Filosofische roman over Descartes als rationalistische detective in het zeventiende-eeuwse Amsterdam.

 

 

Een tijdje geleden alweer verscheen de detective Descartes in Amsterdam van filosofiedocent Hans Dooremalen. Als historische roman is het boek vermakelijk, als detective ook wel, maar echte literatuur is dit boek ook weer niet. Misschien omdat het allemaal wat te makkelijk is. De slimme Franse filosoof René Descartes die een reeks moorden in Amsterdam weet op te lossen, gemene radicale calvinisten die hun fundamentalistische wereldbeeld aan de rest van de stad willen opdringen en over lijken gaan en een romantisch subplot over een charmante jonge vrouw die ten onrechte van hekserij wordt beschuldigd en het risico loopt te worden opgehangen.

Leuk daarentegen zijn de beroemde Amsterdammers die in het boek figureren: de geleerden Barlaeus en Vossius, dokter Tulp die een anatomieles geeft, kaartenmaker Willem Blaeu, de vrijzinnige burgemeesters Jan Cornelisz Geelvinck, Jacob Dircksz de Graeff en Andries Bicker en de calvinistische burgemeester Reinier Pauw, enzovoort enzovoort. Ook komen de twisten tussen de Arminianen en Gomaristen aan bod, de opkomst van de VOC, de rol van bijgeloof en natuurlijk de groei van Amsterdam als grootste handelsstad van Europa.

Het eigenlijke detective-plot gaat om naakte lijken die overal opduiken, met mysterieuze occulte symbolen. Wie zit er achter deze moorden? En belangrijker: hoe moet je deze moorden slim oplossen? Descartes, die in 1637 het boek Discours de la méthode pour bien conduire sa raison et chercher la vérité dans les sciences zal schrijven, gebruikt zijn filosofische methode om op een rationele manier de moord op te lossen. Dat doet hij door dingen niet zomaar voor waar aan te nemen en te blijven twijfelen. De uiteindelijke uitkomst is op punten verrassend, hoewel bepaalde vermoedens uiteraard wel uitkomen.

Descartes in Amsterdam lijkt een beetje op de historische roman Thomas More. Een leven in vijf vriendschappen van Joris Tulkens. Ook dit boek is een educatief verhaal dat je op een laagdrempelige manier laat kennismaken met een belangrijke Europese denker. Tulkens doet dit trouwens beter en zijn hoofdpersonen (waaronder natuurlijk Erasmus en Hendrik VIII) komen echt goed tot leven, als mensen van vlees en bloed. Descartes, zijn Franse assistent waarvan ik de naam alweer vergeten ben, de hulpschout en de beroemde Amsterdammers zijn daarentegen allemaal figuranten. Misschien komt dit ook wel omdat Descartes de mens als een machine beschouwde. Dan blijven emoties – daar kan de literatuur niet zonder – iets lastigs, waar je als schrijver niks mee kan.

 

Afbeelding: © Uitgeverij Boom