandaag deel II, over Oekraïne tussen de communisten en de nazi’s.

Oekraïne was eeuwenlang een grensland, betwist door grootmachten als het Ottomaanse Rijk, Polen-Litouwen en Rusland. In de chaotische nasleep van de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie riepen Oekraïense nationalisten de onafhankelijkheid van hun land uit, maar  deze was geen lang leven bezworen. Bij de Vrede van Riga van 1921 werd Oekraïne verdeeld. Het uiterste westelijke deel kwam bij Polen, Tsjecho-Slowakije en Roemenië kregen allebei een klein stukje en het grootste deel van Oekraïne kwam bij de Sovjet-Unie.

 

Zware industrieën en gedwongen collectivisatie

In 1922 werd de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek gesticht. Hoewel deze Sovjetrepubliek natuurlijk afhankelijk was van Moskou genoten de Oekraïners een zekere mate van autonomie. In tegenstelling tot het tsarenrijk stimuleerde de Sovjet-Unie de Oekraïense taal en cultuur. In 1923 besloot het Twaalfde Partijcongres in Moskou tot een politiek van korenizatsia, ‘verinheemsing’. Om niet-Russische nationaliteiten in de Sovjet-Unie het gevoel te geven dat ze er ook helemaal bij hoorden moesten niet-Russische talen en culturen worden bevorderd. Staatszaken in Oekraïne werden steeds vaker in het Oekraïens afgehandeld en het aantal Oekraïners in de Oekraïense communistische partij steeg, hoewel in de partijtop de Russen bleven domineren.

Deze Oekraïense lente was echter maar tijdelijk. In 1927 gooide Moskou het roer volledig om. Stalin wilde van de Sovjet-Unie een sterke industriestaat maken. In het oosten van Oekraïne werden veel nieuwe fabrieken neergezet. Deze van boven opgelegde industriële revolutie focuste zich vooral op de ontwikkeling van de zware industrie: ijzer- en staalindustrie, zoals de bouw van tractoren en locomotieven. Deze strak geleide planeconomie zorgde ervoor dat Oekraïne weer totaal ondergeschikt werd aan Moskou.

Om de industrialisatie te financieren werd er kapitaal bij de boeren weggehaald. De landbouw werd gecollectiviseerd en Stalin voerde een oorlog tegen de rijkere onafhankelijke boeren, de koelakken. Er werden tussen 1929 en 1931 ongeveer tweehonderdduizend koelakbedrijven geliquideerd. Een kleine miljoen koelakken, de boeren en hun familie, werden naar Siberië gedeporteerd. De boeren dachten dat ze zouden omkomen in Siberië van uitputting of in Oekraïne van de honger. Velen gaven de voorkeur aan het laatste. Heel soms ontsnapten brieven van gedeporteerde Oekraïners aan hun achtergebleven familieleden aan de censor. Iemand schreef: ‘Wat je ook doet, kom niet hierheen. We gaan hier allemaal dood. Je kunt beter onderduiken, je kunt beter daar sterven, maar wat je ook doet, kom niet hierheen.’

 

De Holodomor

In 1930 was er een bijzondere rijke oogst. De communistische planners schroefden hun doel voor het volgende jaar daarom enorm naar boven bij. De oogst van 1931 viel echter tegen, onder andere als gevolg van het slechte weer. De Oekraïense partijleider Stanislaw Kosior rapporteerde in augustus 1931 dat de geplande vorderingen niet realistisch waren, met het oog op de magere oogst. Er werd echter niet naar hem geluisterd. In het stalinistische wereldbeeld was niets toevallig, dus de tegenvallende oogsten waren het gevolg van een complot. Stalin besloot op 5 december dat de boeren die hun productiedoelen niet hadden gehaald hun zaaigoed moesten afstaan. Dit bevel leidde in 1932 tot een enorme hongersnood in Oekraïne en Zuid-Rusland. Kosior kreeg een brief onder ogen waarin de humanitaire ramp beeldend werd beschreven:

Leden van de kolchozen (de gecollectiviseerde landbouwbedrijven, EHK) lopen de velden in en verdwijnen. Na een paar dagen worden hun lichamen gevonden en zonder enige emotie, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, in graven gelegd. De volgende dag al kan men het lichaam aantreffen van iemand die zojuist graven heeft gedolven voor anderen.

Stalin wilde de noodlijdende, en van de honger omkomende boeren niet helpen. Al het graan van de Oekraïne moest worden verzameld en opgehaald, zoals gepland. Dat honderdduizenden mensen, zo niet miljoenen, zouden verhongeren, was voor Stalin een detail. Hij was vooral bang dat ontevreden boeren roet in het eten zouden gooien en zijn glorieuze industrialisatiepolitiek zouden verpesten. In naam van het algemeen belang moesten de Oekraïense boeren worden opgeofferd.

Polen was dankzij diplomaten en spionnen op de hoogte van de hongersnood in Oekraïne, vertelt de Amerikaanse historicus Timothy Snyder in zijn baanbrekende boek Bloedlanden. Polen besloot de hongersnood echter niet wereldkundig te maken omdat het land in 1932 een niet-aanvalsverdrag met de Sovjet-Unie had ondertekend. Gesterkt door het Poolse stilzwijgen besloot Stalin de teugels nog strakker aan te trekken. Hij besloot alle landbouwproducten tot staatseigendom te maken en diefstal met onmiddellijke executie ter plekke te bestraffen. Dit betekende dat als een hongerige Oekraïner een aardappelschil opraapte hij door de politie meteen kon worden doodgeschoten, wat na de invoering van Stalins nieuwe wet ook daadwerkelijk gebeurde.

De meest enthousiaste aanhangers van Stalins beleid waren gehersenspoelde jongeren van de Komsomol. Zij geloofden echt dat het platteland reactionair was, dat boeren stiekem graan achterhielden om het glorieuze beleid van Stalin te saboteren en dat zij daarom de dood verdienden. De Stalinjugend ging bij vele dorpen langs en roofde alles weg. Omdat Stalin iedere hulp voor de verhongerende boeren weigerde liep het aantal slachtoffers in de miljoenen. Er zijn in de Sovjet-Unie tussen de 5 en 10 miljoen boeren van de honger omgekomen, waarvan 2,5 tot 7,5 miljoen Oekraïners. Timothy Snyder schat dat het aantal Oekraïense slachtoffers zo’n 3,3 miljoen bedraagt. De schattingen lopen zo ver uiteen omdat rapporteren over de hongersnood voor communistische partijfunctionarissen levensgevaarlijk was. De feiten pasten niet in het communistische wereldbeeld en moesten daarom worden ontkend. Wie wel wat zei was volgens Stalin een Oekraïense nationalist. Intussen werden in 1933 duizenden gevallen van kannibalisme gerapporteerd. In de herfst van dat jaar arriveerden nieuwe kolonisten uit de Sovjet-Rusland, die de lege boerderijen in Oekraïne moesten gaan bevolken. Ze moesten vaak wel eerst de lijken van de vorige bewoners verwijderen.

Omdat de Oekraïners onevenredig hard getroffen werden tijdens de hongersnood beschouwen Oekraïense historici de hongersnood als een genocide. Rafal Lemkin, de wetenschapper die de term ‘genocide’ heeft gemunt, beschouwde naast de Holocaust en de Armeense Genocide de Oekraïense hongersnood als een klassiek voorbeeld van genocide. Toch twijfelen historici of Holodomor (‘vernietiging door honger’)  wel een genocide genoemd moet worden. De grote vraag is namelijk of de miljoenen Oekraïense doden het gevolg zijn van een bewuste uitroeiingspolitiek tegen het Oekraïense volk, of dat de hongersnood is veroorzaakt door de wrede collectivisatiepolitiek van Stalin, waar ook miljoenen niet-Oekraïners het slachtoffer van werden. Het eigenlijke doel van Stalin was immers niet om de Oekraïners uit te roeien maar om de landbouw te collectiviseren en een zware industrie op te bouwen. Het klinkt cynisch, maar de miljoenen Oekraïense en andere slachtoffers waren voor Stalin slechts een middel om dit doel te bereiken. Tegenwoordig erkent slechts een handjevol landen de Holodomor als genocide. Afgezien van de Baltische Staten, Hongarije en Polen zitten hier geen EU-landen bij.

 

Barbarossa en banderisten

Eind jaren dertig werd het steeds duidelijker dat er weer een nieuwe wereldoorlog voor de deur stond. De eerste oorlog waar de Oekraïners bij betrokken waren vond in maart 1939 plaats. Nadat Slowakije zich losmaakte van Tsjecho-Slowakije verklaarde de autonome regio Carpatho-Oekraïne zich op 15 maart onafhankelijk. Hongarije, een bondgenoot van nazi-Duitsland, zag dat niet zitten en bezette op 16 maart de republiek. Carpatho-Oekraïne heeft daarom de twijfelachtige eer de kortst bestaande staat in de wereldgeschiedenis te zijn. Het Hongaarse leger trad rigoureus op tegen de irreguliere Oekraïense soldaten. Tussen de 500 en 600 militieleden werden nadat ze gevangen waren genomen zonder pardon geëxecuteerd. Wie meer over dit republiekje wil weten moet hoofdstuk 13 van het boek Vergeten Koninkrijken van Norman Davies lezen.

Eind augustus 1939 sloten Hitler en Stalin een duivelspact, waarin ze besloten Polen en de rest van Oost-Europa onderling te verdelen. Op 1 september vielen de Duitsers Polen binnen en op 17 september viel de Sovjet-Unie de Polen in de rug aan. De Oekraïense gebieden in het zuidoosten van Polen werden bij de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek gevoegd. In juni 1940 kreeg de Oekraïense Sovjetrepubliek er nog een gebied bij, de zogenaamde Boedzjak, toen Roemenië gedwongen werd om Bessarabië af te staan. Het grootste deel van Bessarabië werd omgevormd tot de Moldavische SSR.Hitler was niet van plan om zich aan het niet-aanvalsverdrag met Stalin te houden. In december 1940 begon hij met de voorbereidingen voor zijn veldtocht tegen de Sovjet-Unie, Operatie Barbarossa genaamd. De Abwehr, de Duitse militaire inlichtingendienst, had twee Oekraïense bataljons gevormd die Galicië moesten binnenvallen. De bataljons bestonden uit aanhangers van Stepan Bandera, een radicale nationalistische leider die tot 1939 in Poolse gevangenschap had gezeten.

Op 22 juni 1941 vielen de Duitsers de Sovjet-Unie binnen. Het Rode Leger ontruimde de Galicische hoofdstad Lviv, die op 30 juni bezet werd door de troepen van Bandera. Zij waren het Duitse leger vooruit gesneld. De radicale nationalisten riepen een onafhankelijke Oekraïense staat uit, in de verwachting dat de nazi’s deze zouden erkennen. De nazi’s waren echter onaangenaam verrast, want zij hadden heel andere plannen met Oekraïne. Ook vonden de nazi’s het buitengewoon onplezierig dat de banderisten slaags raakten met de melnykisten, aanhangers van de gematigde nationalistische leider Andriy Melnyk. De nazi’s besloten de nieuwe Oekraïense staat meteen te ontbinden en de Oekraïense leiders gevangen te zetten.

De Duitse aanval op de Sovjet-Unie verliep aanvankelijk heel voorspoedig. De Wehrmacht veroverde enorme gebieden in de Oekraïne die moesten worden gekoloniseerd door Duitse en Nederlandse boeren. Als Brudervolk mochten wij ook meebouwen aan Hitlers Utopia. Er vertrokken in totaal zo’n 5500 Nederlandse boeren naar het oosten. In het najaar van 1941 liep het Duitse offensief echter spaak en begin december werd de Wehrmacht bij Moskou tegengehouden, wat betekende dat de poging om de Sovjet-Unie in een snelle Blitzkrieg op de knieën te krijgen was mislukt.

In de jaren 1942, 1943 en 1944 zou er om Oekraïne hevig worden gevochten tussen de Wehrmacht en het Rode Leger. De Duitsers veroverden in 1942 de Krim maar verloren in januari 1943 de beslissende slag bij Stalingrad en werden daarna langzaam maar zeker Oekraïne uitgewerkt. Begin 1944 was het grootste deel van Oekraïne weer in Sovjethanden en in mei dat jaar werden de Duitsers ook van de Krim verdreven. Veel Krim-Tataren (zie: Grensland Oekraïne deel I) hadden met de nazi’s gecollaboreerd. Ze werden hiervoor na de bevrijding collectief gestraft en naar Siberië verbannen. Omdat de oorlog voor de nazi’s slecht verliep besloten ze in september 1944 om Bandera en enkele andere Oekraïense leiders vrij te laten. Ze moesten achter vijandelijke Sovjetlinies sabotageacties uitvoeren met als doel de opmars van het Rode Leger te vertragen.

 

Pogroms en etnische zuiveringen

In de tijd dat Bandera gevangen zat in Duitsland was er een heleboel gebeurd. Tegelijkertijd met Operatie Barbarossa begon de massamoord op de Joden. De eerste moordpartijen werden niet door de Duitse soldaten begaan, maar door de Oekraïners, de Witrussen, de Esten, de Letten en Litouwers. Zij beschouwden de Joden als handlangers van de communisten. Voordat ze zich terugtrok had de NKVD, Stalins geheime dienst, duizenden gevangen terechtgesteld om zo te voorkomen dat ze in Duitse handen zouden vallen. Vele slachtoffers waren anticommunistische nationalisten. De Duitse bezetters beschuldigden de Joden van deze executies en moedigden de plaatselijke bevolking aan tot pogroms.

Lviv pogrom (June - July 1941).jpg

Volgens een Russische website waren enkele Bandera-aanhangers betrokken bij de pogroms in Lviv die tussen 30 juni en 2 juli 1941 plaatsvonden, wat ook bevestigd wordt door de neutrale Wikipediapagina over deze pogroms. Zullen deze banderisten op eigen houtje hebben gehandeld? Of handelden ze in opdracht of met toestemming van Bandera? We zullen het nooit weten. De banderisten waren gedurende de oorlog trouwens geen principiële antisemieten. Ze hielpen Joden of vermoordden Joden naar gelang het hen uitkwam.

