Archeologieprofessor Leonard Rutgers, verbonden aan de Universiteit Utrecht, heeft een alleraardigst boek voor het grote publiek geschreven over zijn vak. 52 grote en kleine archeologische ontdekkingen passeren de revue.  

Dat Sinterklaas (vermoedelijk) in de Italiaanse stad Bari begraven ligt weten veel mensen niet, zoals het grote publiek ook niet weet dat men in de Klassieke Oudheid al teenprotheses kon maken of dat niet de vroege christenen maar de Joden begonnen zijn met de bouw van de catacomben onder Rome. In 52 korte essays, soms een beetje te kort misschien, gaat Leonard Rutgers in sneltreinvaart langs allemaal interessante ontdekkingen. Het boek bevat ook leuke anekdotes uit Rutgers eigen leven, bijvoorbeeld waterkranen van een hotel uit Oxford die slechter werken dan waterkranen met warm en koud water uit de tijd van de Romeinen.

Er zijn natuurlijk ook historici die de Klassieke Oudheid bestuderen, maar de echte specialisten zijn de classici en de archeologen. Zonder kennis van Latijn en Grieks (en Aramees en Hebreeuws) schiet je niet heel erg op, behalve als je voor een literatuuronderzoek alle vertaalde bronnen van een denker tot je beschikking hebt, maar archeologen ontdekken de echt nieuwe dingen. Dankzij de C14-methode om zaken te dateren, maar ook door middel van DNA-onderzoek om demografische veranderingen te duiden. We weten namelijk lang niet alles over deze tijd, omdat veel geschreven bronnen verloren zijn gegaan, of er gewoon geen geschreven bronnen beschikbaar zijn.

Ook hedendaagse discussies komen aan bod. Heel interessant is Rutgers’ essay over de Elgin Marbles, de beelden van Parthenon uit Athene die door Lord Elgin begin negentiende eeuw naar Londen zijn meegenomen en nu nog steeds in het British Museum te bewonderen zijn. Griekenland wil deze beelden natuurlijk terug, maar de Britten zitten hier niet echt op te wachten. Het juridisch-politieke steekspel is nog steeds niet afgelopen.

 

Uitgelichte afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons