Op 2 januari 1492 viel Granada, het laatste bolwerk van de Moren in Spanje. Met deze verovering rondden de christenen hun meer dan 750-jarige Reconquista van Spanje af. Spanje werd een wereldmacht. En een katholieke theocratie.

 

Reconquista

In 711 vielen zo’n 7.000 mannen, onder leiding van de Berberse generaal  Ṭariq ibn Ziyad, Spanje binnen. Ze wisten de Visigotische overheersers te verslaan en veroverden bijna geheel Spanje. Alleen in het noorden bleven de christenen weerstand bieden.

In de komende 750 jaar zouden de christenen Spanje heroveren op de moslims. Er ontstonden verschillende koninkrijken: Asturië (vanaf 910 Leon), Castilië, Aragon, Navarre en Portugal. Castilië, waarin het koninkrijk Leon de facto zou opgaan, werd de machtigste christelijke staat. Hoewel de moslims aanvankelijk de overhand hadden heroverden de christenen steeds meer land. De beslissende overwinning werd in 1212 geboekt tijdens de Slag van Las Navas de Tolosa (bekijk hier een filmpje over deze veldslag). De Moren hadden daarna alleen nog het koninkrijk Granada, dat van 1230 tot 1492 zou bestaan.

Granada vormde geen bedreiging voor de christelijke koninkrijken. De heersers van dit rijk waren vooral bezig om Granada economisch en cultureel tot bloei te brengen. Ze bouwden onder andere het prachtige Alhambra, dat in de televisieserie Game of Thrones is gebruikt voor de afleveringen in Dorne. In 1482 was het echter uit met de pret. Isabella I van Castilië en Ferdinand II van Aragon begonnen een tienjarige oorlog tegen Granada, met als doel een einde te maken aan de politieke aanwezigheid van de islam in Spanje. Dankzij kanonnen slaagde het leger van Castilië er elk jaar weer in meer steden tot overgave te dwingen en Granada kleiner te maken. Op 2 januari 1492 gaf de hoofdstad Granada zich over.

 

Gevolgen

De verovering van Granada maakte niet alleen een einde aan de politieke aanwezigheid van de islam in Spanje, maar ook aan de convivencia (leven en laten leven). Moslims kregen de keuze voorgeschoteld: of je bekeert je tot het christendom, of je emigreert naar Afrika, of je wordt slaaf. De laatste optie was uiteraard het minst populair, de meeste moslims kozen ervoor om christelijk te worden of staken de zee over. De Joden werden harder aangepakt. Zij konden kiezen voor emigratie, bekering of de dood.

De nieuwe christenen (conversos) werden met wantrouwen bekeken. De kerkelijke autoriteiten vermoedden dat deze bekeerlingen heimelijk aan hun oude godsdienst bleven vasthouden. Daarom werd de Spaanse Inquisitie ingesteld, die als doel had kast-joden op te sporen en naar de brandstapel te brengen. Kerk en staat werkten nauw samen: de inquisitie sprak de doodstraffen uit, de Spaanse staat (Aragon en Castilië werden één koninkrijk) voerden de executies uit.

Vanuit islamitische en policor hoek (Karen Armstrong) wordt het Spanje van de Moren geïdealiseerd. Dat is niet terecht. Hoewel de christenen uiteindelijk veel intoleranter bleken was Al-Andalus geen paradijs. In 1066 werd in Granada, toen nog een klein emiraat, de 4.000 zielen tellende joodse bevolking van de stad door de islamitische menigte uitgemoord en werd de joodse vizier van de koning, Joseph ibn Naghrela, gekruisigd. De Joden waren als minderheid zonder staat het kwetsbaarst.

 

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons

 

 

Ook op 18 juli: Ṭariq ibn Ziyad verovert Spanje