De eerste utopie die werkelijkheid werd was het Nieuwe Jeruzalem van de anabaptisten in Münster. Zijn zelfbenoemde koning Jantje van Leiden voerde hier in 1534-1535 een waar schrikbewind uit, een voorafschaduwing van het communisme en de Islamitische Staat.

 

Geloof en Revolutie

Met het christendom kun je linksom en rechtsom. De Jezusbeweging aan het begin van onze jaartelling was een revolutionaire beweging voor de verworpenen der aarde. Jezus preekte een koninkrijk van gelijkheid en harmonie dat spoedig zou komen. Het waren volgens Jezus apocalyptische tijden. Voordat de nieuwe morgen zou aanbreken moest immers eerst de oude wereld ten onder gaan. De Romeinen interpreteerden deze boodschap als het begin van een opstand en nagelden ‘de koning der Joden’ aan het kruis.

Na zijn dood leefde de beweging voort. Beroofd van hun Messias leerden de discipelen dat het Koninkrijk Gods nu niet gerealiseerd kon worden. ‘Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld’, zou Jezus hebben gezegd volgens Johannes, die rond 90 na Christus zijn evangelie schreef, meer dan 50 jaar na de dood van zijn Messias. De Apocalyps was in al die tijd nog steeds niet aangebroken.

Kerkvader Augustinus (354-430) werkte de gedachte van Johannes uit in de tweerijkenleer: christenen zijn burgers van twee koninkrijken, het wereldlijke en het hemelse, maar het hemelse kan pas in de (verre) toekomst – en alleen met tussenkomst van God – gerealiseerd worden. Van een marginale en vervolgde sekte was het christendom inmiddels gepromoveerd tot staatsgodsdienst. Het christelijke geloof had zijn revolutionaire veren afgeschud en verdedigde nu de status quo.

Het apocalyptische denken was in de Middeleeuwen niet langer dominant, maar geenszins uitgeroeid. In het jaar 1000 dachten veel Middeleeuwers dat de wereld zou vergaan en ook tijdens de pestepidemie van 1347-1351 geloofden velen dat het einde nabij was. Niettemin bleef de sociale orde standhouden.

Afbeeldingsresultaat

Thomas Müntzer op Oost-Duits bankbiljet

Maarten Luther en Thomas Münzer

Het revolutionaire christendom kreeg begin zestiende eeuw een nieuwe kans. Nadat Maarten Luther op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel van Wittenberg had gespijkerd brak de pleuris uit in Europa. Dankzij de boekdrukkunst konden de ideeën van Luther, geschreven in de volkstaal, zich razendsnel verspreiden. De Katholieke Kerk was niet bereid om naar Luthers bezwaren te luisteren en besloot de hervormers te vervolgen. Hoewel Luther stevige kritiek uitoefende op het machtsmisbruik en de corruptie van de katholieke geestelijken was hij geen revolutionair. Hij vond dat de wereldse overheden moesten worden gehoorzaamd. Ook de andere reformatoren, Ulrich Zwingli en Johannes Calvijn, waren antirevolutionair.

De revolutionairen uit de tijd van de Reformatie waren de anabaptisten, ook wel wederdopers genoemd. Hun beweging was in 1523 in Zürich ontstaan. In tegenstelling tot de protestantse leiders misten de anabaptistische predikers theologische scholing. Ze lazen de Bijbel letterlijk en kwamen tot radicale conclusies. Hun naam dankten ze aan het verzet tegen de kinderdoop, die in de Bijbel helemaal niet voorkwam. De anabaptisten waren van mening dat alleen volwassenen die ‘bekeerd’ waren gedoopt mochten worden. Een ander kenmerk van de anabaptisten was hun apocalyptische wereldbeschouwing. Allerlei rampen – de Turken die het Duitse Rijk bedreigden, hongersnood en de onderdrukking van de Reformatie – waren tekenen van boven. Gods Koninkrijk zou spoedig komen.

