Op 23 maart 1933 werd Hitler feitelijk dictator.

 

De verkiezingen van 5 maart 1933 hadden Hitler niet de gewenste meerderheid opgeleverd. Ondanks de terreur en intimidatie tegen de kandidaten van de SPD en de KPD. Ook was er in de Weimarrepubliek nog een sterke conservatieve en monarchistische stroming. Hitler kon dus niet even de Rijksdag binnenlopen en de het parlement ontbinden. Hij moest het parlement zichzelf laten ontbinden. Iets wat de Oostenrijkse kanselier Engelbert Dollfuss ook had laten doen. Anders dan Dollfuss had Hitler nog rekening te houden met andere partijen.

Met de parlementsleden van de communistische KPD waren de nazi’s snel klaar. Zij werden opgepakt of verdwenen op mysterieuze manier van de aardbodem. Veel sociaaldemocraten van de SPD kozen eieren voor hun geld. Zij wisten dat Hitler hetzelfde met hen voor had. De conservatieven konden echter op een andere behandeling rekenen. Zo werden de aanhangers van het Zentrum en de Bayernpartei een concordaat met het Vaticaan beloofd. Aan de rechten van de katholieken zou niet getornd worden. De conservatieven van protestantse huize waren nog makkelijker te overtuigen. Met een spektakel gebaseerd op ceremonies uit de keizertijd. Op 21 maart 1933 zou het parlement feestelijk geopend worden.

Omdat de Rijksdag in Berlijn vanwege de brand te beschadigd was voor een parlementszitting week men uit naar Potsdam. De dag begon in de Nikolaikirche met een kerkdienst voor president Hindenburg en de protestantse leden van de Rijksdag. In de Pfarrkirche werd een mis gehouden voor de katholieke leden van de Rijksdag. Na de kerkdiensten, waar Hitler zich niet liet zien, verzamelden de leden van de Rijksdag zich bij de Garnisonskirche voor een parade van de Reichswehr en de SA. Bij de plechtigheid bij de Garnisonskirche verscheen Hitler wel. In een jacquet luisterde hij eerbiedig naar een toespraak van Hindenburg. Daarna gaf Hitler een speech waarin hij Hindenburg huldigde. Met kransleggingen bij de graven van 6 Pruissische koningen eindigde de “Dag van Potsdam”. Het parlement was geopend. Twee dagen later hief het zich zelf op.

De dag van Potsdam was bewust door de nazi’s gekozen. Zij wilden Hitler presenteren als een waardig opvolger van Frederik de Grote, de Duitse keizers en Paul von Hindenburg. De toespraken werden op een strategisch moment uitgezonden, zodat een meerderheid van het Duitse publiek via de radiozenders konden worden gevolgd. Op 21 maart 1933 waren deze nog in handen van semi-commerciële organisaties. In april 1933 werden deze zenders onderdeel van de “Reichsrundfunk Gesellschaft”.

Ook de datum van 21 maart was bewust gekozen. Op 21 maart 1871 kwam de eerste Rijksdag van het Keizerrijk bijeen. De Duitsers werden door de dag van Potsdam gegrepen door nationale trots. In burgerlijke kringen werd Hitler een geaccepteerd leider. Vooral omdat Hindenburg hem in een speech had gesteund. De SPD bleef ver weg van de plechtigheden in Potsdam. Het was te militaristisch. De KPD was bezig met “nuttige werkzaamheden in een interneringskamp”.

Met de plechtigheden en toezeggingen van Hitler in het hoofd verzamelden de leden van de Rijksdag op 23 maart 1933 zich voor een zitting van de Rijksdag. Niet alle leden van de Rijksdag konden of wilden aanwezig zijn. De leden van de KPD zaten zoals gezegd in concentratiekampen en ook veel SPD leden kozen er voor om niet bij de vergadering aanwezig te zijn. Daarom waren er te weinig leden in de Rijksdag om tot stemming over te gaan. Om dat op te lossen werden de reglementen aangepast. De afwezige leden waren “absent zonder reden” en de stemming kon doorgaan. Uiteraard waren de katholieken voor vanwege het concordaat. Otto Wels, de fractievoorzitter van de SPD, waagde het nog om tegen de machtigingswet te stemmen. Hij sloot zijn speech af met een groet aan alle vervolgde sociaaldemocraten. Hitler reageerde woedend: “Ik wil niet dat jullie voor stemmen! Ik wil dat Duitsland vrij wordt zonder jullie!” Een meerderheid van de Rijksdag keurde daarna de machtigingswet goed. Het parlement had zichzelf opgeheven. De democratie had opgehouden te bestaan.

De machtingswet van 1933 hield stand tot 9 mei 1945. Toen viel het Derde Rijk. In puin en rook ging Hitler’s droom ten onder. Het zou nog tot 1990 duren voordat heel Duitsland weer terugkeerde naar de democratie. In de grondwet van de Bondsrepubliek, goedgekeurd op 23 mei 1949, werd een machtigingswet onmogelijk. Men had van Hitler geleerd. Nooit weer. De gevolgen waren te verschrikkelijk…

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons