De lange winter van 1932-1933 was een belangrijk historisch keerpunt. Het seizoen veranderde de wereld van naoorlogs in vooroorlogs weer. In Duitsland kwam Adolf Hitler aan de macht, Japan stapte uit de Volkerenbond en de Italiaanse dictator Benito Mussolini besloot zijn buitenlandse beleid rigoureus te veranderden en richtte zijn blik op Afrika. Tegelijkertijd kreeg Frankrijk drie opeenvolgende regeringen en liepen de ontwapenings- en vredesconferenties in Zwitserland vast.

© Uitgeverij Unieboek Het Spectrum

Historicus Paul Jankowski, hoogleraar geschiedenis aan de Brandeis University in Massachusetts, onthult in zijn boek Allen tegen allen dat de verschillende naties zich op het pad richting oorlog begaven omdat ze weer uitgingen van ‘nationaal belang’, in plaats van internationale verantwoordelijkheid. Zijn maar liefst 542 pagina’s tellende studie, waarvan de Nederlandse vertaling onlangs is uitgebracht door uitgeverij Het Spectrum, biedt – mede dankzij nieuw bronnenmateriaal – een nieuwe kijk op de processen die uiteindelijk leidden tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Die nieuwe perspectieven zijn interessant. Toen de nazi’s in januari 1933 aan de macht kwamen in Duitsland was het Duitse leger zwakker dan het Poolse leger, zo vertelt Jankowski. Maar Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten lieten het groeiende militarisme van Duitsland ongemoeid, omdat de landen in de greep waren van pacifisme en isolationisme. Jankowski illustreert dit aan de hand van het Ladies Home Journal van maart 1932, dat een ontwapeningsplan aanbood in naam van negen miljoen Amerikaanse moeders, en van een studentenvereniging uit Oxford, die in februari 1933 met een overweldigende meerderheid tegen welke oorlog dan ook stemde.

Het boek is erg breed van opzet. Behalve de hoofdrolspelers van de latere Tweede Wereldoorlog – Duitsland, Japan en Italië aan de ene kant en de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie aan de andere kant – komen Frankrijk en China ook aan bod, alsmede Polen, Hongarije en Zwitserland. Zo lees je niet alleen over de opkomst van Hitler en de Japanse bezetting van Mantsjoerije, maar ook over de politieke chaos en de fascistische dreiging in Frankrijk, de autoritaire regering van de Hongaarse regent Miklós Horthy die maatjes wilde zijn met Mussolini, het Polen van maarschalk Josef Piłsudski en de Zwitserse ontwapenings- en vredesconferenties. In de jaren twintig waren die conferenties een groot succes – in 1926 trad Duitsland ook toe tot de Volkenbond – maar liepen begin jaren dertig vast als gevolg van ruzies over oorlogsschulden, ontwapening, valuta en de omgang met Duitsland.

Hoewel de geschiedenis zich nooit herhaalt zijn er parallellen met onze huidige tijd te trekken, waar de Pax Americana wordt bedreigd door nationalistische, vaak ook xenofobe krachten. Of dit ook zal leiden tot een nieuwe grote oorlog dat weten we natuurlijk niet, we kunnen de loop van onze geschiedenis veranderen, maar de voortekenen zijn verontrustend, stelt Jankowski.

 

N.a.v.: Paul Jankowski, Allen tegen allen. De lange winter van 1933en het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog. Vertaald door Fred Reurs. Uitgeverij Unieboek Het Spectrum. Amsterdam. 2020. ISBN 9789000348527. 42,99 euro.