Belangrijk voor de ontwikkeling van het anabaptisme was het optreden van Thomas Münzer. Deze theoloog was aanvankelijk een aanhanger van Luther, maar radicaliseerde en geloofde dat de mensen God een handje moesten helpen in het creëren van een nieuwe wereld, waarin sociale gelijkheid zou heersen. In 1524-1525 vond in Midden- en Zuid-Duitsland de Boerenoorlog plaats. Boze boeren wilden het feodale juk afwerpen en raakten begeesterd door de sociale boodschap in de Bijbel. Uiteraard waren de boerenlegers geen partij voor de professionele huurlegers van de Duitse vorsten. Een naïef geloof dat de hemel hen beschermde hielden Münzer en de zijnen echter op de been. Om die reden besloten ze zich niet te verdedigen tijdens de beslissende Slag bij Frankenhausen. God greep uiteraard niet in, de boeren werden bijna tot de laatste man afgeslacht en Münzer eindigde op het schavot.

Vanwege zijn revolutionaire en socialistische ideeën beschouwde de Deutsche Demokratische Republik Münzer als een held. Hij was een communist avant la lettre. Jan van Leiden, de zelfbenoemde koning van Münster, was dat ook, maar zijn reputatie was veel controversiëler.

Jan Mattijs

Het Duizendjarig Rijk

In 1533 voorspelde lekenprediker Melchior Hofmann de komst van een Duizendjarig Vrederijk in de (toen nog) Duitse stad Straatsburg. De Straatsburgers zaten hier echter niet zo op te wachten en gooiden de sociale onruststoker in de gevangenis, waar hij tien jaar later zou overlijden. Twee leerlingen van Hofmann, bakker Jan Matthijs en herbergier en toneelspeler Johan Bockelson (beter bekend als Jan van Leiden), waren bereid om het Duizendjarig Rijk met geweld te vestigen. Aan Matthijs zou in een visioen zijn geopenbaard dat hij in de Duitse bisschopsstad Münster het Nieuwe Jeruzalem moest vestigen. In deze stad waren de anabaptisten reeds enkele jaren een macht om rekening mee te houden, dankzij de invloed van de radicale predikant Bernhard Rottmann. Ook lag Münster vlakbij de Nederlandse gewesten, waar de anabaptisten dankzij de bekeringsactiviteiten van Hoffman en Matthijs groot in aantal waren.

De Nederlandse anabaptisten trokken in januari 1534 Münster binnen. In de weken die volgen ontvluchtten de katholieken en lutheranen de stad. Alleen de inwoners die zich hadden laten overdopen mochten blijven. Eind februari, toen de tegenstand miniem was, pleegden de anabaptisten een coup en namen het stadhuis in. De verdreven prins-bisschop, Franz von Waldeck, wilde Münster heroveren. Hij werd hierbij gesteund door de vorst van Hessen én de lutheranen. De anabaptisten gaven de protestanten immers een slechte naam. Zeventien maanden zou de belegering van het Nieuwe Jeruzalem duren.

De anabaptisten werden aanvankelijk geleid door Jan Matthijs, die de fundamenten onder de christelijke staat had gelegd. De visionaire Matthijs had bevolen om het privébezit af te schaffen. Ook moesten alle boeken, behalve de Bijbel, worden verbrand. De anabaptisten waren fel anti-intellectueel. Het verbranden van de archieven van Münster had echter een communistisch oogmerk: ook de oorkonden, privileges en contracten werden verbrand. Mensen konden nu geen aanspraak meer maken op bezit: alles was nu van de staat, die de goederen herverdeelde. De geschiedenis werd uitgewist, het Nieuwe Jeruzalem begon met een schone lei. Later, toen Jan van Leiden de leiding van de stad in handen had genomen, kwam er ook een nieuwe kalender en kregen de straten en gebouwen nieuwe namen. De Britse filosoof John Gray vergelijkt de anabaptisten in dit verband met de Jacobijnen, de radicale partij van de Franse Revolutie. Ook zij herschreven de geschiedenis, introduceerden een nieuwe jaartelling en verzonnen nieuwe straatnamen.

Jan Matthijs bleef slechts enkele weken aan het bewind. Op paaszondag kreeg hij opeens een visioen, dat hij als de Bijbelse richter Gideon met dertig getrouwen de belegerde stad zou ontzetten. Uiteraard werd de aanval met groot gemak afgeslagen. Matthijs sneuvelde en om dit te vieren werd zijn afgehakte hoofd door de bisschoppelijke troepen op een staak gezet, zichtbaar voor alle inwoners van Münster.

