Op 24 april stonden mensen in Nederland stil bij het feit dat 104 jaar geleden dat de Armeense Genocide begon en op 4 mei gedenken wij als Nederland weer de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog, en de militairen die daarna voor ons ‘vaderland’ gesneuveld zijn. Beide herdenkingen worden – helaas – gepolitiseerd.

 

De Armeense Genocide is een feit. Op Justin McCarthy – de David Irving van de Armeense Genocide – na zijn bijna alle historici het erover eens dat de massamoord op Armeniërs (en Arameeërs, Assyriërs, Pontische Grieken en Yezidi’s) een genocide was. De Turkse staat ontkent echter dat dit een genocide was, met als gevolg dat de Nederlandse politieke partij DENK dat ook doet en Turkse Nederlanders die het verleden eerlijk onder ogen durven willen zien (ik noem in dit verband GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil, VARA-documentairemaker Sinan Can en historicus Tayfun Balcik) als verraders worden weggezet.

Toch wordt de Armeense Genocide niet alleen door nationalistische Turken ‘verkracht’, nationalistische Nederlanders doen dit net zo goed. Geert Wilders, Thierry Baudet en andere populisten staan elk jaar op Twitter ook heel even stil bij de Armeense Genocide – niet uit solidariteit met het leed van de Armeniërs en andere slachtoffers – maar om Turken en de islam te bashen. Toen ik enkele weken terug het manifest van Anders Breivik doorbladerde, las ik ook dat de zelfbenoemde kruisvaarder zich ook erg druk maakte over de Armeense Genocide. Deed hij dat uit solidariteit met de Armeniërs? Een heel klein beetje misschien, maar hij gebruikte deze geschiedenis vooral als bewijs om de zijns inziens totale verdorvenheid van de islam aan te tonen. Shoppen in de geschiedenis om je eigen haat te rechtvaardigen. Het leed van de een aangrijpen om de ander kwaad te doen. Zoals bekend vermoordde Breivik op het eilandje Utoya 69 linkse jongeren, omdat zij het Avondland zouden willen uitleveren aan de islam.

De Dodenherdenking van 4 mei ligt ook politiek gevoelig. Moeten we alleen ‘goede’ Nederlanders herdenken, of ook ‘foute’ Nederlanders, die zich bij de NSB of bij de SS hebben aangesloten? Gaat de Dodenherdenking vooral over de ‘Nederlandse’ slachtoffers, of moeten we vooral stilstaan bij de Joodse slachtoffers die vermoord zijn tijdens de Holocaust? Waarom krijgen de zigeuners, die ook werden vergast in Auschwitz, veel minder aandacht? Wat was de rol van Marokkanen tijdens de bevrijding? En van mensen uit Suriname en de Antillen? Waarom herdenken we ook de Nederlandse militairen die na de Tweede Wereldoorlog sneuvelden, dus ook de Nederlands soldaten die tijdens de ‘Politionele Acties’ de Republiek Indonesië de kop in probeerden te drukken? En moeten we ook, zoals de linkse hipsterdominee Rikko Voorberg in 2017 bepleitte, ook de verdronken vluchtelingen op 4 mei herdenken?

Ik vind het lastig allemaal. Hoewel de actie ‘4 mei niet voor mij’ aan de ene kant als een klap in het gezicht voelt voor de witte en joodse mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen, is aandacht voor onze zwarte bevrijders an sich een heel goed idee. Herdenken is niet alleen geschiedenis, maar heeft ook alles met het heden te maken. Het moet relevant zijn voor nu. Aandacht voor zwarte helden, zoals de Surinaamse verzetsstrijder Anton de Kom die vlak voor de bevrijding stierf in het concentratiekamp Neuengamme, is daarom zeer welkom. Aandacht vragen voor vluchtelingen is ook helemaal niet verkeerd, uiteraard wel met de aantekening dat er van een holocaust op vluchtelingen helemaal geen sprake is – godzijdank – en we met een verbreding van de herdenking niet het joodse leed mogen relativeren.

In plaats van de confrontatie op te zoeken en elkaar fel te bestrijden en te verketteren – een typisch Nederlands trekje helaas, gevolg van meer dan 400 jaar calvinisme – zouden we bij herdenkingen meer de weg van de verbinding moeten zoeken. Grijp de Armeense Genocide-herdenking niet aan om Turken en moslims te bashen, probeer de activisten van ‘4 mei niet voor mij’ ook een beetje te begrijpen, ook al is hun vorm van activisme wellicht niet jouw vorm. En laten we vooral dankbaar zijn dat we in een vrij en democratisch land wonen, waar al meer dan 70 jaar vrede is.

 

Ik wil afsluiten de beroemde woorden van verzetsheld Henk van Randwijk (een verklaarde tegenstander van de koloniale oorlog in Indonesië trouwens), die immer actueel blijven:

Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht