De SGP zorgde met haar islammanifest voor een relletje in ons koude kikkerlandje. Tegenstanders van de SGP vergeleken de partij met de PVV en verweten de mannenbroeders populisme, terwijl anderen blij waren dat de SGP een probleem durfde te benoemen. In de televisie-uitzending De Tafel van Tijs herinnerde SGP-leider Kees van der Staaij ons aan het beleg van Wenen door de Turken in 1683. De islam zou nu geen halt meer houden ‘voor de poorten van Wenen’. Het is een spookbeeld dat wijd en zijd verspreid is. 

 

Het beleg van Wenen door de Turken, om precies te zijn het Ottomaanse Rijk, wordt dikwijls voorgesteld als een heilige oorlog tussen christendom en islam. In 732 werden de Arabieren verslagen bij Poitiers door Karel Martel, de grootvader van Karel de Grote, en bijna 1000 jaar later worden de Turken verslagen bij Wenen. Beide keren wordt de islamitische aanval op het christelijke Europa afgeslagen, het christendom is overwinnaar, zo is de gedachte. Deze conflicten – en natuurlijk de kruistochten in het Heilige Land (11e-13e eeuw), de verovering van het Byzantijnse Rijk door de Ottomanen (1453) en de Reconquista van Spanje op de Moren (1492) – zouden het bewijs zijn dat het christendom en de islam van nature vijanden zijn, die elkaar op leven en dood bevechten. Maar is dat wel zo?

SGP 1683

Johan Snel, docent journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Ede, merkte scherp op dat de Hongaarse gereformeerden tijdens het beleg van Wenen aan de Ottomaanse kant vochten. Toen het leeuwendeel van Hongarije na de Slag bij Mohács in 1526 door het Ottomaanse Rijk werd geannexeerd en de rest van het koninkrijk (het westen van het huidige Hongarije en het tegenwoordige Slowakije) in bezit werden genomen door de Oostenrijkse Habsburgers, veranderde Transsylvanië (nu het westen van Roemenië) in een semi-autonoom Hongaars vorstendom. Omdat de Ottomanen zich niet bemoeiden met de binnenlandse politiek van Transsylvanië kon de Reformatie hier veel succes boeken, terwijl in de Oostenrijkse delen van Hongarije de protestanten werden onderdrukt. Dat de Nederlandse geuzen mutsen droegen met het opschrift ‘Liever Turks dan Paaps’ had hier alles mee te maken. De Ottomanen vervolgden christenen niet maar eisten alleen een extra belasting, terwijl het katholieke Spanje ketters op de brandstapel zette.

Maar de nuance gaat verder: Frankrijk was in de zestiende en zeventiende eeuw ook dikke maatjes met het Ottomaanse Rijk, omdat de Franse koningen de Habsburgers als hun belangrijkste vijand zagen. Dat het Ottomaanse Rijk in 1683 Wenen belegerde kwam Lodewijk XIV goed uit, want hij kon toen ongestoord steeds meer Duitse gebieden aan de grens met Frankrijk annexeren (de zogenoemde Chambres des Réunions).

Voor veel Europese vorsten was de Raison d’État belangrijker dan de ‘heilige oorlog’. Dit gold trouwens ook voor de Ottomanen. Zij veroverden in 1517 het Mammelukkensultanaat in Egypte, een belangrijke concurrent in de strijd om de heerschappij over het Midden-Oosten. Godsdienst speelde daarnaast natuurlijk wel een rol, maar veel belangrijker dan de tegenstelling tussen christendom en islam waren de interne religieuze tegenstellingen. Het soennitische Ottomaanse Rijk voerde vanaf de zestiende eeuw constant oorlog met het sjiitische rijk van de Safawiden in Iran, dat trouwens net als het Mammelukkenrijk ook een politieke concurrent was. In de islamitische wereld vervolgden soennieten en sjiieten elkaar, terwijl de christenen in de regel met rust werden gelaten. Het Ottomaanse Rijk wilde vooral een groot wereldrijk zijn, de islam speelde daarin zeker een rol, maar overheerste niet. Mehmet de veroveraar, de sultan die de Byzantijnse hoofdstad Constantinopel veroverde, beschouwde zichzelf als een opvolger van de Romeinse keizers en wilde, op zijn eigen manier, het Romeinse Rijk herstellen.

Natuurlijk is, mede vanwege propaganda-doeleinden destijds, de strijd tegen het Ottomaanse Rijk ook voorgesteld als een heilige oorlog tussen christendom en islam. Jan Sobieski, de Poolse held-koning die Wenen wist te ontzetten tijdens de Slag bij de Kahlenberg van 11 en 12 september, werd door de paus geëerd als ‘redder van het Europese christendom’. Maar als ‘beloning’ werd Polen nog geen honderd jaar later door Oostenrijk, Pruisen en Rusland verdeeld. Het beleg en het ontzet van Wenen voorstellen als een heilige oorlog tussen christendom en islam doet de historische werkelijkheid enorm tekort. De betrokken staten waren meer met hun eigenbelang bezig dan met heilige zaken.