Jan_van_Leiden_by_Aldegrever

Jan van Leiden

Koning Jan van Leiden

De dood van de profeet betekende niet het einde van de beweging. Jan van Leiden, machiavellistischer en meedogenlozer dan Jan Matthijs, trok alle macht naar zich toe en ontpopte zich tot een haast almachtige leider.Vanwege het vrouwenoverschot – het anabaptisme was onder vrouwen veel populairder dan onder mannen – voerde Jan van Leiden in de zomer de polygamie in. Een vrouw moest trouwen met de eerste man die haar ten huwelijk vroeg: het gevolg was een wedstrijdje tussen de mannen wie de meeste vrouwen scoorde. Uiteraard won Jan van Leiden, die uiteindelijk zeventien vrouwen had. De eerste vrouw waar Jan mee trouwde was de mooie en wellustige Dieuwertje Brouwersdochter, de voormalige minnares van Jan Matthijs. Toen de nieuwe leider zichzelf in september tot koning van het Nieuwe Jeruzalem uitriep werd Diewertje zijn koningin: Divara van Haarlem.

Het Nieuwe Jeruzalem wilde uiteindelijk de hele wereld veroveren en veranderen. Hier kwam echter weinig van terecht. Het Noord-Duitse stadje Warendorf sloot zich in oktober 1534 bij Jans koninkrijk aan, maar werd binnen een week heroverd door de bisschop. Ook in Amsterdam mislukte een anabaptistische staatsgreep. Op 10 mei 1535 bezette een groepje radicalen het stadhuis en vermoordde één van de burgemeesters, maar dit leidde niet tot de gehoopte volksopstand tegen het gezag. In plaats daarvan werden de revolutionairen gevangen genomen en na een kort proces onthoofd.

Münster hield het langer vol. Dit was te danken aan het optreden van Jan van Leiden. Als toneelspeler wist de koning zijn onderdanen te boeien. Er was steeds minder brood, maar er waren spelen in overvloed. Jan organiseerde dans- en theatervoorstellingen en hield als leider ook van grote gebaren. Het verhaal gaat dat hij op een dag frontaal naakt door de straten rende en niet meer kon praten. Drie dagen later had hij zijn spraakvermogen ‘opeens’ teruggekregen en vertelde hij de mensen dat het stadsbestuur grondig hervormd moest worden. In plaats van de raad moest er een Sanhedrin komen, geleid door twaalf apostelen. De analogie met Jezus en zijn twaalf discipelen ontging niemand natuurlijk.

Naast het theater was er de terreur. Jan onderdrukte de oppositie met harde hand en voerde – net als Eddard Stark uit de televisieserie Game of Thrones – zelf de executies uit: The man who passes the sentence should swing the sword. Volgens de marxistische theoreticus Karl Kautsky, die de Münsterse dictatuur als proto-communistische heilstaat verdedigde, was het eigenhandig executeren van vijanden eigenlijk heel socialistisch. De koning liet op deze manier zien dat hij niet boven zijn onderdanen stond, maar bereid was om het laagste werk te doen: het beroep van beul was in vroegmoderne tijden immers niet bepaald populair.

De kooien aan de toren van de Sint-Lambertuskerk

In het Nieuwe Jeruzalem waren alle mensen gelijk, maar Jan en zijn naaste medestanders waren meer gelijk dan anderen. Terwijl de stad kampte met een hongersnood voerde Jan een extravagante hofhouding. Een van Jans vrouwen, Elisabeth Wandscherer, kon het niet langer aanzien en klaagde hem publiekelijk aan: het was toch van ratten besnuffeld dat de koning en zijn gevolg in overdaad leefden, terwijl het volk honger leed? Ze gaf hem haar sierraden terug en vroeg toestemming de stad te verlaten. Jan weigerde, sprak de doodstraf uit en onthoofdde haar vervolgens op het marktplein. Volgens het verhaal te midden van de andere vrouwen van de koning, die voor deze bijzondere gelegenheid het lied ‘De hoge God alleen zij de eer’ zongen. Kautsky doet dit verhaal van chroniqueur Herman von Kerssenbroick af als propaganda van de vijand. Hoewel eigentijdse geschiedschrijvers niet bepaald objectief zijn over Jan van Leiden schiet Kautsky in een apologetische kramp. Zijn volharding al deze misdaden te ‘nuanceren’ verraadt een dichtgetimmerd, dogmatisch wereldbeeld, waarin terreur is toegestaan mits het door de juiste mensen wordt gepleegd.

