John Jansen van Galen, oud-hoofdredacteur van de Haagse Post, heeft het verhaal van Vrij Nederland geschreven, hét blad van het linkse levensgevoel. Waarom was dit tijdschrift vroeger zo succesvol? En waarom lijkt Vrij Nederland nu op de ondergang af te stevenen?

Het blad van de Grachtengordel

Rinus Ferdinandusse, Joop van Tijn, Bibeb (Elisabeth Maria Lampe-Soutberg), Piet Grijs (Hugo Brandt Corstius), Max van Weezel, Igor Cornelissen, Renate Rubinstein (Tamar), Frits Barend en Henk van Dorp. Ze werkten allemaal voor Vrij Nederland. Hét blad dat je in de jaren zestig en zeventig moest lezen als je er in progressieve kringen echt bij wilde horen.

Rinus_Ferdinandusse

Rinus_Ferdinandusse

Vrij Nederland was geëngageerd. ‘Wij controleren de macht’, zei Ferdinandusse met trots, maar hij bedoelde daarmee vooral dat zijn blad zeer kritisch over de vijand, in zijn geval rechts dus, schreef. Zo probeerde Vrij Nederland belangenverstrengelingen tussen politici (vooral katholieke) en het bedrijfsleven bloot te leggen, droeg het blad zijn steentje bij aan de Lockheed-affaire om Prins Bernhard te kunnen tackelen en waarschuwde men tegen (ingebeeld) herlevend fascisme. Het linkse engagement van Vrij Nederland was vernieuwend en daarom was het blad zeer populair bij een nieuwe groep lezers: de hoogopgeleide babyboomers. Zij hielden van deze vorm van subjectieve journalistiek. Daarnaast lazen mensen Vrij Nederland graag vanwege de columns van Tamar (Renate Rubinstein) en Piet Grijs (Hugo Brandt Corstius), de geile contactadvertenties (de beruchte ‘Zettertjes’) en natuurlijk vanwege de prachtige persoonlijke interviews van Bibeb.

In mei dit jaar verscheen het gedenkboek De gouden jaren van het linkse levensgevoel. Het verhaal van Vrij Nederland, een dikke pil van 494 pagina’s. In zijn inleiding schrijft John Jansen van Galen dat zij van de Haagse Post altijd met enige jaloezie keken naar hun concurrenten van Vrij Nederland. De Haagse Post was ook links, maar de stukken waren veel korter, veel behapbaarder. Vrij Nederland was duidelijk niet voor de arbeiders bedoeld. Het was het blad van de Grachtengordel, het blad dat de toon zette.

John Jansen van Galen heeft er bewust voor gekozen de gouden jaren van het blad centraal te stellen, de periode 1965-1980. Hier gaat meer dan 75% van zijn boek over. De hoofdstukken hebben allemaal een thema, dus je zit als lezer dan weer in de jaren zeventig en dan opeens weer terug in de jaren zestig, een beetje verwarrend soms. De eerste vijfentwintig jaar van Vrij Nederland worden in sneltreinvaart behandeld en het boek eindigt abrupt in 1986, het jaar waarin de spanningen tussen de verschillende redactieleden tot een kookpunt zijn genaderd, er opeens nare anonieme briefjes verschijnen en redacteuren elkaar op democratische wijze beginnen te ontslaan. Over de laatste dertig jaar van Vrij Nederland schrijft Van Galen geen woord. Is de neergang van het blad, dat in 1978 nog een oplage had 117.165 had en tussen 2012 en 2015 is gekelderd van 40.872 naar 22.937(!) nummers, misschien toch te pijnlijk? Nergens namelijk verantwoordt Van Galen de keuzes die hij maakt. Ook een conclusie of iets waar daar op lijkt, een terugblik of een epiloog, ontbreekt. Daardoor blijft het verhaal van Vrij Nederland naar mijn smaak toch net iets te veel in de lucht hangen.

Wat overblijft zijn de leuke beschrijvingen en anekdotes. Daar staat het hele boek vol mee. En daarom is het boek, ondanks dat het een veel beter boek had kunnen zijn en moeten zijn, toch echt de moeite waard.

Avonturen en avontuurtjes

Spannend is het avontuur dat sportverslaggever Frits Barend in 1978 meemaakte in Argentinië, dat tot het einde van de Falklandoorlog van 1982 geregeerd werd door een militaire junta. Vrij Nederland wilde aanvankelijk het WK-voetbal in Argentinië boycotten en steunde de actie ‘Bloed aan de paal’ van Freek de Jonge. Toen echter bleek dat bijna niemand in Nederland deze moralistische actie van links steunde besloot het tijdschrift twee journalisten naar Argentinië te sturen. Frits Barend keek echter meer dan naar het voetbal alleen en werd door agenten van het regime in de gaten gehouden. Toen de Argentijnen vierden dat ze wereldkampioen waren geworden – ze wonnen de finale van Nederland – bleef Barend als een van de weinige journalisten aanwezig bij de after party. Dictator Videla vertelde over de grootse presentaties van zijn land, op een manier zoals dictators dat alleen kunnen doen, maar Barend durfde hem toch een vraag te stellen over de verdwijningen. Een geprikkelde Videla antwoordde eerlijk dat het regime zich tegen zijn vijanden moest kunnen verdedigen. Nieuws dus. Helaas was Barend echter zo dom geweest om zijn jas, waarin ook zijn paspoort zat, onbewaakt aan een kapstok te laten hangen. Zijn jas en paspoort werden gestolen en pas na veel moeite lukte het Nederland om de kritische journalist Argentinië uit te krijgen. Het avontuur was met een sisser afgelopen.

Renate Rubinstein (Tamar)

Renate Rubinstein (Tamar)

Een ander beroemd interview was dat van Bibeb met minister Henk Vredeling van Defensie. Bibeb nam altijd goed de tijd voor interviews en ontlokte de geïnterviewden daarom vaak tot uitspraken die ze anders nooit zouden doen. Om die reden is ze – op Ischa Meijer na natuurlijk – de beste Nederlandse interviewer van de twintigste eeuw. Vredeling kende de reputatie van Bibeb, maar wilde zijn ei gewoon een keer kwijt. Hij liep helemaal leeg, vertelde dat hij de NAVO eigenlijk maar niks vond en deed ook een boekje open over zijn moeizame verhouding tot minister-president Joop den Uyl. Normaal wordt een bewindspersoon na zo’n interview gedwongen om op te stappen – denk aan het interview met VVD-staatssecretaris Annette Nijs in de Nieuwe Revu waarin zij ongezouten kritiek leverde op CDA-minister Maria van der Hoeven en daarmee haar eigen politieke graf groef – maar in de jaren zeventig waren de parlementaire mores tijdelijk wat milder en wilde de PvdA-fractie de minister graag aanhouden, tegen de zin van Den Uyl zelf in. Het interview leverde Vredeling zelfs een enorme populariteit op bij de mensen in het land en hij ontving veel brieven van fans, waaronder liefdesbrieven van eenzame huisvrouwen die hunkerden naar echte man. De authentieke Vredeling, die zei wat hij echt vond in plaats van politiekcorrecte antwoorden te geven, raakte bij veel mensen een gevoelige snaar. Dat hij niet gedwongen werd om op te stappen deed de PvdA goed.

Over liefdesbrieven gesproken, Vrij Nederland was het eerste blad in ons land dat experimenteerde met seksadvertenties, de zogenoemde Zettertjes. Ook in andere bladen stonden natuurlijk contactadvertenties, maar die in Vrij Nederland waren explicieter van inhoud: het ging de eenzame mannen en vrouwen, hetero- en homoseksueel, om de wip. De beroemdste annonce, die ooit als Zettertje in Vrij Nederland verscheen, was die waarin een ‘mislukt schrijver, arm, lelijk, oud, slecht gebit, riekend uit de mond, homofiel, RK’ begin jaren zeventig een ‘lief, leuk SPEELKAMERAADJE’ zocht. Deze ‘mislukte’ schrijver was uiteraard Gerard Reve, wiens relatie met het duo Teigetje en Woelrat op de klippen was gelopen en daarom in contactadvertenties van Vrij Nederland een geheime opening voor een nieuwe liefde zocht. De respons was overweldigend, maar volgens Reve voornamelijk afkomstig van ‘kneuzen en hoeren’. De ‘enige menselijke reactie’ kreeg de schrijver van Ernst-Jan Engels, de zoon van een voormalige KVP-minister, die overigens een ex van Reve was.

Het succes van Vrij Nederland was ook te danken aan twee getalenteerde columnisten, Tamar en Piet Grijs, die in een grijs verleden geliefden waren geweest, zij het voor slechts een korte periode. Tamar, Renate Rubinstein dus, was een zeer linkse Joodse schrijfster, die op een gepassioneerde manier haar columns schreef. Tamar was de ultieme fatale vrouw. Ze was een vrouw waar je supersmoorverliefd op zou worden, die met jou intens de liefde zou bedrijven, maar ook een vrouw die jou na een tijdje genadeloos zou dumpen en met een gebroken hart, bloedend van liefdesverdriet, zou achterlaten. Piet Grijs oftewel Hugo Brandt Corstius, eufemistisch gezegd niet bepaald de meest sympathieke persoon in columnistenland, werd fysiek maar ook emotioneel door Tamar onder handen genomen en was daarna veranderd in een geestelijk wrak. Als twitter in die tijd bestond zou hij de campagne #zeghet zijn begonnen, maar dat was niet zo dus Hugo Brandt Corstius nam wraak in zijn columns. Hij bleef Tamar maar bekritiseren en bekritiseren, op een (ook voor hemzelf) zeer ongezonde en obsessieve manier, een literaire vorm van stalking. Hugo Brandt Corstius ging begin jaren tachtig zelfs zo ver, dat hij Tamar een neo-antisemiet noemde, voor minister Elco Brinkman een reden om de VN-columnist de P.C. Hooftprijs te weigeren.

Een andere vijand van Hugo Brandt Corstius was de Leidse criminoloog Wouter Buikhuisen, die onderzoek deed naar het verband tussen criminaliteit en biologische factoren. Hugo Brandt Corstius, die zich opwierp als de Zombie Mountain van de linkse kerk, vergeleek Buikhuisen met de extreemrechtse politicus Joop Glimmerveen van de Nederlandse Volksunie, een effectieve manier om hem te demoniseren. De linkse lezers van Vrij Nederland, die zichzelf beschouwden als hoeders van de beschaving en zich moreel ver verheven voelden boven het domrechtse klootjesvolk dat De Telegraaf las en naar de TROS keek, vonden Hugo Brandt Corstius’ stotterlingo uiteraard prachtig. De ene mening was immers de andere niet.

Ondergang

Hugo Brandt Corstius (Piet Grijs) ontvangt in 1987 alsnog de P.C. Hooftprijs

Hugo Brandt Corstius (Piet Grijs) ontvangt in 1987 alsnog de P.C. Hooftprijs

De vete tussen Hugo Brandt Corstius en Renate Rubinstein verziekte de interne verhoudingen. Maar ook andere redacteuren stonden tegenover elkaar. Vrij Nederland dankte het succes mede aan uitgesproken ego’s, maar de persoonlijke verhoudingen tussen die ego’s werden zuurder en zuurder. Er verschenen in 1986 geheimzinnige anonieme briefjes waarin redacteuren keihard werden afgekraakt. Vanwege de markante interpunctie vermoedden velen dat de schrijver hiervan hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse was, maar die ontkende dat in alle talen. Vlak na de publicatie van het boek van John Jansen van Galen, dus dertig jaar na dato, gaf Ferdinandusse schoorvoetend toe toch de anonieme auteur te zijn. Na 1986 zou Vrij Nederland veel abonnees verliezen en ook veel redacteuren, die jarenlang bij het blad waren betrokken en er hun ziel en zaligheid in hadden gestoken, liepen weg. Ondanks de kluchtige vorm was dit voor het blad een tragedie van jewelste.

Een andere factor die de neergang van het tijdschrift verklaart is de veranderende tijdgeest. Begin jaren tachtig was de maatschappij ingrijpend veranderd. Links had geen goed antwoord op de economische crisis en de massale werkloosheid, rechts wel, en Vrij Nederland liep achter de feiten aan. In de jaren zestig en zeventig was Vrij Nederland hét blad voor twintigers en dertigers, maar daarna verjongde en vernieuwde het tijdschrift niet meer. Het bleef de spreekbuis van de bayboomers. In de jaren zestig en zeventig waren zij de rebellen, in de jaren tachtig waren zij de gevestigde orde geworden. Natuurlijk had het intellectuele blad tijdens de gouden jaren iets elitairs, maar vanaf de jaren tachtig was Vrij Nederland pas echt de spreekbuis van de culturele elite geworden, de arrogante Grachtengordel die alles beter wist, de linkse kerk. En tegen de oude elites zetten de jongere generaties zich af.

Misschien is dat ook wel de les van Vrij Nederland. Media moeten meegaan met hun tijd, niet vernieuwen om het vernieuwen maar wel open staan voor vernieuwing en voor nieuwe meningen en inzichten, omdat de nieuwe generaties de lezers en abonnees van de toekomst zijn. Natuurlijk moet een medium niet meewaaien met alle winden en klakkeloos achter de waan van de dag aanlopen, een duidelijke identiteit zorgt immers voor herkenning en creëert een groepsgevoel en dus een gemeenschap van lezers, maar inflexibiliteit leidt tot de ondergang. Het grote succes én de tragische neergang van Vrij Nederland leren ons hoe het moet, maar ook en vooral hoe het niet moet.

N.a.v.: John Jansen van Galen, De gouden jaren van het linkse levensgevoel. Het verhaal van Vrij Nederland (Amsterdam, uitgeverij Balans mei 2016). ISBN 9789460030970. 494 pagina’s. 27,50 euro.