Voor de massamoord op etnische Polen in Galicië en Wolynië door banderisten in 1943, uitgebreid geboekstaafd door de Britse historicus Keith Lowe in zijn buitengewoon interessante studie Woest continent, kunnen we Bandera in ieder geval niet direct verantwoordelijk houden. Bandera zat op dat moment immers gevangen in Duitsland. De banderisten, waarvan sommigen als Hiwi (Hilfswilliger) betrokken waren bij de Holocaust, besloten zich van de etnische Polen te ontdoen. Ze voerden temidden van de grote oorlog hun eigen privé-vernietigingsoorlog. De banderisten waren door de Duitsers getraind en vastberaden om de Polen te doden, het liefst voordat het Rode Leger zou komen waar de uiteindelijke confrontatie mee moest plaatsvinden. De banderisten vermoordden in Wolynië bijna 50.000 Polen en in Galicië ongeveer 20.000. Uit wraak doodden de Polen 20.000 Oekraïners, hoewel Polen en Oekraïne wederzijds deze cijfers betwisten. In 1947, de Tweede Wereldoorlog was inmiddels voorbij, besloot Polen zich van het Oekraïense probleem te ontdoen. Zo’n 140.000 etnische Oekraïners die nog binnen de Poolse grenzen woonden werden tijdens Operatie Vistula naar het noorden en westen van Polen, de voormalige Duitse gebieden, gedeporteerd. Deze Oekraïners werden gedwongen om Pools te worden.

Ook de Sovjet-Unie bood de strijd aan met Oekraïense nationalisten. Nadat in 1944 Oekraïne was heroverd door het Rode Leger besloten de banderisten de wapens op te nemen tegen de Sovjet-Unie. Het Rode Leger was te sterk, daarom voerden de partizanen een terreurstrijd tegen de NKVD, Sovjetpolitici en –onderwijzers en Oekraïners die met de Sovjets zouden heulen. Uiteindelijk delfden de Oekraïense nationalisten in 1952 het onderspit, al waren er intussen wel honderdduizenden slachtoffers gevallen. Dankzij hun terreurcampagne, onder andere het publiekelijk tentoonstellen van de verminkte lijken van vermeende collaborateurs, vervreemdden ze zich van de plaatselijke bevolking. Ook infiltreerde de NKVD met succes in de top van het partizanenleger, waardoor er vele nationalistische leiders konden worden uitgeschakeld. In 1959 kon Bandera, die inmiddels naar West-Duitsland was gevlucht, door de KGB (de opvolger van de NKVD) worden gedood.

Overigens ter nuancering: Bandera en de banderisten waren als radicale nationalisten niet representatief voor de houding van de Oekraïners in de Tweede Oorlog. Er vochten vele Oekraïense soldaten mee in het Rode Leger.

 

Erfenis van een antiheld

Stepan Bandera 3.jpg

Dat Bandera omstreden was, hoeft geen betoog. Net als die andere twee Oekraïense helden, Symon Petljoera en Bohdan Chmelnytsky, is Stepan Bandera een echte antiheld. Er kleeft bloed aan zijn handen, heel veel bloed. Hoewel hij met de nazi’s samenwerkte was Bandera geen nazi. Hij had zijn eigen agenda, die radicaal nationalistisch was.

Tot op de dag van vandaag blijft Bandera de Oekraïense gemoederen bezighouden. Viktor Joesjtsjenko, van 2005 tot 2010 president van Oekraïne, besloot op 22 januari 2010 Bandera postuum te benoemen tot ‘Held van Oekraïne’, de Oekraïense versie van de vroegere eretitel ‘Held van de Sovjet-Unie’. Rusland, de Europese Unie en Joodse organisaties tekenden hiertegen protest aan. Viktor Janoekovytsj, de pro-Russische opvolger van Joesjtsjenko, besloot de benoeming meteen terug te draaien, een besluit dat door het hooggerechtshof werd bekrachtigd.

De Oekraïense antiheld is tegenwoordig vooral in het westen van het land populair. In de oostelijke gebieden van Oekraïne, die meer op Rusland zijn georiënteerd, denkt men heel negatief over de omstreden partizanenleider. In de propagandaoorlog halen Russische en pro-Russische journalisten en opiniemakers vaak Bandera aan, als ze het Oekraïense nationalisme in een kwaad daglicht willen zetten. Eigenlijk zijn Oekraïense nationalisten fascisten en halve nazi’s die het moordwerk van Bandera willen voortzetten, is de boodschap.

Over het naoorlogse communistische Oekraïne, de Oekraïense onafhankelijkheid en het Russisch-Oekraïense conflict zal het slotdeel van dit drieluik gaan, dat op 21 maart op Jalta verschijnt.

 

Afbeeldingen: Wikipedia / Wikimedia Commons