Op 24 juni 1535 werd Münster heroverd door bisschop. Rottmann wist te ontsnappen, maar Jan van Leiden, Divara en vele andere prominente anabaptisten vielen levend in handen van de vijand. Divara deelde het lot van Elisabeth en werd op 7 juli samen met vier andere vrouwen onthoofd op het marktplein. Jan en twee van zijn getrouwen – Bernhard Krechting en Bernhard Knipperdolling – moesten nog een half jaar wachten op de voltrekking van hun vonnis. Ze werden naakt aan een paal gebonden en een uur lang bewerkt met gloeiend hete tangen die stukken vel van hun lijf scheurden. Daarna werden hun tongen uitgerukt en hun harten doorstoken met een vurige dolk. Jan van Leiden had van de hemel op aarde een hel gemaakt. Als straf mocht hij een voorsmaakje van de hel proeven. De drie lijken werden na de executie in ijzeren kooien tentoongesteld. Ze hangen nu nog steeds aan de Münsterse Sint-Lambertuskerk.

 

Na de val

Na de val van Münster werd het anabaptisme vredelievender. Hoewel Jan van Batenburg en zijn ‘Zwaardgeesten’ radicaliseerden en de Nederlanden terroriseerden, kozen de meeste anabaptisten voor het principiële pacifisme van Menno Simons. Zijn Utopia kon alleen nog in kleine kring, zonder macht, worden gerealiseerd. De Amish in Noord-Amerika, die alle moderne techniek hebben afgezworen en zich hebben afgezonderd van de boze buitenwereld, zijn volgelingen van deze leer.

Het historische belang van Münster ligt echter elders. Het Nieuwe Jeruzalem was de eerste utopische terreurstaat en Jan van Leiden was de eerste totalitaire dictator. Doel was niet slechts het hebben van een eigen staat, maar de wereldrevolutie. De theocratische republiek van Johannes Calvijn in Genève, de Franse Revolutie, vooral tijdens de terreur van 1792-1794, de Commune van Parijs van 1871, de Russische Revolutie en de terreur van Stalin, het Derde Rijk van Hitler (dat ook duizend jaar zou moeten gaan duren), de Culturele Revolutie van Mao, de Rode Khmer in Cambodja en last but not least de Islamitische Staat in Irak en de Levant zijn latere incarnaties van het monsterlijke Münster.

Karl Kautsky 01.jpg

Karl Kautsky

In zijn boek Die Vorläufer des neueren Sozialismus (1895) maakt Kautsky meerdere malen de vergelijking met de Commune van Parijs. Net als Münster werd Parijs belegerd, wat volgens Kautsky de terreur tegen mensen met een andere mening rechtvaardigde. De Britse filosoof John Gray stelt in zijn meesterwerk Black Mass dat de Franse revolutionairen, de communards, de communisten en de nazi’s hun eigen seculiere versie van het christelijke Eindtijddenken creëerden, waarin het goddelijke ingrijpen niet langer nodig was. De mens schiep nu zelf een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Het Nieuwe Jeruzalem van Jan van Leiden heeft, vanwege de haast onaardse toestanden, veel schrijvers geïnspireerd. Het meest interessante boek in dit verband is Bockelson. Geschichte eines Massenwahns, Die Geschichte der Wiedertäufer von Münster van de Duitse schrijver Friedrich Reck-Malleczewen. Dit boek, gepubliceerd in 1937, is in werkelijkheid één grote allegorie op Adolf Hitler en het nazisme, die immers ook een helse utopie nastreefden. De nazi’s hadden de subversieve boodschap wel door en zouden Reck-Malleczewen later ook in een concentratiekamp gevangen zetten, maar zijn roman over Münster werd zeer positief gerecenseerd: de naïeve, gezagsgetrouwe lezers zouden de impliciete link tussen beide dictators nu niet meer maken.

Het verhaal van Jan van Leiden is ten slotte maar een keer goed verfilmd. In 1993 werd op de Duitse televisie de miniserie König der letzten Tage uitgezonden, waarin de toen nog onbekende acteur Christoph Waltz – tegenwoordig vooral bekend als Hans ‘The Jew Hunter’ Landa in Inglourious Basterds de rol speelt van de beruchte toneelspeler-koning. Een Nederlandse film over misschien wel de griezeligste figuur uit onze vaderlandse geschiedenis is er helaas niet. Misschien wil Eddy Terstall die film nog een keer maken. Voor de rol van Jantje van Leiden weet ik eigenlijk maar één goede kandidaat:  Barry – crazy eyes – Atsma.

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons